Review

Op zoek naar de derde dimensie

De bergen, kastelen en bossen die in ’De Brief voor de Koning’ voorkomen had art-director Gert Brinkers ontdekt toen hij van school spijbelde.

Gert Brinkers stond in Barcelona ’te swingen’ met zijn vrouw, toen hij vorig jaar werd gebeld door Pieter Verhoeff. Of hij wilde meewerken aan de verfilming van het boek ’De brief voor de koning’ van Tonke Dragt. Natuurlijk wilde hij dat. „Ik was gelijk in de weer met ridders en soldaatjes, terwijl ik het boek niet eens kende.” Eenmaal terug van vakantie las hij het script en maakte in één dag een plan. „Ik wist precies waar de scènes moesten worden opgenomen en hoe de film eruit zou gaan zien.”

Brinkers is als ’production designer’ (productieontwerper) verantwoordelijk voor het visuele concept van de film, de begroting en de samenstelling van het team. In zijn eigen woorden: ’voor alles wat je ziet, van het begin tot het eind van de film’. In ’De brief voor de koning’ waren dat de paarden, de zwaarden, decors en de locaties: voornamelijk kastelen in de Benelux, Frankrijk en Schotland. En dat is precies waar Brinkers veel van af weet.

Onrustig als hij was, moest hij altijd ’weg’: nooit kon hij stil blijven zitten. Brinkers had een hekel aan school en ging daarom om de haverklap op de fiets van zijn woonplaats Utrecht naar Duitsland. Zo passeerde hij ook de bergen, kastelen en bossen die nu in ’De Brief voor de Koning’ voorkomen. Daarom is het voor hem zo’n bijzonder project geweest.

Regisseur Verhoeff noemt Brinkers enorm belangrijk voor de film. „Brinkers kent Europa uit zijn hoofd. Als we ergens moesten draaien, dan wist hij precies waar het geschikte kasteel stond. En als we op de set aankwamen had hij met zijn ploeg de stopcontacten al weggewerkt.”

Gert Brinkers (64) maakte eerder met Verhoeff ’Nynke’ (2001), ’Alles komt ergens van’ (2003) en ’Een Gelukkige hand’ (2005). Hij werkte vanaf zijn zestiende als pottenbakker, volgde daarna de Kunstacademie in Utrecht en was jarenlang creatief therapeut in de psychiatrie, ook als pottenbakker. Tot hij door regisseur Jos Stelling werd benaderd om een film te maken: ’Mariken van Nieumhegen’ (1974), de eerste Nederlandse film die genomineerd werd voor de Gouden Palm op het Filmfestival Cannes. Daarna maakte hij met Stelling ’De Wisselwachter’ (1986), een film naar zijn hart over de grens tussen fantasie en realiteit. Sindsdien is hij productieontwerper, ’art director’ – degene die werkt aan de aanpassing van locaties en decors – en gaf hij tot vier jaar geleden les aan de Filmacademie. Met veel plezier.

Film is net een vlieger, zegt Brinkers. „Je hebt plakband, touw, stokjes, een staart. En dan is het nog niets. Pas als de wind goed staat en de vlieger omhoog gaat, dan is het wat, dan ontstaat het wonder.” Brinkers weet zelf ook niet goed hoe het wonder werkt.

Wat Brinkers wil is tot de ’essentie van het gevoel’ terugkeren. Het gaat hem om het creëren van de juiste sfeer en emotie. „Als je een artistiek idee kunt terugbrengen tot iets kleins met een groot team, dan slaagt het project”, legt hij uit. In samenwerking ligt dan ook de crux. Met Verhoeff ging dat goed, zij waren het niet overal over eens, maar dat was juist goed voor het proces. Brinkers: „Verhoeff wilde zich richten op de ontwikkeling van hoofdpersoon Tiuri, die van een naïeveling een dappere jongen wordt. ’Maar het oog wil ook wat’, zei ik tegen hem. Daar hebben we het toen over gehad.”

De setting moet aan de vertelling bijdragen, en er niet van afleiden. „Je moet altijd zorgen dat er ruimte is in een film”, vertelt Brinkers. Dat is het recept om knulligheid tegen te gaan: „Als er geen ruimte is wordt het een tweedimensionale film. Wij willen graag driedimensionale films maken.” Een voorbeeld uit ’De brief voor de koning’ is een dorpje in het rijk Unauwen waar Tiuri te paard binnenrijdt. Brinkers: „Als er zo’n dorpje voorbij komt, moet je daar als filmploeg ín gaan, en niet erlangs rijden.” Dat is voor hem het verschil tussen de tweede en derde dimensie: over de grens heengaan. Het gaat daarin niet alleen over de grens van oppervlakte naar diepgang, maar ook om fantasie en werkelijkheid.

Brinkers denkt graag terug aan ’De Wisselwachter’, waar die laatste grens wordt opgezocht. „Fantasie is vaak sterker dan de realiteit”, legt hij uit, „maar als je niet oppast dan kan fantasie de dood betekenen.” In ’De brief voor de koning’ komt ook veel fantasie voor. Op de vraag naar de beste scène in de film, antwoordt Brinkers direct: ’het einde’. Daar merk je dat de vlieger hoog in de lucht hangt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden