Op zoek naar Australische literatuur in Sydney

De mooie, bolvormige El Alamein-fontein, een oorlogsmonument dat Australische gevallenen herdenkt van de veldslagen bij die Egyptische plaats in 1942. Beeld Wim Boevink

Berichten van veraf. In Australië deed ik wat ik in Nederland tussen toiletbezoeken ook graag doe: even binnenlopen bij boekhandels en bibliotheken.

De eerste was een kleine boekhandel in Sydney, vlakbij King’s Cross dat in mijn herinnering (ik was er ruim dertig jaar geleden) een wat louche en verlopen buurt was, met stripclubs, goklokalen, hoeren, dealers en junks, maar daarvan waren alleen de goklokalen en een enkele nachtclub overgebleven.

Hoofdstraat van King’s Cross is de Darlinghurst Road, waar je nu ook aan smalle cafétafels op de stoep een cappuccino kan drinken (nee zonder cacaopoeder graag). Aan de kop ervan (of aan het eind) is een pleintje met de mooie, bolvormige El Alamein-fontein, een oorlogsmonument dat Australische gevallenen herdenkt van de veldslagen bij die Egyptische plaats in 1942.

De straatnaam verandert hier in Mac-Leaystreet en de omgeving ademt ineens nieuwe chic, met fraaie woonblokken, strak vormgegeven juicebars en een peperduur veganistisch restaurant. Hiertegenover vond ik de kleine boekhandel, die vrijwel alleen literair werk bood, zowel fictie als non-fictie.

Mijn aandacht ging vooral uit naar de Australische literatuur, waaruit ik slechts een paar namen kende; Patrick White, David Malouf, Jan Morris, Tim Winton. En Gerald Murnane natuurlijk.

Ik bladerde in willekeurige romans en geschiedenisboeken en bij de romans viel me op hoe druk en onaantrekkelijk de pagina-indelingen waren, met brede zetspiegels en nauwelijks marge – alsof men bij de Australische uitgeverijen geen vormgevers kende of aan papierschaarste leed.

Ook had ik de indruk dat er auteurs waren die – hoewel veelgelezen in Australië – nauwelijks internationaal waren doorgebroken, zoals Tim Winton, en ook Gerald Murnane, die pas onlangs buiten Australië is ‘ontdekt’.

Maar weleens gehoord van Helen Garner? Ik niet, eerlijk gezegd. Ik kocht van haar een bundel met korte stukken - ‘Everywhere I look’ - die eerder in de diverse Australische periodieken waren verschenen, in maand- en dagbladen.

Ik begon erin te lezen (nadat ik met moeite een toilet had gevonden dat bij een café hoorde, maar dat was verborgen in de kelder van een appartementenblok) en genoot meteen van haar fijne stijl en observaties.

Zo ving haar eerste stuk aan: “Toen ik ergens in de veertig was ging ik op vakantie naar Vanuatu met een aardige en erg muzikale man met wie ik niet veel later zou trouwen, ofschoon ik dat toen nog niet wist. Hij was helemaal op zijn gemak in dat Stille Zuidzee-klimaat, maar ik had een bloedhekel aan de tropen: al dat zweten en smelten, dat vormeloze en vage.”

Ik vond dat een mooi begin en helemaal gegrepen werd ik door het stuk dat de titel ‘Suburbia’ meekreeg. Zelden las ik zo’n mooie, korte lofzang op de zogenaamde karakterloze voorstad, zoals Moonee Ponds bij Melbourne, waar de schrijfster terechtkwam.

Grappig genoeg eindigde haar verhaal weer bij Gerald Murnane, die ooit wilde bedanken voor de hem toegekende Melbourne Prize for Literature, die bestaat uit een grote som geld om in het buitenland te besteden. Maar Murnane, die teruggetrokken leeft, was absoluut niet van plan te gaan reizen. Hem zoog het provinciale Australië aan. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. 
Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden