Op zijn Paasbest? Het lijkt wel Kerstmis!

'Op zijn Paasbest', Slot Zeist, Zinzendorflaan 1. Di t/m vrij 11-17 uur, za en zo 13-17 uur, tweede paasdag en tweede pinksterdag 13-17 uur. Tot en met 2 juni 1996.

YVONNE VAN EEKELEN

Modedeskundige Leni Coumans vroeg twaalf ontwerpers zondagse -Paas-kleding te maken en nog eens veertig ontwerpers leverden een bijzondere sjaal in. Dit allemaal voor de tentoonstelling 'Op zijn Paasbest' in het Slot Zeist, een omgeving die zich goed leent voor deftige mode.

En deftig is het zeker. Maar wie de hoge kasteelzalen binnenstapt heeft even het gevoel in het verkeerde jaargetijde te zijn beland, want Paasbest is de kleding allerminst. Zwarte avondjurken en colberts, grijs-metallic jasjes, grijze en zwarte jurken met blote rug, ivoorkleurig kant: het is eerder Kerstmis in Zeist. De enige die aan Pasen doen denken zijn de opgezette kippen en één haan die in nette kleren zijn gehuld: de Nederlandse modegroep Le Cri Néerlandais verpakte ze in een Chanelpakje, pak met stropdas, twinset en authentieke bloemetjesjurk. Op een geelgeverfd plateau gezet, geven ze ironisch commentaar op alle Paasbest-opgepriktheid, die ons land vooral enkele decennia geleden teisterde, toen op zon- en feestdagen het 'goeie-goed' nog mode was.

Waarschijnlijk roepen deze ontwerpen ook eerder een feestelijk dan een zondagsgevoel op, omdat ze meestal toch wat meer zijn dan gewoon-op-zijn-best. Maar wat doet het ertoe. De tentoonstelling is een mooie gelegenheid voor een -hernieuwde- kennismaking met toonaangevende jonge ontwerpers, waarvan er een aantal zoals Le Cri Néerlandais, Alexander van Slobbe en Rien Verhoeckx, internationale bekendheid heeft verworven. Ze laten allemaal nieuw werk zien. Zo op het eerste gezicht lijken al deze ontwerpen eenzelfde geest uit te ademen. Die van een sobere ingetogenheid, die zeker ook wel elders, zoals in Parijs, voorkomt, maar toch in een typisch Nederlands jasje lijkt gegoten. Tentoonstellingsmaakster Leni Coumans spreekt over 'gevoel voor detail en verhoudingen, sobere, heldere vormen en mooie materialen'. De ontwerpen doen haar denken aan de kleding op sommige schilderijen van Vermeer, die ze net in het Haagse Mauritshuis had gezien.

Van dichtbij bekeken blijken opeens de grote verschillen in deze Nederlandse mode. Rien Verhoeckx heeft zich vooral geconcentreerd op de binnenkant van de zwart satijnen (avond)jurken. “Mode is altijd de buitenkant, terwijl de binnenkant er vaak maar een beetje bijhangt. Ik wilde het nu eens omdraaien, zonder overigens de buitenkant te verwaarlozen.” Door de doorzichtige paspop heen worden de zijden kleurbanen zichtbaar die aan de binnenzijde zijn gestikt. De draagster van dit kledingstuk heeft een geheim te verbergen, dat zij alleen kent. Of het zou die ene feestganger moeten zijn die héél erg goed kijkt en zich afvraagt waar al die - overigens niet al te netjes gestikte - naden voor dienen, die langs dit fraai gewelfde lijf lopen. En drukt er niet hier en daar een stukje zijde door het satijn heen, daarmee het bestaan van een dubbele stoflaag verradend?

De colberts van Alexander van Slobbe zijn een lust voor het oog. Het raffinement van deze prachtig gemaakte kleding zit in de belijning. De mouwen maken ter hoogte van de elleboog een mooie welving door drie naden die doorlopen op het voorpand. Niets verstoort het ritme van vlakken en lijnen, zelfs niet het colbertzakje dat onder een van de naden verborgen zit. Verfijning kenmerkt ook de kleding van Lilianne Nelissen, die in haar jurken speelt met combinaties van stoffen: synthetisch microvezel en zijde. Haar kleding lijkt van een feeërieke gewichtsloosheid en laat veel bijzondere details zien. Zoals de ene stof die door de andere heen schemert en zo een moiré-effect geeft. “Ik begin altijd met de materialen; die vormen de basis van mijn ontwerpen. Daarbij zoek ik graag naar contrasten.” Zo heeft ze hier en daar een hoge hals vóór en een lage of open rug achter.

Contrasten die nog veel duidelijker blijken in het werk van Stigters. Veel feestelijke materialen, zoals glanzend polyamide, kant, lycra en kunstzijde. Tegelijkertijd stoere vormen zoals sportieve jasjes en brede ritsen die elke associatie met verfijnd chic ruw verstoren. De ontwerpers van Stigters hebben een hekel aan opgepriktheid. “Als je dat draagt, ga je je er ook naar gedragen”, aldus Jacobien Hummelen.

Zo sober de kleding is, zo uitbundig in kleur en vorm zijn de sjaals (van 20 tot circa 500 gulden). Sommige zijn muts tegelijk zoals die van Marta de Wit of slingeren zich als een halssieraad om je heen. Zoals de kleurige boa van Madeleine Bosscher en Iniek Klaarenbeek en de geblokte sjaal als zijden glas-in-lood van Claartje Martens. De ontwerpers hebben hun best gedaan voor een feestelijke dag; het 'stugge' volk mag in de mooie kleren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden