Daan vraagt Jan

Op welk moment van de dag komen jouw beste ideeën?

Daan van EijkBeeld Maartje Geels

Jan Beuving en Daan van Eijk vormden samen het (wetenschaps)cabaretduo Jan & Daan. Jan is wiskundige en speelt vanaf september zijn nieuwe theaterprogramma 'Raaklijn'. Daan is natuurkundige en werkt bij Nikhef, het instituut voor subatomaire fysica. Om de week stellen zij elkaar hier een vraag.

Dag Jan,

Ik wil je het verhaal vertellen over Thomas Royen, een zeventigjarige, tamelijk onbekende Duitse wiskundige. In 2014 bewees hij een wiskundig vermoeden dat bekendstaat als de gaussische correlatie ongelijkheid. Dat vermoeden werd voor het eerst beschreven in 1959, en sindsdien hebben vele wiskundigen gezocht naar een bewijs: allemaal zonder succes, tot Royen op het toneel verschijnt.

Zijn verhaal is bijzonder, omdat hij geen gerenommeerde wiskundige is met een bak vol publicaties op zijn naam. En omdat hij al gepensioneerd is als hij zijn bewijs vindt. Op de ochtend van 17 juli 2014 krijgt hij zijn cruciale ingeving. Na een dag rekenen schrijft hij 's avonds zijn bewijs op en stuurt het naar een collega-wiskundige die zich direct realiseert dat het klopt. Hij heeft er zelf dertig jaar lang aan gewerkt. Voor niets, blijkt nu.

Hij stuurt het bewijs ook naar andere wiskundigen, maar het wordt niet opgemerkt. Waarschijnlijk doordat er al zo vaak foutieve bewijzen zijn verschenen in het verleden. Toch besluit Royen snel te publiceren, want hij heeft geen zin in eindeloze reviewprocessen. Waarom zou hij ook: hij hoeft geen carrière meer te maken. En dus verschijnt zijn bewijs in een obscuur wiskundeblad in India.

Gevolg is dat zijn artikel grotendeels ongezien blijft door de wiskundige gemeenschap. Pas na een artikel in december 2015 dat Royens bewijs samenvat, begint het nieuws zich langzaam te verspreiden. Toch zijn er verhalen bekend van deskundigen die pas laat in 2016 vernemen dat het bewijs al twee jaar daarvoor is geleverd. Een wonderlijk verhaal in deze tijd van snelle communicatie.

Het leukste detail vind ik trouwens dat Royen zijn ingeving krijgt tijdens het tandenpoetsen. Mooi toch? Tandenpoetsen is zo'n heerlijk gedachteloos moment van de dag waarop je helemaal niks hoeft te doen. Perfect moment voor je brein om de gedachten en ideeën uit je onderbewustzijn net één niveautje hoger te presenteren. Meestal 'voelen' ze dan nog een beetje dromerig en vaak is het onzin, maar soms zit er dus iets briljants bij. Herken je dat? Wat is jouw moment van de dag waarop je de beste ideeën hebt?

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Maartje Geels

Ha Daan,

Ik weet niet wanneer jij voor het laatst bij de preventieassistent van de tandarts bent geweest, maar tandenpoetsen is allesbehalve een gedachteloos moment voor mij. Ik moet de borstelkop recht op mijn tand zetten, ronde bewegingen maken waarmee ik de rand van mijn tand volg, vijf seconden per kant per tand poetsen, niet te hard drukken want dan krijg ik teruggetrokken tandvlees en vooral daarvoor of daarna niet vergeten te flossen of te stoken.

Als ik dat gedachteloos zou doen, zit ik de hele avond met een borstel in mijn mond, omdat ik niet weet waar ik gebleven ben. Overigens poetste Thomas Royen ook niet gedachteloos, want dan zou hij dat idee niet gehad hebben. Ik vraag me nu wel af hoe zijn gebit eruitziet.

Voor mij is douchen een moment waarop ik gedachten de vrije loop laat. Ik ben niet de enige; ik ken ook iemand die vaak bidt onder de douche, en cabaretier Pieter Derks vertelde ooit dat hij graag onder de douche nadenkt over de oplossing van het wereldwijde watertekort.

De douche is ook een van de weinige plekken waar je niet meer afgeleid bent, vandaag de dag. Ik neem er ook vaak teksten voor mijn voorstelling door. Dat doe ik trouwens ook fietsend, lopend en terwijl ik autorijd, waardoor ik in het verkeer meestal overkom als een idioot die constant in zichzelf praat.

Maar: de gedachten moeten niet te concreet worden. Dan leidt het douchen weer af. Ik denk wel eens, als ik nog één regel van een lied moet afronden: dat verzin ik wel even onder de douche. Lukt nooit. Het idee kan blijkbaar achtergrondruis verdragen, de uitwerking vergt diepere concentratie. Het sluit aan bij wat ik ooit over schrijven leerde: het is 10 procent inspiratie, en 90 procent transpiratie.

Ik denk dat dat voor wetenschap ook geldt. Het idee is het begin, niet het eind. Maar wat een geruststellende gedachte dat je, net als Thomas Royen, ook op het eind van je leven nog een idee kunt hebben dat het begin van iets moois is. En het eind van de zoektocht naar een bewijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden