'Op weg' zonder soundmachines en walkmans

Overal klonk muziek. Verstopt als tuinversiering, of ingebouwd in muren en torentjes, strooiden luidsprekers opgewekte melodietjes rond bij de talloze sprookjes en avonturen die in EuroDisneyland een hele vlakte vullen van de Vallee de la Marne, ten oosten van Parijs. Elke emotie zijn eigen klank, maar allemaal beschaafd van sfeer, net niet opdringerig luid.

Zo is heel EuroDisneyland; ik kwam er terecht omwille van de lieve jeugd, want die is jonger en wil wat anders dan alweer een museum, kerk of kasteel.

Nu bestaat Disneyland uit niets anders dan musea en kastelen, maar dan spruitend uit de fantasie van Walt Disney. Naar gelang de sfeer van het het verhaaltje vlieg (Peter Pan), rijd (Sneeuwwitje) of vaar (de zeerovers) je er doorheen. Je mond zakt open van verbazing over de inventiteit van de vormgevers en inrichters. Je beweegt je voort in geweldige theaterdecors, oogverblindender dan ik ooit in welke opera ook aanschouwde. En overal klinkt muziek, ook in 'levende' vorm, want trompetters in barokkostuums, heuse Afrikaanse trommelaars en marching bands geven de hele dag door shows.

Het voorportaal van EuroDisneyland wordt gevormd door een imitatie van een Amerikaans provinciestadje. Alles even schoon (elk peukje of propje wordt onmiddellijk opgeveegd), fris in de verf en smakelijk van vorm. The taste of the millions. Main Street USA heet deze opgewekte American Dream. Bij de aanblik herinnerde ik me een passage uit 'Op weg' ('On the Road') van Jack Kerouac. De ik-figuur uit het verhaal, ene Sal, komt op zijn zwerftocht door de USA in Hollywood aan:

"We stapten in Main Street uit de bus, wat in niets verschilde of je in Kansas City of Chicago of Boston uit de bus stapte - rode bakstenen, goorheid, types die langs schieten, trams die hopeloos in de ochtendschemering voorbijknarsen, het hoerenluchtje van een grote stad."

Neen, dat was niet de wereld van Walt Disney en zijn investeerders die acht miljard gulden in het gigantische project staken. Jack Kerouac beschreef in 1950 de American Dream vanuit de zelfkant.

Ik had het boek (pas in 1959 uitgegeven) met nog een dunnetje van Couperus tussen de kaarten van de Loire en zijn kastelen (mijn sprookjesland) gestoken, omdat ik de legendarische 'bijbel der Beatniks', zoals de achterkanttekst van de Nederlandse vertaling (1961) aanprees, nog eens wilde beleven. Een verslag/interview met Allen Ginsberg aan het begin van het jaar in deze krant en diens verwijzing naar Kerouacs geschriften hadden enige nostalgie wakker geroepen, ook al voel ik me geen produkt van de beat generation. Maar dat zwervende, vrije leven, kriebelde wel aan mijn nette Hollandse ziel. Wat had dat boek nu nog te zeggen?

Chaotisch verlopen de zwerftochten en avonturen van oostnaar westkust, met spectaculaire omweggetjes naar het diepe zuiden. Er wordt gelift op open spoorwagons of laadbakken van vrachtauto's, dan vervolgt de reis weer in lijnbussen of eigen, doorgaans tweedehands auto's. Het is een wild pad dat de talloze hoofd- en bijfiguren volgen in hun zoektocht naar levensgenot en levensvervulling.

Wat mij verraste, was de betrekkelijke stilte waarin dit leven zich afspeelde. Geen ghettoblasters, geen soundmachines, geen walkmans, geen popzenders, geen Disneyland-muzak. Af en toe schreeuwt 'wilde radio-muziek', maar dan is er sprake van een massale feest-partij met Nieuwjaar.

Dit boek, hoewel toch van deze eeuwhelft, lijkt geschreven in een andere eeuw. Het tekende het beeld van een generatie die nog zonder Presley, Haley, Hendrickx, Beatles, Stones, Bowie, Simon and Garfunkel, Prince of Jackson leefde, zonder hitlijsten, videoclips en muziekindustrie. Alleen Billie Holiday roerde de harten met haar 'Lover Man'. De ik-figuur zingt Holiday na als hij ergens in de regen op zijn nieuwste liefje wacht. "Och, de woorden zijn het niet zozeer als wel die grootse harmonische melodie en de manier waarop Billie Holiday die zingt, als een vrouw die in het zachte lamplicht over het haar van haar kerel strijkt. De wind gierde. Ik kreeg het koud."

Hoe hotsend en botsend Kerouac zijn verhaal ook vertelt, toch vloeit de tekst soms uit in rustiger poetische beelden vol hunkerende liefde, schemerige vergezichten en dramatische contrasten. Het zijn juist die plaatsen waar muziek op de achtergrond meeklinkt. Het verbaast niet dat Allen Ginsberg terugblikkend verklaarde dat Kerouac "een directe invloed heeft gehad op Bob Dylan, en daarmee op zijn muziek, en via hem op de Beatles en zo op alle jonge mensen op de wereld."

Waar muziek is, noteert de ikfiguur die met hartstocht: 'het grootse wilde geluid van bopmuziek', bij voorbeeld. Zijn gevoeligheid blijkt het mooist als in een regenachtige nacht na een mislukkende liftpartij ergens een tenorsax klinkt: "Een tenorsax blies een heel mooie blues in die plattelandstent in Pennsylvania; ik luisterde en steunde."

De zwerftocht voert in het eerste deel van het vijfdelige verhaal naar een mijnstadje waar in rijke dagen een operahuis werd gebouwd. Hier speelt 'Fidelio'; Sal (de ik-figuur) gaat er heen. "Welk een somberte!' riep de bariton, uit zijn kerker onder een loodzware steen tevoorschijn komend. Dit had ik nu precies nodig. Zo zie ik het leven ook. Ik ging zo in de opera op dat ik een tijdlang de omstandigheden van mijn gek leven vergat en me verdiepte in de grootse treurige klanken van Beethoven en de volle Rembrandteske tonen van zijn verhaal."

Het is echter de jazzmuziek die het diepst op Sal inwerkt. De jazz-pianist George Shearing lijkt zijn idool:

"Dean en ik gingen midden in dat lange gekke weekeinde naar het Birdland om Shearing te zien. Shearing kwam, blind, bij de hand naar zijn toetsenbord geleid. Hij was een gedistingeerd Engelsman met een stijf wit boordje, wat vlezig, blond, een sfeer verspreidend van een zachte Engelse zomeravond, wat bleek uit het eerste klaterende sweetnummer dat hij speelde terwijl de bassist eerbiedig naar hem vooroverboog en de maat tokkelde. De drummer, Denzil Best, zat onbeweeglijk behalve zijn polsen die kort en krachtig de brushes hanteerden. En Shearing begon te rocken; er kwam een glimlach op zijn begeesterd gezicht; hij begon op zijn pianokruk te rocken, achter- en vooruit, eerst langzaam, daarna werd de maat versneld en begon hij snel te rocken, zijn linkervoet sprong op bij elke maatslag, zijn nek begon schuins te rocken, hij lag zowat met het gezicht op de piano, hij duwde zijn haar terug, zijn gekamde haar raakte in de war, hij begon te zweten. De muziek werd sneller. De bassist boog voorover en begon geaccentueerder te spelen, al sneller, het scheen al sneller, dat is alles. Shearing begon zijn akkoorden te spelen; in grote volle stromen rolden ze uit de piano, je zou denken dat de man geen tijd had om ze keurig in rijtjes te laten komen. Ze rolden en rolden als de zee. (...) Dat waren zijn grote dagen uit 1949 voor hij cool en commercial werd. Toen hij weg was, wees Dean op de lege pianokruk. 'Gods lege stoel', zei hij. (...) Het was een regenavond. Het was de mythe van de regenavond."

Dat las ik onder weg. Wie van de pop-generatie heeft weet van deze 'roots'? In EuroDisneyland zijn ze in ieder geval niet te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden