Op weg naar de macht

Voor GroenLinks breken spannende tijden aan. In Frankrijk, Duitsland, Italië, Finland en recent ook in België zijn groene partijen doorgedrongen tot de regering, in ons land is het nu tien jaar bestaande GroenLinks op weg naar de macht. De afgelopen week zette de Tweede-Kamerfractie onder aanvoering van Paul Rosenmöller met de erkenning van de Navo een nieuwe, belangrijke stap in de richting van de politieke hoofdstroom.

Hans Goslinga en Marcel ten Hooven

Het Nederlandse lidmaatschap van het bondgenootschap is nog altijd een met oude emoties en sentimenten omgeven kwestie in de partij. Toen de fractie het afgelopen voorjaar, met uitzondering van twee leden, besloot zich achter de Navo-actie in Kosovo te scharen, vond zij een beduidende minderheid in de partij tegenover zich.

De fractie wil dat GroenLinks zich nu definitief bevrijdt van de erfenis uit de hoogtijdagen van pacifisme en anti-Amerikanisme. Nu de Navo in Kosovo en Bosnië succesvol is gebleken als vredesstichter, moet uit het program worden geschrapt dat de verdragsorganisatie zo snel mogelijk moet verdwijnen. De kamerleden kunnen niet uit de voeten met de ongerijmdheid tussen deze eis en het grote belang dat de partij hecht aan internationale vredesoperaties. De grote vraag is of de partij van voormalige pacifisten, marxisten, radikalinski's en bevlogenen de fractie in de nieuwe lijn zal volgen.

Rosenmöller spreekt tegen dat GroenLinks pas in de Kosovo-oorlog afscheid nam van het pacifisme. ,,Al na de Golfoorlog in 1991, toen Saddam Hoessein een militaire campagne ondernam om de Koerden in het noorden van Irak uit te roeien, heeft de partij uitgesproken dat een grootschalige schending van mensenrechten een militaire interventie kan rechtvaardigen.''

Hoewel de breuk er dus al eerder was, erkent hij dat het standpunt dat de mogelijkheid inhield vuile handen te maken, pas echt werd beproefd in de Kosovo-oorlog. ,,Marijke Vos zei destijds dat het steunen van de Navo-actie tegen de Serviërs het moeilijkste besluit van de fractie was. Daarin had ze gelijk. Maar we namen dat besluit uit volle overtuiging, hoewel we op twee punten tegen ons eigen verkiezingsprogram ingingen. Er was geen mandaat van de VN en het ingrijpen in Kosovo was een pure Navo-aangelegenheid. Voor negen van de elf van ons was doorslaggevend dat het redden van mensenlevens belangrijker was dan de juridische legitimatie of ons concept van veiligheid en vrede. Voor een concept mag je nooit mensenlevens opofferen.''

Desondanks had hij in die periode het gevoel over een dun lijntje te lopen. ,,Joschka Fischer verdedigde de Kosovo-oorlog met de uitspraak: Nie wieder Krieg, nie wieder Auschwitz. Ik ben ook in die traditie opgevoed. Dan weegt de verantwoordelijkheid die je neemt voor het gebruik van militair geweld heel zwaar. We konden het volhouden, omdat het een weloverwogen keuze was. Je had toch het gevoel: we staan ergens voor, voor iets wat heel belangrijk is.''

Wat voor Rosenmöller zwaar meewoog was dat de schending van de mensenrechten in Kosovo reden was voor de Navo-actie, niet economische of territoriale belangen. ,,Heb ik dat eerder voortschrijdende beschaving genoemd? Er was sprake van langdurige onderdrukking van een bevolkingsgroep die niet te tolereren was. Alle diplomatieke en politieke middelen waren uitgeput. Dat motiveerde mij sterk. De kritiek luidde dat de Navo de reactie van de Serviërs had onderschat en het ingrijpen een contraproductief effect had. Wij hebben ons daar niet echt in vergist. We hielden er rekening mee dat het heftig zou worden. Wat ik belangrijker vind is dat ik tijdens bezoeken aan vluchtelingenkampen in Macedonië en Albanië, eind april en later in augustus, niet één Kosovo-Albanees ben tegengekomen die zei: Jullie hadden het niet moeten doen.''

Rosenmöller wil met het voorgaande duidelijk maken wat de fractie ertoe heeft gebracht, ten tijde van de Kosovo-crisis het eigen program te trotseren en, nu, met het anti-Navo-standpunt definitief korte metten te maken. Hij toont zich niet onder de indruk van suggesties dat het perspectief van de macht drijfveer zou zijn geweest om het standpunt over vrede en veiligheid te matigen. Tegenstanders in eigen kring wierpen dat de fractie woensdag op een discussieavond in Groningen voor de voeten.

,,Er wordt steeds van alles en nog wat over ons gezegd. Wij doen gewoon ons werk. De bezinning op het Navo-lidmaatschap is het gevolg van de wijze waarop wij hebben geopereerd. De omslag die wij in 1994 hebben gemaakt na het teleurstellende zetelverlies bij de verkiezingen, is heel belangrijk geweest voor de ontwikkeling van GroenLinks. Die uitslag bracht ons tot het besef dat een moderne progressieve partij alleen een invloedrijke rol kan verwerven als zij met doordachte, uitgewerkte alternatieven komt en een brug weet te slaan tussen idealisme en realisme. Maar een heel klein deel van het electoraat wil alleen idealisme of alleen realisme.''

,,Deze benadering heeft natuurlijk ook op het terrein van defensie consequenties. Hoewel wij het belang van de Verenigde Naties nog altijd heel groot vinden, moeten we toch bij onszelf te rade over de onmacht van de VN in internationale conflicten als 'Kosovo'. Er is op dit moment geen alternatief voor de Navo om in zulke conflicten te interveniëren en dat alternatief zal op de korte termijn, zeg zo'n tien jaar, nog uitblijven. Ook de VN bieden dat alternatief niet. Ik vind onze nieuwe benadering van de Navo een heel belangrijk punt. Nee, ik ben er niet aan toe het nu een halszaak te noemen. Anders hadden we onze nota geen discussie- maar een halszaaknota genoemd.''

De fractie van Rosenmöller spreekt in haar defensienota van de 'paradox' dat GroenLinks een organisatie die volgens het programma moet worden opgeheven, de Navo, tegelijkertijd steunt in militaire operaties om de vrede en veiligheid in Europa te herstellen. Maar van een paradox, een ogenschijnlijke tegenstelling, is in het verkiezingsprogramma geen sprake. Wél van een zichtbare. Door zowel voor vredesoperaties met militaire middelen te pleiten als voor opheffing van de Navo, erkent GroenLinks openlijk dat nu elk alternatief voor de Navo ontbreekt om een militaire macht op de been te brengen.

Rosenmöller: ,,Na de Navo-interventie in Bosnië in 1995 hadden we dat gebrek aan een alternatief al kunnen onderkennen en ik behoorde ook tot de GroenLinksers die vonden dat we dat moesten doen. Maar ik vind toch dat u niet helemaal recht doet aan de discussie in de partij. Na Bosnië erkende GroenLinks al dat de Navo daar een essentiële rol in het breken van de Servische macht had gespeeld. Maar GroenLinks wilde daar op dat moment nog geen algemene conclusie over het lidmaatschap van de Navo aan te verbinden. Dat heeft voor een deel te maken met ons verleden. GroenLinks en de partijen waaruit wij zijn voortgekomen, hebben vanouds en terecht een sterke weerstand tegen het blokdenken dat de Navo zolang heeft getypeerd. We trekken nu de consequenties uit het wegvallen van de blokken en de verbeterde relatie tussen Navo en Rusland. Maar dat betekent niet dat we ons geen zorgen meer maken over de dominantie van de VS in de Navo. We blijven pleiten voor een grotere Europese rol in het bondgenootschap, voor een verdere versterking van de band met Rusland, voor een afscheid van de kernwapendoctrine.''

Op de partijraad over de Kosovo-oorlog namen afgevaardigden woorden over de Navo in de mond die aan de hoogtijdagen van pacifisme en anti-Amerikanisme deden denken, zoals 'Navo-progaganda' en 'Navo-agressie'. Rosenmöller beaamt: ,,Dat komt wat star over, ja. Dat is niet mijn denkwereld van dit moment. Maar vergeet niet dat op de raad een man van zeventig aan het woord was die al heel lang in het Navo-verzet actief is. In de partij hebben we natuurlijk mensen die al heel lang in één richting denken. Zij hebben moeite van die richting los te komen en de ontwikkelingen in de wereld na de val van de Muur op hun merites te wegen. Toch probeer ik ook hen te begrijpen en een ingang voor mijn argumenten te vinden.''

Hij is het ermee eens dat de beslissende omslag in GroenLinks de acceptatie van het gebruik van geweld is. ,,Natuurlijk, dat is het wezenlijke keerpunt. GroenLinks is het over de twee belangrijkste zaken eens. Twee dingen zijn van belang. In de eerste plaats vinden wij dat de internationale gemeenschap véél meer moet doen aan het voorkómen van conflicten. De politiek en organisaties die zich toeleggen op de-escalatie, zoals de OVSE, komen nu pas in beeld als het eigenlijk al te laat is en de slachting is begonnen. Maar, dat is het tweede punt, als een conflict onverhoopt onvermijdelijk is, kunnen we niet met de rug naar de wereld gaan staan. We moeten dan de verantwoordelijkheid voor een militaire interventie durven aanvaarden. Zonder meer blijft een juridische legitimatie door de VN belangrijk, maar de VN kunnen door het vetorecht van de leden van de Veiligheidsraad ook besluiteloos zijn. En wie voert dan zo'n militaire interventie uit? In de omstandigheden van dit moment zullen dat Navo-troepen zijn.''

GroenLinks neemt met zijn aanvaarding van de Navo een van de laatste struikelblokken weg voor het dragen van regeringsverantwoordelijkheid. Rosenmöller beklemtoont dat dit 'uiteraard' niet de drijfveer van de fractie is geweest. Niettemin zal van het gewijzigde Navo-standpunt de kans tot de regering door te dringen wél vergroten. Rosenmöller zegt dat er pas sprake van regeren kan zijn, als anderen de partij vragen mee te doen. ,,We gaan niet ons handje ophouden. Bovendien zitten de anderen echt niet op ons te wachten. Je moet electoraal en inhoudelijk zo sterk zijn, dat anderen zeggen: die gasten hebben we nodig.'' De vraag hoeveel kamerzetels in zijn ogen minimaal noodzakelijk zijn, vindt hij niet echt relevant, omdat veel afhangt van de krachtsverhoudingen die na de volgende verkiezingen ontstaan.

Hij spreekt tegen dat regeren met CDA of VVD voor GroenLinks lood om oud ijzer is. Toch weigert hij nu een voorkeur voor een van beide uit te spreken. ,,Programmatisch is de afstand tot de VVD groter dan tot het CDA. Maar er spelen meer zaken mee, zoals de politieke cultuur van een partij, de manier waarop ze met anderen omgaan, de consistentie. In mijn tijd als vakbondsman in de haven heb ik in de keiharde onderhandelingen met de havenbaronnen geleerd dat je beter te maken kunt hebben met een tegenstander die hard en duidelijk is dan met een opponent die soft is en zwabbert. Met het CDA zijn er raakvlakken in onze visie op burgers en maatschappelijke organisaties en we zijn het erover eens dat onder paars de marktwerking is doorgeslagen. Bij de VVD is het dogma van de vrije markt nog steeds dominant, maar die partij heeft wel een duidelijk profiel. Je weet wat je aan de VVD hebt. Van het CDA is nog altijd onduidelijk in welke richting het zich beweegt. Als je kijkt naar de cultuur, is de PvdA weer niet erg aantrekkelijk. Daar hoor je steeds: Kok is tegen. . . Dat betekent daar dan: einde discussie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden