OP WEG NAAR DE ELEKTRONISCHE KRANT

U staat 's ochtends op en loopt naar beneden. Niet naar de voordeur, waar zojuist geen krant door de brievenbus is gevallen, maar naar de telefoon, waar u een klein plastic kaartje in een gleuf schuift. Via een speciale verbinding wordt het kaartje, niet groter dan een creditcard, volgeschreven met digitale informatie. U loopt met uw kaartje naar de ontbijttafel, waar u het in een apparaat steekt, zo dun als een schrijfplank en zo licht als een pocketboek. Een platte monitor waarop een update van het allerlaatste nieuws verschijnt, compleet met kleurenfoto's, de weerkaart en, wie weet, een clipje met de hoogtepunten van de voetbalwedstrijd van de vorige avond.

Het Bedrijfsfonds voor de Pers organiseerde deze week een bijeenkomst onder de titel 'Het bedreigde debat?!' Zal de gedrukte krant worden ingehaald door de elektronische media, en zo ja: welke gevolgen zal dat hebben voor het publieke debat? De Amerikaanse sprekers, want daar gebeurt nu eenmaal alles veel eerder dan hier, waren het eens: elektronisch uitgeven is geen science fiction, maar realiteit. Zij demonstreerden daarbij twee voorbeelden van de elektronische krant.

De 'Daily Me', ontwikkeld door het Media Laboratory van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), is een taylormade krant, waarbij het idee van een centrale redactie die informatie selecteert is verlaten. De inhoud van de 'Daily Me' wordt door de lezer zelf bepaald en is afkomstig uit het enorme informatieaanbod dat zich aandient op de digitale snelweg. Om de 'Daily Me' te lezen neem je plaats voor je eigen pc.

De 'Knight-Ridder Current', ontwikkeld door een van de grootste krantenuitgeverijen in de VS, Knight-Ridder, gaat nog een stapje verder. Hier zit de lezer niet meer gekluisterd aan het onhandige computerscherm, maar lees je de krant op het bovenbeschreven platte, draagbare LCD-scherm, dat volgens de ontwerpers over twee tot drie jaar voor zo'n 400 gulden in de winkel ligt. De kosten zullen rond of zelfs onder het bedrag liggen dat je nu kwijt bent aan een abonnement op de krant. Dat uitgevers op den duur overstappen van gedrukte naar elektronische kranten is volgens Roger Fidler, directeur van het Knight-Ridder Information Design Laboratory, een kwestie van tijd. Op dit moment zit zo'n dertig procent van de produktiekosten van de krant in het drukken en papieraanschaf. Fidler: “Die kosten kunnen straks gebruikt worden om de inhoud van de krant te verbeteren.”

Voldoet de huidige krant dan niet meer? Jawel, maar als het gaat om de snelheid, dan loopt de krant steeds meer achter bij 'snelle' media als de televisie en de computer, waar je via on-line informatiediensten (zoals teletekst) tot op de laatste minuut het nieuws kunt bijhouden. Fidler: “Het nieuws in de krant is door het omslachtige produktieproces meestal het nieuws van gisteren.” De krant moet bovendien steeds meer opboksen tegen de omvang van het informatieaanbod op de elektronische snelweg.

VIDEOCLIPS

Zodra je de elektronische krant van Fidler gaat 'lezen', door met een elektronische pen artikelen aan te stippen, komt de pagina tot leven. Onder de oppervlakte blijken meerdere informatielagen te liggen, die als hypertekst in de krant zijn verwerkt. Deze dienen zich niet alleen aan als geschreven tekst, maar ook als videoclipjes met bewegende beelden en geluid. De krant wordt dan ineens een tv-toestel.

Voor de uiterlijke vermomming als krant heeft Knight-Ridder bewust gekozen. Fidler: “Als je komt met een nieuwe techniek als deze, moet die voor de consument niet al te intimiderend zijn. Iedereen weet hoe je de krant moet lezen, de elektronische krant zit net zo in elkaar. Je kunt erin 'bladeren', je kunt alleen de koppen lezen. Je hebt geen ingewikkelde handleiding nodig om dat te begrijpen. We zijn uitgegaan van het principe van de traditionele krant, want waarom zou je een concept waarin 300 jaar ervaring is geïnvesteerd zomaar weggooien?”

Blijft de vraag of al die extra informatie per definitie ook altijd een betere krant oplevert. Wil de lezer wel overspoeld worden door een dergelijke digitale lawine? Als je je door alle informatie op Internet heen zou moeten worstelen, ben je minstens drie maanden bezig om één onderwerp te 'coveren'.

Het digitale informatieaanbod is een mer à boire. Het is wat Jan van Cuilenburg, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, de 'informatieparadox' noemt. “Het gevaar dat door de overproduktie aan informatie juist een tekort aan duiding optreedt.” Of zoals Wout Woltz, oud-hoofdredacteur van NRC/Handelsblad en hoogleraar persgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, beweert: “Een van de voorspelde voordelen van Internet is, dat er enorme hoeveelheden informatie ter beschikking komen. De burger die iets wil weten, kan vrijelijk in archieven en databanken snuffelen om zijn keuze te maken uit miljoenen documenten. Dat klinkt ideaal, complete openheid. Maar dat kan juist belemmerend werken: in cyberspace worden de mogelijkheden om essentiële informatie te begraven in miljoenen documenten aanzienlijk groter dan nu.”

Het gaat bij het maken van kranten niet zozeer om de hoeveelheid informatie, alswel om de kwaliteit. De lezer heeft meer behoefte aan een duidelijke analyse van twintig regels dan aan een overvloed van ongestructureerde gegevens. Als het gaat om de toekomst van de krant lijkt daar dan ook de belangrijkste taak te liggen. Harry Lockefeer, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, ziet daarin een nieuwe rol voor de journalist. “Weet wel wat er gebeurt, als je straks die hele massa van cyberspace, of liever gezegd cyberchaos, als journalist over je heen krijgt. Hoe ga je met zo'n groot informatie-aanbod om? Het is de kunst om in die enorme maalstroom naar die arme burgers toe op te treden als intermediair. Om die hoeveelheid zó samen te vatten dat ze het nog begrijpen ook.”

VERDIEPING

De taak van de journalist zal veranderen. De verslaggever zal zich steeds meer moeten bewijzen als iemand die selecteert, concipieert en analyseert. Zoals Jan Greven, hoofdredacteur van Trouw, opmerkt: “Van de journalist zal steeds meer worden verwacht. Aan de ene kant die aandacht voor het nieuws, aan andere kant die analyse en verdieping.” Want juist die verdieping, de zingeving, dat is waar het in de toekomst om draait. Daarmee zal de krant zich in het enorme medialandschap kunnen profileren en bewijzen. Woltz: “NRC/Handelsblad brengt een andere wereld binnen dan Trouw of Het Parool. Ik verbeeld mij dat de Volkskrant anders ruikt dan de NRC.” De krant is niet alleen een informatiebank, maar ook een brand identity. Het is de geaccepteerde huisgenoot, het clubje mensen dat je vertrouwt in hun selectie van het nieuws en waar je graag bij wilt horen.

Woltz: “Het is ook zo comfortabel om een groep mensen, die zich in dat vak bekwaamd hebben, elke dag een betrouwbare, maar ook niet helemaal voorspelbare selectie te laten maken. Het aardige van de krant is dat men krijgt wat men wil, en ook wat men eigenlijk niet, maar achteraf toch ook weer wèl wilde. Ik wil graag verrast worden, bij een elektronische krant moet je je eigen verrassingen organiseren. Ik vind het geen deprimerende, maar zelfs wel een aangename gedachte, dat wanneer ik, met een glaasje drank naast mij, de avondkrant lees, honderdduizenden anderen dat ook doen.” Elektronisch informatie consumeren is volgens Woltz een eenzame bezigheid. “Het klinkt sensationeel, dat hyper-individualisme. Je kunt de buitenlanddienst van de Herald Tribune nemen, de kunst van NRC/Handelsblad, de roddels uit de Telegraaf, sport uit de Times en de Volkskrant, je kiest je eigen columnisten. Maar de lezer hoort nergens meer bij, hij neemt minder of niet deel aan de collectieve opwinding. Want hoe meer er beschikbaar is, des te groter de kans dat men iets mist.”

Elektronische media zullen daardoor steeds minder fungeren als gemeenschappelijke podia waar burgers elkaar kunnen ontmoeten, is de voorspelling. Gedeeltelijk is dat te wijten aan veranderingen in de maatschappij zelf. Greven: “Onze samenleving is de afgelopen decennia nu eenmaal geëvolueerd van een samenleving gebaseerd op voorgevormde ideeën, naar een samenleving gebaseerd op individuele waarden. Het is de vraag in hoeverre men nog behoefte heeft aan dit soort voorgevormde ideeënpakketten.” Toch zou Greven het 'armzalig' vinden wanneer dat zou verdwijnen. “Zonder gemeenschappelijke informatie-ervaring wordt niet alleen het contact met vrienden moeilijk, maar verschraalt ook het maatschappelijk debat”, vindt ook Woltz. “De oude verzuilings-situatie in Nederland had veel nadelen, maar wel het voordeel dat mensen zich geborgen voelden in een sociale structuur. Daarbij hoorde en hoort ook het lezen van een bepaalde krant, daar werd men 'lid' van. Wie een krant kiest, beschrijft daarmee zijn eigen identiteit.”

Toch zou het dom zijn om daarmee de huidig ontwikkelingen te negeren. Woltz: “Nieuws als grondstof zal goedkoop, sneller en in grote hoeveelheden ter beschikking komen. Dat ruwe materiaal moet bewerkt worden en daarin schuilt de toegevoegde waarde. Ook voor kranten. Nieuws dat alom beschikbaar is en dat niet verwerkt kan worden, waaraan dus geen waarde kan worden toegevoegd door eigen analyse en commentaren, blijft laagwaardig en moet verdwijnen.” Als voorbeeld noemt Woltz de grijze pagina met beursberichten die iedere dag in de krant verschijnt en die je inderdaad veel beter via elektronische diensten zou kunnen verspreiden. Woltz: “Krantenredacties kunnen zich dan concentreren op wat de essentie van het vak was en is: analyseren, interpreteren. Orde scheppen in de chaos.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden