Op vakantie naar een dictatuur

Ondanks het dictatoriale bewind van president Mugabe trekt het toerisme in Zimbabwe weer iets aan. Reizigers zien niet wat het probleem is: het eten is goed, de wegen begaanbaar en de Zimbabwanen aardig.

Vanaf het terras van het statige Victoria Falls Hotel is de brug over het ravijn van de Zambezi goed te zien. Daarachter stort de rivier zich 100 meter in de diepte over een breedte van 1,7 kilometer. Vanuit hun luie rieten stoel kunnen de rijke toeristen, terwijl zij rond drie uur een uiterst Britse high tea krijgen geserveerd, zien hoe de beroemde Victoria Falls enorme waterwolken vormen. Op het gazon draaien de sproeiers, en wappert de vlag van Zimbabwe.

Ober Noel Chiwura werkt hier al 26 jaar. De goedkoopste kamer doet 295 dollar, een suite 772. Voordat in 2000 de mensenrechtencrisis in het land begon, zat het hotel meestal voor 80 procent vol. „Inmiddels is dat nog maar zo’n dertig procent”, zegt Chiwura. In de jaren negentig landden er dagelijks zes vluchten in het stadje, vandaag had de enige vlucht uit Harare uren vertraging. ’Een technisch probleem’ volgens Air Zimbabwe. ’Brandstoftekort’ meent een hotelmanager die ook heeft zitten wachten. Het vrij nieuwe, ruime en schone Harare international airport is opvallend leeg.

Het regime van president Mugabe werd na bijna verloren verkiezingen in 2000 steeds gewelddadiger. Mugabe pakte oppositieleden keihard aan, zijn milities jaagden de meeste blanke boeren van hun land, en vorig jaar werden talloze sloppenwijken verwoest. Het plan om het Zuid-Afrikaanse Krugerpark, het Zimbabwaanse Gonarezhou en een deel van Mozambique om te vormen tot één groot transnationaal park, gaat niet door omdat de zogenoemde ’oorlogsveteranen’ Gonarezhou zijn binnengetrokken en daar wonen en stropen.

Dat het toerisme naar Zimbabwe evenredig aan het geweld is ingestort, blijkt ook aan de rand van Victoria Falls Hotel. Een prachtige bush-wandeling naar de watervallen verandert al snel in een nachtmerrie door een niet aflatende groep souvenirverkopers. Stuk voor stuk zeggen ze vandaag nog niks gegeten te hebben. Dat kan goed kloppen doordat veel Zimbabwanen zich nog maar één maaltijd per dag kunnen veroorloven.

Toeristen kunnen zich in ’Vic Falls’ (door ’ontdekker’ Livingstone in 1855 vernoemd naar koningin Victoria) uitleven in een compleet adrenaline-pakket: abseilen en

bungyjumpen in het ravijn, raften op de stroomversnellingen, olifantrijden en helikoptertoeren. Maar alle zakenlui in de branche en de vele lokale gidsen klagen over gebrek aan klandizie, en sommige lodges hebben maar één gast.

„Dat terwijl het eind jaren negentig heel moeilijk was in Vic Falls een hotel te vinden. De landelijke bezettingsgraad van hotels is nu 22 procent, waar het 80 moet zijn”, zegt Govert de Jong, manager bij Nyati Travel & Tours, een reisbureau in Harare. Van zijn oorspronkelijke werk voor Nederlandse touroperators die met groepen naar Zimbabwe reisden, is nog maar tien procent over. „Het eerste waar toeristen naar kijken is de veiligheid, want waarom zouden zij risico nemen? Anderen willen deze economie niet steunen. Per e-mail vragen mensen die hier gewerkt hebben als arts of leraar of er benzine te krijgen is.” Achteraf zijn veel toeristen blij verrast, omdat het land zo mooi is, en de antiblanke gevoelens meevallen.

Voor wie geld heeft zijn de hotels, de safari’s en het eten zelfs zo goed, dat je als toerist zou denken dat het prima gaat in Zimbabwe. Zoals het Californische echtpaar Connors, dat drie weken met een groep rondreist door wildparken in Botswana, Namibië, Zambia en Zimbabwe. In de chique Llala-lodge in Vic Falls logeren een paar van die groepen welgestelde Amerikaanse gepensioneerden. Zij weten amper waar ze zijn, laat staan dat ze de nationale politiek volgen. Vriendelijk maar beslist wimpelen ze tijdens hun wandeling door Vic Falls diverse straatverkopers af.

Dat minister Condoleezza Rice Zimbabwe schaart onder ’schurkenstaten’, net als Noord-Korea en Iran, is meneer Connors ontgaan. „Onze minister heeft dat gezegd?”, vraagt hij licht verbaasd. Het echtpaar vindt de Zimbabwanen aardig, en hoopt met deze reis toch ook de lokale bevolking te steunen.

Een Haags stel van 32 jaar eet deze avond ook in Llala-lodge. Inge en Tom maken een wereldreis, die onlangs in Harare begon, omdat daar vrienden wonen. Deze Nederlanders gaan er eens goed voor zitten om uit te leggen waarom ze toch naar een dictatuur op vakantie gaan. Tom: „Meestal gaan we vrienden opzoeken, om dan via uitgebreide gesprekken over politiek en economie het land te leren kennen. Zo haal je er meer uit, en begrijp je het beter als je na terugkeer de krant leest.”

„Wij bedenken eerst het land waar we heen willen, en denken niet direct aan het regime”, zegt Inge. Verband tussen toerisme en in stand houden van een regime bestaat volgens het tweetal niet. „We hebben zelfs Cuba bezocht omdat Castro nog leeft, want na hem zal het eiland heel anders worden.”

Ze zijn er zich van bewust dat het instorten van het toerisme bijgedragen heeft aan het internationale isolement waarin Zimbabwe momenteel verkeert. En omdat het een van de economische pijlers van het land was, doet dat Mugabe ook pijn in zijn portemonnee. Toch denken zij dat het niet verkeerd is dat de toeristen terugkeren. „Je weet dat een deel van je geld naar de overheid gaat en dus in de verkeerde zakken terechtkomt. Toch gaat ook een deel naar de bevolking, en dat zijn degenen die als eerste lijden onder de crisis”, brengt Tom daar tegen in.

De Hagenaars schrokken vorig jaar erg van tv-beelden van massale verwoestingen van krottenwijken in Zimbabwe. Zoals de Nederlandse touroperator al aangaf, bleek die schrik echter vooral de eigen veiligheid als toerist te betreffen. „Waarom komt de bevolking eigenlijk niet in opstand?”, vraagt Inge. „Zijn ze soms al te murw geslagen?”

Govert de Jong verklaart de passiviteit van de Zimbabwanen over de crisis uit hun afkeer van conflicten. Hij verkoopt met zijn bedrijf nu vooral vliegtickets voor ambassades en hulporganisaties en richt zich meer op het binnenlands en regionale toerisme. Zwarte ondernemers hebben de hotelketens ZimSun en Rainbow overgenomen, veel blanken in de branche hebben het land verlaten. Met lede ogen heeft De Jong aangezien hoe Zuid-Afrika in het toeristische gat is gesprongen. ’Kom naar Zuid-Afrika en bezoek Victoria Falls’ is hun motto. Kwaad werd hij toen dit jaar ook buurland Zambia zich in reclames op de internationale nieuwszender CNN presenteerde als the home of Victoria Falls’. „Want de watervallen zijn bekend, maar westerlingen weten vaak niet in welk land het ligt.”

Ondanks de crisis vindt De Jong dat toeristen gerust kunnen komen, omdat de bedrijfstak uit privébedrijven bestaat die voor werkgelegenheid zorgen. „Bovendien is het land bijzonder toegankelijk, zijn de mensen vriendelijk, en spreekt bijna iedereen Engels. In tegenstelling tot de landbouw bestaat de infrastructuur nog wel. Hotels, autoverhuur, nationale parken, het ministerie van toerisme, goede wegen; het is er allemaal nog.” Wel relatief nieuw zijn de tekenen van crisis: avond na avond stroomuitval in de grote steden en gebrek aan benzine in het hele land.

Als bestuurslid van de toerismeraad verzon De Jong de slogan ’Verrassend beter’ om het Zimbabwaanse imago op te krikken. „Met ’Afrikaans paradijs’ of zoiets kun je natuurlijk niet aankomen. Veel zwarte Zimbabwanen schamen zich over hoe diep hun land is gezonken.” De raad wil nu in samenwerking met de minister van toerisme een offensief inzetten, onder andere bij de Europese ambassades. De groep vernieuwers in regeringspartij Zanu-PF die weer een brug naar het Westen wil slaan, is volgens De Jong groter dan de hardliners rond president Mugabe.

Zijn Nederlands optimisme wordt gedempt door advocate Beatrice Mtetwa. Ook het rechtssysteem is na 2000 ingestort en sindsdien heeft Mtetwa veel journalisten en de inmiddels gevluchte parlementariër Tony Benn verdedigd. In haar woning in de wijk Mount Pleasant in Harare zegt zij: „Natuurlijk hebben wij toerisme nodig, maar dat kan pas op gang komen als de rest werkt. Hoe kom je bij de watervallen als er geen benzine is?”

Nog belangrijker is dat het de leiding vooralsnog de politieke wil ontbeert om met één stem te spreken. „Je kunt het niet de minister van toerisme in zijn eentje laten opknappen. Want zolang Mugabe schreeuwt, staat de minister ook machteloos.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden