Op straat is het nog slechter

Bed, bad en brood, dat krijgen vreemdelingen in een bunker in Lausanne. Een oplossing voor de problemen is het niet.

Er gaat haast geen week voorbij of Pim Fischer staat wel ergens in een rechtbank in het land de belangen van een op straat belande vreemdeling te behartigen. Of het om een Somaliër, Azerbeidzjaan, Soedanees, Libiër of Jemeniet gaat - dat maakt de Haarlemse advocaat niet uit.

Net zoals het hem vrij weinig kan schelen of die vreemdeling volledig uitgeprocedeerd is, toch nog pogingen onderneemt om een verblijfsvergunning te bemachtigen, of hoe dan ook weigert om terug te keren naar zijn land van herkomst. Met vreemdelingenrecht houdt hij zich meestal niet bezig. In discussies over de vraag of dat herkomstland veilig genoeg is, mengt hij zich doorgaans niet. De vraag of het bieden van opvang aan illegale vreemdelingen een aanzuigende werking heeft, lijkt hij weinig interessant te vinden.

Het gaat Fischer om mensenrechten. Dat is een kwestie van fatsoen, zegt hij daarover. "Het is toch vrij normaal om mensen niet op straat te laten leven. Dat doe je gewoon niet, in een vrije, westerse samenleving."

Dus dat er in Amsterdam een leegstaande parkeergarage is waar inmiddels een kleine anderhalf jaar zo'n 120 mannen in gore omstandigheden bivakkeren - dat deugt niet, vindt Fischer. Daar strijdt hij tegen. Onvermoeibaar pleit hij voor betere omstandigheden. Beter dan de koude, betonnen parkeergarage, waar de bewoners met lakens nog wat privacy hebben geprobeerd te creëren. De elektriciteit hapert. Het stinkt er. Er wordt gevochten, vooral als de mannen - er wonen alleen mannen - gedronken hebben. De gemeente Amsterdam wil dat deze Vluchtgarage wordt ontruimd.

Daar stak de rechter vorige maand nog een voorlopig stokje voor: de groep mag in ieder geval tot 1 mei blijven zitten. Niet dat de mannen in de garage zo graag in het pand willen blijven, maar ze hebben wel een plek nodig. Wat ze vooral willen, is betere opvang. Een schone locatie, een schoon bed, een paar maaltijden per dag, een douche.

Dranghekken

Dat met zo'n opvang de problemen nog lang niet verdwenen zijn, laat de Zwitserse documentaire 'The Shelter' ('L'Abri') zeer indringend zien. Maandenlang liep filmmaker Fernand Melgar rond in de nachtopvang in de Zwitserse stad Lausanne. Elke avond weer verzamelt zich daar een grote groep vreemdelingen: van Roma tot Senegalezen. Recht op opvang hebben ze niet. Allemaal hopen ze - avond in, avond uit - op een plekje in de nachtopvang. Niet dat ze er graag zijn, maar er is nu eenmaal niks anders.

De bunker, noemen ze 'm. Het is een betonnen, ondergronds complex. Eenvoudig ingericht. Een eetzaal, een paar slaapzalen, een keuken, wat sanitair. Meer niet. Een soort Vluchtgarage, maar dan schoner en warmer. En met beveiligingspersoneel.

"Dit is toch geen leven", zeggen twee donkere mannen als ze zich rond half tien 's avonds voegen bij de groep die al voor de ingang van de nachtopvang staat te wachten. "Wie had gedacht dat we hier zouden belanden. Op straat."

Vijfenveertig mensen mogen er elke avond naar binnen - tot het écht koud wordt, dan gaat de capaciteit tijdelijk omhoog naar zestig plekken. Maar elke avond weer verdringen zich veel meer vreemdelingen bij de ingang. Dranghekken zijn nodig om de groep in bedwang te houden. Niet omdat de opvang zo paradijselijk is. Wel omdat het er op straat nóg slechter aan toe gaat. En kouder is vooral. De worsteling van het personeel van de bunker met de beperkte capaciteit is elke avond hevig. Wie laten ze binnen, en wie niet?

Een Roma-gezin komt op een avond te laat om nog naar binnen te kunnen. Daarom slapen ze in hun auto - vader, moeder, twee dochtertjes. De volgende ochtend staat de vader extra vroeg op, in het donker nog, om wat brood bij de bunker op te halen. De dag brengt hij bedelend door, net als zijn vrouw. Hun dochters hangen de hele dag rond in een speelhal in de buurt.

Hoe gaan we om met mensen die hier eigenlijk niet mogen zijn? Hoe verhouden we ons tot hen? Dat is wat Pim Fischer bezighoudt. En dat is waar 'The Shelter' over gaat. Die vragen leveren altijd een worsteling op. Want of vreemdelingen hier nou mogen zijn of niet, en of we daar nou blij mee zijn of niet - ze zíjn er. "Eigenlijk kan ik niemand buiten laten staan", zegt een van de bunkermedewerkers. En toch moet het, bezweert zijn leidinggevende. "Straks zeggen al die vreemdelingen tegen elkaar: er is plek in Lausanne, laten we daar met z'n allen naartoe gaan."

Het is precies dat argument dat ook staatssecretaris Teeven aanvoert als hij stelt dat het bieden van bed, bad en brood geen goed idee is.

Ook wie weigert terug te keren moet opvang krijgen

In november vorig jaar behaalde advocaat Pim Fischer een daverende overwinning. Het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa deed een belangrijke uitspraak: de Nederlandse overheid moet ervoor zorgen dat niemand in het land verstoken blijft van voedsel, kleding en onderdak. Dat geldt ook voor afgewezen asielzoekers. Die moeten worden opgevangen, in plaats van op straat gezet. De uitspraak volgde op een klacht van de Protestantse Kerk in Nederland, een kleine twee jaar geleden. De kerk, bijgestaan door Fischer, vindt dat Nederland vreemdelingen zonder verblijfspapieren moet beschermen in plaats van ze op straat te zetten. Het ECSR, dat waakt over het Europees Sociaal Handvest, een internationaal mensenrechtenverdrag, gaf de kerk dus meer dan gelijk. Want het comité beperkte zich niet tot vreemdelingen. Níemand mag verstoken blijven van voedsel, kleding en onderdak, zegt het ECSR.

Of het om vreemdelingen gaat die nog met asielprocedures bezig zijn, of weigeren terug te keren naar hun herkomstland, of om allerlei redenen niet kúnnen terugkeren, doet er voor het ECSR niet toe. Om te voorkomen dat de menselijke waardigheid wordt aangetast, heeft iedereen recht op basale voorzieningen als bed, bad en brood.

Niet lang na die uitspraak - waar staatssecretaris Teeven overigens helemaal niet blij mee is, hij volgt 'm voorlopig ook niet echt op - besloot de gemeente Amsterdam een locatie voor nachtopvang te openen. Op die plek wordt bed, bad en brood geboden. Wie eigenlijk geen recht op opvang heeft, kan er 's avonds en 's nachts terecht voor een avondmaaltijd, een bed, een douche en een ontbijt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden