Review

Op Spitsbergen waren Hollandse walvisvaarders twee eeuwen actief. Hun mutsen en broeken gaan nu het museum in.

Het begon ruim vijfentwintig jaar geleden met een expeditie naar Spitsbergen, een avontuur dat iets weg had van 'Zeven jongens en een oude schuit'. Maar het was een heuse wetenschappelijke expeditie van het Arctisch Centrum in Groningen naar de streek waar Nederlandse walvisvaarders in de 17de en 18de eeuw gebivakkeerd hebben. Daar, op en rond de Koele Kusten, zou onderzoek worden gedaan naar nederzettingen uit de tijd van de walvisvaart, naar traankokerijen en begraafplaatsen van de Nederlanders en naar hun leefpatroon in het ijzige noorden.

De expeditie, die nog enkele malen een vervolg kreeg, werd een succes. Opgravingen leverden veel informatie op. Zoals in 1979 al in het eerste persbericht stond, gaf 'de met zoveel legenden omgeven walvisvaart enkele raadsels aan de wetenschap prijs'. De inzichten konden worden bijgesteld, de verhalen anders verteld. En de archeologische voorwerpen die in de walvisvangstnederzetting Smeerenburg ('Blubberstad' vanwege het walvisvet) werden gevonden, vormden een bijzondere collectie, waar onderzoekers van het Arctisch Centrum de handen vol aan zouden krijgen.

Morgen wordt de Smeerenburgcollectie door het Arctisch Centrum overgedragen aan Noorwegen en brengt het schip van de Noorse gouverneur van Spitsbergen verreweg de meeste gevonden voorwerpen terug naar de Noordelijke IJszee. Een deel wordt tentoongesteld in het Svalbard Museum in Longyearbyen, een ander deel gaat het depot in. Wat achterblijft in Nederland, krijgt een plaatsje in het Rijksmuseum of blijft nog enige tijd onderwerp van studie; maar dat is maar een schijntje.

Louwrens Hacquebord, bijzonder hoogleraar Arctische en Antarctische Studiën in Groningen en in 1979 leider van het onderzoeksteam, vindt het niet meer dan logisch dat de Smeerenburgcollectie weer terug gaat naar Spitsbergen. “De voorwerpen zijn uit en te na bestudeerd. Alles is door onze handen gegaan. Er hebben verschillende mensen aan gewerkt. Die zijn op die studie gepromoveerd of gaan dat nog doen. Leer, textiel, ijzer, aardewerk - alles is beschreven, gefotografeerd en getekend. Er zijn mooie publicaties gemaakt. We hebben nu een goed beeld over de vaak moeilijke omstandigheden, waaronder de Nederlanders daar hebben gezeten. Wat ons betreft, kan de collectie naar het museum.“

In het verleden was afgesproken, dat de voorwerpen voor de helft naar Spitsbergen zouden terugkeren en voor de andere helft in het Rijksmuseum terecht zouden komen, zegt de archeoloog Hacquebord. “Maar dat bleek toch lastig. Veel voorwerpen hebben we maar in enkelvoud gevonden: hoe verdeel je zoiets? Uiteindelijk is ervoor gekozen om het overgrote deel terug te brengen naar Spitsbergen. Je kunt het complete historische verhaal het beste vertellen in samenhang met de vindplaats. Hier in Nederland zouden de voorwerpen toch weggestopt worden in een klein hoekje, want Spitsbergen heeft lang niet die emotionele lading als Nova Zembla met de overwintering van Willem Barentsz. De walvisvaarders van Smeerenburg hebben voor hun boterham wel hard gewerkt en in barre omstandigheden, maar zijn onbekend gebleven. Dan heb ik liever, dat zij op Spitsbergen een prominente rol krijgen. De eerste tweehonderd jaar van de lokale geschiedenis is grotendeels bepaald door de aanwezigheid van Nederlandse walvisvaarders, die traanovens op het land bouwden en naderhand het spek van de walvis aan boord van de schepen tot traan kookten. De beste manier om dat verhaal te vertellen, is op Spitsbergen zelf. Weliswaar wonen daar maar duizend mensen, maar er komen dertig- tot veertigduizend toeristen per jaar. Die gaan allemaal in Longyearbyen aan land en krijgen in het museum te zien wat de Nederlandse bemoeienis met de historie van Spitsbergen is geweest. Beter kun je niet hebben.“

Volgens Hacquebord is het belangrijk dat de Nederlandse aanwezigheid in de poolstreek meer aandacht krijgt, want de Noren drukken die in zijn visie steeds naar de achtergrond. Sinds zijn eerste expeditie naar Spitsbergen zag hij het gebied vernoorsen. “Zelfs de naam is steeds verder weggedrukt. De Noren spreken systematisch van Svalbard. Dat vind ik niet terecht en ik heb me, zolang ik daar als wetenschapper actief ben, altijd tegen verzet. De originele naam is Spitsbergen, door de Nederlanders aan de hele archipel gegeven. Ook hebben de Noren de neiging hun eigen aandeel in de geschiedenis van Spitsbergen erg over te belichten. En al die plaatsen waar de Nederlanders hebben gezeten, zoals Amsterdam-eiland en Zeeuwsche Uytkyck, zijn nauwelijks zichtbaar meer. De historie van Spitsbergen is geen Noorse, maar een internationale geschiedenis - tot op de dag van vandaag. Het gebied is in 1920 bij het Spitsbergen-traktaat in Parijs onder Noorse soevereiniteit geplaatst, maar elk aangesloten land kan daar actief zijn. Dat gebeurt ook. Zo doen biologen en weerkundigen onderzoek en exploiteren de Russen kolenmijnen.“

Geen beter tegenwicht tegen een eenzijdig beeld van Spitsbergen dan het exposeren van de Smeerenburgcollectie. Schoenen met inlegzooltjes van vilt of hout, kniekousen, knopen van been en tin, gebreide mutsen van de walvisvaarders (kunnen zo in de etalage van De Bijenkorf), een platte breedgerande hoed van leer, wijde werkbroeken die bij het afspekken van de walvis over de wollen kniebroek werden gedragen, tabakspijpen, kookgerei en serviesgoed.

Hacquebord: “Het zijn de bezittingen van de gewone man, ze vormen bepaald geen rijke collectie. Onder de voorwerpen die uit dezelfde tijd in Nederlandse stadskernen zijn gevonden, zitten veel mooiere exemplaren. De walvisvaarders namen echt geen luxe mee. De twee ivoren leeuwtjes die op een mesheft zaten, zijn nog de meest waardevolle dingen. De textielcollectie is wel bijzonder, omdat die in de polaire omstandigheden veel beter bewaard is gebleven. Het meeste aardewerk is kapotgevroren; daarvan hebben we in Nederland veel mooier spul. Maar het was ook niet onze eerste opzet om een mooie collectie te verzamelen. Het ging om het historische verhaal van Spitsbergen en de rol van de Nederlandse walvisvaarders daarin. En dat kunnen wij nu vrij compleet vertellen.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden