Review

Op spijzen in de hemel valt niet te knabbelen

Ton Anbeek, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde, heeft ooit de vraag gesteld of het niet vreemd is dat Ethel Portnoy nooit een 'allochtoon auteur' wordt genoemd. De vraag stellen is haar beantwoorden. Alleen al vanwege de letterlijke betekenis van allochtoon zou Portnoy (1927) voor deze typering in aanmerking komen. Ze is in Philadelphia geboren en woonde jarenlang in Frankrijk voordat ze zich in Den Haag vestigde. Daarnaast bekijkt ze de wereld met de blik van de buitenstaander, maar misschien is dat wel het kenmerk van elke essayist -allochtoon of autochtoon.

Ze mag dan niet erkend zijn als literaire vreemdeling, een ietwat vreemde essayist is Portnoy wel. Niet zo knettergek als Charlotte Mutsaers maar toch gek genoeg om de wereld even op zijn kop te zetten. Je verkeert met 'Ziele-spijs en wat verder ter tafel komt' in net zo'n geestig en vervreemdend gezelschap als met Mutsaers' 'Zeepijn'. Droomt er ooit wel eens iemand over fruit eten? Waarom doen hele dorpen zich in volkssprookjes te goed aan pap en niet, bijvoorbeeld, aan reerug? Waar komt de gedachte vandaan dat vrouwen niet zo goed kunnen proeven als mannen? Waarom behoren kinderen en grijsaards witte of bleke gerechten te eten? Al vragende struint Portnoy alles af wat verder ter tafel komt en wat met tafelen te maken heeft.

Net als Mutsaers trekt zij in 'Ziele-spijs' allerlei rariteiten uit de boekenkast. Maar waar Mutsaers in 'Zeepijn' een voorkeur lijkt te hebben voor hogere cultuur en literatoren als Francis Ponge, Gerrit Krol, Maurice Gilliams, Eric de Kuyper en Guido Ceronetti, put Portnoy als rechtgeaard cultureel antropologe uit diversere bronnen: de Bijbel, spiraalband-kookboeken, biografieën en ogenschijnlijke niemendallen over eten en eetgewoonten die ze op de kop tikt in antiquariaten.

Zo komt Portnoy na een beknopt literatuuronderzoek tot de conclusie dat spiritueel voedsel van alles kan zijn, maar dat je er niet op kunt knabbelen. Bij voedsel in de hemel denken wij aan taarten, foie gras, zoetigheden als nectar en ambrozijn en een overvloed aan fruit. ,,Licht, zoet en vloeibaar, dat zijn de trefwoorden op het hemelse menu (...) Niets wat in de hemel wordt verorberd is krokant.'

Dankzij de schrijver Trelawny weet ze te vertellen over de eerste weight watcher: lord Byron. Niet dat deze lord samenkomsten bezocht om in groepsverband scores te bejubelen die op de weegschaal komen te staan. Nee, Byron hanteerde straffere methodes. Toen hij eens veertien stones was aangekomen (volgens Portnoy's berekening negenentachtig kilo) gordde hij een muilkorf aan. Zoals dieren in hun winterslaap, wilde hij zijn vet verteren. En om de eeuwige honger te stillen die volgens Trelawny aan zijn ingewanden knaagde, brouwde Byron een gruwelijk mengsel van koude aardappelen, rijst, vis of groente, zwemmend in de azijn.

Van muilkorven fladdert Portnoy naar voedseltaboes in de moderne westerse samenleving. Ze analyseert gevoelens van walging en vraagt zich af waarom oesters, slakken en kikkers collectief worden verafschuwd. Het gisse antwoord luidt: ,,De afkeer van het slijmerige staat in een onmiskenbaar verband met afkeer van de eigen lichaamsuitscheidingen, in de eerste plaats snot of gewoon speeksel.'

Soms heeft haar analytische blik iets spottends. Droogjes beschrijft ze Nederlandse snacks en 'ons' snackgedrag: ,,Andere wandelende snacks neemt men tot zich buiten het gebied van de kar of kraam waar ze zijn gekocht. Dat zijn de ijsjes, in een hoorntje of op een stokje, en gefrituurde aardappelreepjes (patat). Met deze snacks wandelt men zoveel rond dat op Nederlandse trams hiëroglyfische tekens staan die erop wijzen dat niemand met zoiets in de hand het voertuig mag betreden'.

Portnoy wijst je op dingen die je niet ziet, terwijl je er voortdurend tegenaan kijkt. Wie heeft wel eens stilgestaan bij het verschil tussen het poffertje en de pannenkoek? In 'Zielespijs' blijkt dit onderscheid uit één woord, namelijk 'pafferig': ,,Dit zijn klein ronde pafferige voorwerpen, naar structuur een kruising tussen pannenkoek en wafel'.

Met al die anekdotes en wetenswaardigheden over eten zet deze essaybundel je er bovenal toe aan weer eens heerlijk uitgebreid, goed te koken. Met aardappelen. Want de aardappel is de natuurlijke Viagra-pil, 'een krachtig de geslachtsdrift opwekkend middel'? ,,Voor de recente daling in het geboortecijfer in Nederland en Duitsland zijn verschillende verklaringen in omloop, maar tot dusver is niemand nog op de gedachte gekomen om dit feit in verband te brengen met de gelijktijdige daling, in deze landen, van de consumptie van aardappelen.' Gelukkig dat Portnoy daar wel op komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden