Op smokkelaarspad in de Achterhoek

Een uitnodigend februarizonnetje lokt ons naar het land achter Haaksbergen. Door haar ligging, grenzend aan Duitsland en de Gelderse Achterhoek, valt deze streek net ten zuiden van het gebied dat zo heerlijk chauvinistisch wordt bezongen in het Twentse volkslied. Dit is niet het land 'tusschen Deenkel en Regge', maar wel degelijk 'Oons mooie en nerige Twente, 't Laand van 't weark en 't laand van natuur'.

Na een bezoekje aan de VVV-Haaksbergen nog gauw een kop koffie in het nabijgelegen café. Aan de tap treffen we twee rasechte Twentse boeren aan hun ochtendpilsje. We hadden ons oog laten vallen op het Buurserzand, een gebied met heide, bossen en vennen, tussen Haaksbergen en het kerkdorp Buurse, maar onder de indruk van hun verhalen over smokkelpaden en mysterieuze veengebieden ruilen we het Buurserzand in voor het Witte Veen, een natuurreservaat aan weerszijden van de Nederlands-Duitse grens.

De boeren wijden ons in hun smokkelavonturen in. ,,De Zuidgrensweg'', wijzen ze aan op de kaart, ,,was het meest gebruikte smokkelpad. Maar eigenlijk werden alle paden achter Buurse voor smokkeldoeleinden gebruikt. Nog geen twintig jaar geleden'', vertrouwt de ene ons toe, ,,ging ik regelmatig met twee nuchtere kalveren in de achterbak van mijn auto de grens over om ze daar te verkopen. Op bestelling! Voor een kalf van 350 Nederlandse guldens kreeg je in die tijd in Duitsland 700 Duitse marken.''

De Duitsers smokkelden ook zelf, vertelt de andere boer. ,,Ze kochten koffie en roomboter in Buurse. De douane wist dat natuurlijk en daarom reden ze naar Winterswijk om daar weer de grens over te gaan.'' De door de VVV uitgezette wandeling in het Witte Veen kunnen we met een gerust hart maken. ,,Maar kijk uit met de meer zuidelijk gelegen veengebieden'', waarschuwen ze. ,,Als je daar de weg niet kent, is het levensgevaarlijk. Er liggen nu nog vliegtuigen in het veen, die daar in de Tweede Wereldoorlog zijn neergestort.''

Van Haaksbergen rijden we naar het kerkdorp Buurse. De wonderlijke ruimtelijke ordening van dit plaatsje - twee kernen die als slecht passende puzzelstukjes een eindje van elkaar liggen - is het rechtstreeks gevolg van kerkstrijd. Tot het midden van de negentiende eeuw kerkte de voltallige Buurser bevolking in Haaksbergen. Een grote brand in 1851, die onder meer de hervormde kerk volledig in de as legde, vormde het startsein voor de Buursenaren om zelf in hun erediensten te voorzien. De katholieken liepen voorop. Kerst 1852 droegen zij hun eerste mis op in een 'loze van stroo rond om en van boven digte gebonden' en twee jaar later hadden ze hun eigen kerkgebouw, in het noordelijke en tevens oudste deel van Buurse.

'Om niet door deze overheerst te worden, begonnen ook de Hervormden aldaar, zijnde bijna de helft meerder in aantal, de behoefte te gevoelen aan openbare Eeredienst in hun midden', schrijft de eerste predikant van Buurse, ds. C. Ribbius. In 1857 konden de hervormden hun kerkgebouw aan de Alsteedseweg in gebruik nemen. Rondom deze kerk ontstond de bebouwing van de zuidelijke kern. De scheiding katholiek-hervormd werd steeds scherper. Zelfs de volksfeesten, die voor het eerst werden gehouden in 1898 ter ere van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, kenden een tijd lang twee edities. Pas in 1938 werd een streep gezet onder de onderlinge haat en nijd en vierden de Buursenaren weer ongedeeld feest.

Even buiten Buurse, richting het Duitse Alstütte, slaan we na kaasboerderij 'Erve de hooge Esch' linksaf en steken via de Braambrug de Buurserbeek over, de Witte Veenweg op. Hier begint onze wandeling, tussen vers ingezaaid grasland en pasgeploegde velden. Geen winter meer en nog geen lente. De natuur lijkt even stil te liggen - een toestand, door Werumeus Buning zo treffend omschreven in zijn gedicht Arabeske:

In minder tijd dan een ster verschiet

Werd de wereld eindeloos,

En alleen wie het gras kan zien komen en gaan

Weet dat eindeloos, eindeloos.

We betreden natuurreservaat Witte Veen. Het landschap dat de mens hier, op de restanten van het vroegere, uitgestrekte hoogveen, heeft gecreëerd, varieert van natte heide met voedselarme vennen en veengaten tot droge heidevelden, weilanden en bos. Er graast hier een kudde van zo'n veertig Schotse hooglanders, waarvan we overigens alleen de hoefafdrukken en mest te zien krijgen.

De uitzonderlijk drassige bodem bemoeilijkt de eerste kilometers. Zelfs de hier en daar neergelegde boomstam-'vloertjes' kunnen niet voorkomen dat de modder onze schoenen binnensijpelt. Daarna wordt het beter. Een mooie, relatief droge eikenlaan voert ons door een voormalig landbouwgebied, dat door Natuurmonumenten (NM) is omgetoverd in een groot, moerassig gebied met hogere, droge delen - rechts van de weg - en - links - lage, natte stukken. De poelen die hier zijn gegraven moeten een aantrekkelijk leefgebied scheppen voor kikkers, padden en salamanders. Een oude, grotendeels in een poel verzonken betonnen waterput herinnert nog aan de tijd dat de boer hier de scepter zwaaide.

Dan buigen we naar links af, een schitterend heidegebied in, met jeneverbessen, kleine vennetjes en de eerste elzenkatjes. Een buizerd scheert over de hei. Op het wandelpad is een mestkever druk in de weer met de uitwerpselen van een Schotse hooglander. We verlaten dit mooie en rustige wandelgebied, de bewoonde wereld tegemoet. Via de Alsteedseweg lopen we naar de grens, waar het aan de Nederlandse kant een drukte van jewelste is. Het ene na het andere Duitse nummerbord schuift Nederland binnen om bij 'Ter Huurne' de laatste, goedkope weekendboodschappen te doen of een visje te prikken in het seafood-restaurant.

Vlak over de grens slaan we linksaf om na een halve kilometer de Alstütter Haarmühle te bereiken - een juweel van een watermolen op de linkeroever van de Ahauser Aa, zoals de Buurserbeek over de grens heet. De huidige molen dateert uit 1619, een voorganger wordt reeds in 1188 als Haremole vermeld. De aanduiding 'haar' verwijst naar het zandige karakter van de bodem hier ter plekke. Te midden van grote veenmoerassen aan beide zijden van de grens bestond de bodem hier uit zandkoppen met een leemarme, droge bodem, waar de boeren akkers konden aanleggen en graan verbouwen om de molen draaiend te houden. Het nijvere waterrad van de molen, die open is voor bezichtiging, draait nog slechts voor het oog van de bezoeker. Gemalen wordt hier niets meer. Na een gemütlich verblijf in het bijbehorende restaurant, waar de menukaart de prijzen van spijs en drank ook in guldens vermeldt, voltooien we in de lage namiddagzon onze grensoverschrijdende wandeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden