OP SCHOOL KOMT DE BEVRIJDING EEN MAAND EERDER GESCHIEDENISBOEKEN

Als een scholier denkt dat Bevrijdingsdag op 4 april valt, hoeft het geen vergissing te zijn. Wie weet leerde deze leerling zijn geschiedenisboek uit het hoofd. Een nog niet gepubliceerd onderzoek naar de weergave van de periode 1940-1945 wijst uit dat de meeste lesboeken in het voortgezet onderwijs hierbij fouten maken.

Tijdens zijn onderzoek ontdekte hij al snel dat een hoop geschiedenisboeken fouten bevatten. “Ik had nog een categorie 'opmerkingen', die voor algemene zaken bestemd was. Uiteindelijk groeide deze categorie uit tot het meest omvangrijke deel van de inventarisatie. Bij het eerste boek dat ik onder ogen kreeg, dacht ik 'merkwaardig, hier staan wat foutjes in'. Uiteindelijk bleken er in vrijwel alle geschiedenisboeken fouten te staan.”

Volgens Croes' analyse kan de hoeveelheid fouten oplopen tot zesentwintig per boek, en dan heeft hij het alleen over de gedeelten die over de oorlog gaan.

Hij onderscheidt hierbij drie soorten fouten. De eerste groep wordt gevormd door 'vergissingen'. Croes denkt dat het hier gaat om fouten die te wijten zijn aan een slechte eindredactie en tekstcontrole.

De meeste zijn dateringsfouten, waarvan een deel volgens de onderzoeker ernstige vergissingen zijn. Zo beweert het boek 'Levende geschiedenis' (leergang geschiedenis voor de onderbouw van het algemeen voortgezet onderwijs), dat de Duitsers in Nederland zich overgaven op 4 april, in plaats van op 5 mei 1945. In 'Kijk op de tijd' (geschiedenismethode voor mavo) is de opmerking dat Hitler in mei 1945 de moed opgaf, moeilijk te rijmen met het feit dat hij zelfmoord pleegde op 30 april van dat jaar.

Ook vallen binnen deze categorie verwisselingen van plaats- en landnamen. Het boek 'Merlijn' (Geschiedenis voor mavo/havo/VWO), laat de Amerikanen bij voorbeeld het op 1000 kilometer afstand van Tokio liggende Hiroshima veroveren, om de stad te gebruiken als luchtmachtbasis voor verdere aanvallen op Japan. Het boek bedoelt natuurlijk Iwo Jima, want Hiroshima is juist de stad waar de atoombom op werd gegooid.

De tweede categorie onjuistheden vormen de te grove simplificaties. Croes is zich er wel van bewust dat geschiedenisboeken niet ontkomen aan vereenvoudigingen. Voor het behandelen van de hele oorlog is slechts een deel van de geschiedenismethode beschikbaar. Croes: “Toch zijn er een aantal simplificaties die de werkelijkheid echt geweld aandoen. Een groot aantal boeken meldt dat bij de aanval op Pearl Harbor op zeven december 1941 de Amerikaanse vloot tijdelijk buiten werking werd gesteld. De Amerikanen hadden echter meer vloten, en bovendien was het belangrijkste deel van de vloot, dat bestond uit vliegdekschepen, niet aanwezig in Pearl Harbor. Een andere veel voorkomende simplificatie gaat over de vernietigingskampen: 'Zes miljoen joden...zijn in deze fabrieken des doods omgebracht'. Op zich is het juist dat ongeveer zes miljoen joden vermoord zijn, alleen zijn zij niet allen in vernietigingskampen omgekomen. In Rusland zijn ongeveer 1,5 miljoen joden door de Duitsers doodgeschoten, terwijl in de getto's een belangrijk aantal is omgekomen door allerlei verschillende oorzaken.”

Croes besteedt de meeste aandacht aan de laatste categorie, de mythes. Het gaat hier volgens de onderzoeker om beschrijvingen die niet de werkelijke toedracht van een gebeurtenis weergeven. Hij verklaart de mythes uit de behoefte van de schrijvers hun eigen positie of die van de groep waartoe zij zich rekenen, dragelijk te maken. “Met betrekking tot de oorzaken van de hongerwinter wordt bij voorbeeld gezegd dat de Duitsers bijna al het voedsel naar Duitsland transporteerden. Belangrijkste oorzaak van de oorlogswinter was echter de spoorwegstaking op bevel van de Nederlandse regering in London. Dat bevel hing samen met de landing van de geallieerden rond Arhnem. De staking moest verhinderen dat de Duitsers gebruik konden maken van de spoorwegen, dat weer voordelig moest zijn voor de geallieerde oorlogsinspanningen. Na het mislukken van de aanval, werd de staking niet afgelast. Logisch, want de stakers waren ondergedoken uit angst voor de Duitsers. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Wel hebben de Duitser als repressaille de voedseltransporten verboden, maar dat was van 27 september tot 8 november 1944, voordat de hongerwinter werkelijk toesloeg.”

Zijn opdrachtgever, het Nationaal Comite, heeft naast het organiseren van de herdenking en viering op 4 en 5 mei, ook een coordinerende taak op het terrein van jeugdvoorlichting over de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat er al een aantal inventarisaties van onderwijsmaterialen voorhanden was, bleek er behoefte aan een nieuwe. Croes kreeg de opdracht een inventarisatie en beschrijving te maken van de oorlogshoofdstukken in sinds 1985 verschenen geschiedenisboeken voor het voortgezet onderwijs. “In de vorige inventarisaties komen geschiedenisboeken in het voortgezet onderwijs nauwelijks aan bod, en als het dan wel gebeurt, kun je niet echt spreken van een overzicht. Op verzoek van het Nationaal Comite heb ik onder meer bekeken of er expliciete aandacht wordt besteed aan grondrechten, arbeidsinzet, Nederlands-Indie, problematiek van de tweede generatie en de jodenvervolging”, verklaart de onderzoeker.

Voor het toetsen van het materiaal gebruikte hij ondermeer standaardwerken van L. de Jong, Norman Rich en Joachim Fest.

In het lijvige rapport wordt nauwkeurig verslag gedaan over de 57 geschiedenisschoolboeken, die momenteel verkrijgbaar zijn. Croes onderzocht boeken van zowel de onderbouw als bovenbouw van de verschillende niveaus. De uiteindelijke conclusies van het onderzoek van de student politicologie en geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam zijn ondubbelzinnig: “Het is natuurlijk mogelijk dat alleen de hoofdstukken over de Tweede Wereldoorlog in die boeken slecht zijn. Ik denk echter niet dat de kwaliteit van de delen die niet over de oorlog gaan veel beter zijn. Wat betreft de mythevorming kan ik me voorstellen dat die ten aanzien van de oorlog vaker voorkomt. Die periode ligt nog vers in het geheugen en er spelen nog steeds allerlei emoties mee. Maar als je kijkt naar de meest voorkomende fouten - verkeerde data, verkeerde plaatsen en onjuiste chronologieen - dan verwacht ik niet dat de geschiedschrijving over de andere perioden veel beter zal zijn.”

Harrie Jonkman van het Nationaal Comite vindt de resultaten van Croes' rapport verontrustend en vraagt zich af hoe het met de niet-onderzochte gedeeltes zit van de geschiedenisboeken. Volgens Jonkman zijn er plannen om naar aanleiding van dit rapport de educatieve uitgevers te benaderen.

Wat Croes betreft krijgt slechts een van de 57 onderzochte boeken een voldoende. “De methode 'Sprekend verleden' springt eruit omdat er weinig fouten instaan. Bovendien presenteert het de geschiedenis tenminste niet als een vaststaand feitelijk verhaal, maar het leert de leerlingen kritisch erover na te denken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden