Op rijsttaartjes en zes plakken krentenbrood de Cauberg over

VALKENBURG - Voor de vierde keer is achter Valkenburg het decor van het WK wielrennen opgetrokken. Daarmee kan het Geulstadje worden opgenomen in het Guinness Book of Records. Op geen enkele locatie in de geschiedenis van de UCI werden zo vaak wereldkampioenen toegezongen. Geen wonder. Wanneer Nederland om de zoveel jaren zijn kandidatuur indient bij de wereldbond, is er domweg geen redelijk alternatief voor handen.

Een keer dachten de parcoursbouwers dat het wel leuk was om de coureurs langs de kust af te beulen. Het kan in Zandvoort behoorlijk spoken, maar niet toen de Fransman André Darrigade er in 1959 de massasprint won. En Wk's op de weg schijnen nu eenmaal niet voor sprinters te worden georganiseerd. Dat besefte de KNWU ook, toen de wielrenunie in 1967 weer aan de beurt was. Heerlen kreeg een waarlijk schitterend erepodium met Eddy Merckx als wereldkampioen en Jan Janssen als winnaar van het zilver. Maar op Valkenburg staat geen maat. De geografische ligging verhief de Cauberg tot een internationaal hoog gewaardeerde scherprechter. De muggenbeet in het Zuid-Limburgse landschap piekt slechts 141 meter boven de zeespiegel uit. Om de top te bereiken hoeft niet meer dan een hoogteverschil van 71 meter te worden overbrugd, maar het stijgingspercentage van twaalf halverwege de klim en het verraderlijke vals plat aan het eind maken het monument van de Nederlandse wielersport tot een obsessie voor iedere renner. Vooral wanneer dat vijftien keer beklimmen moet worden.

Briek Schotte werd in 1948 liefst 26 maal over de Cauberg gestuurd. Die martelgang verhinderde de nu 79-jarige Belg niet er in de finale nog een ongehoord snelle slotronde uit te persen. Hij voelde zich opgejaagd door Gerrit Schulte, die hem tot op dertig meter was genaderd. Schotte, van outsider kanshebber geworden omdat de Italiaanse rivalen Bartali en Coppi alleen maar op elkaar letten, explodeerde dusdanig dat hij Schulte een van de grootste desillusies uit zijn loopbaan bezorgde. De wereldtitel op de achtervolging, die de Bosschenaar een week nadien veroverde, schonk hem geen genoegdoening. Acht jaar later haalde Schulte in het Deense Ballerup maar ten dele zijn gram, toen hij achter de legendes Rik van Steenbergen en Rik van Looy toch nog in de prijzen viel.

De actieve carrières van de wereldkampioenen van 1938 en '48 verliepen vrijwel identiek, de loopbaan van Jan Raas (wereldkampioen in 1979) laat zich er - uiteraard - op geen enkele manier mee vergelijken. Marcel Kint (84), net als Schotte een Belg, hield aan zijn regenboogtrui slechts herinneringen over, en niet eens zulke fraaie. Voor Schotte was het al niet anders. De Tweede Wereldoorlog liep er als een rode draad doorheen. Kint was de laatste kampioen voor de oorlog en behield zijn titel tot 1946. Op dat moment was hij allang wielrenner af. Kort na zijn machtsdemonstratie in Valkenburg moest Kint onder de wapenen. In de spaarzame wedstrijden die hij reed, kon hij zijn in Limburg vergaarde roem niet te gelde maken. Ofschoon hij als klasbak een indrukwekkende erelijst kon opbouwen, verkocht hij praktisch alle koersen. In 1942 stopte hij, omdat hij als inwoner van het nabij de Franse grens gelegen Zwevegem met de smokkel van tabak beter in zijn levensonderhoud kon voorzien. Na de oorlog zette hij van het in die 'handel' verdiende geld een rijwielzaak op. Jarenlang hield hij zich schuil voor de media, tot hij de vorige maand gehoor gaf aan de invitatie van de gemeente Valkenburg om aanwezig te zijn bij de onthulling van de beeldjes, die kunstenaar Wil van der Laan ter ere van dit WK had gehouwen.

Schotte is al een heel leven lang actief in de wielersport. Zijn wereldtitel kwam in 1948 niet uit de lucht vallen. Het jaar er voor was hij in de Tour de France als tweede achter Bartali geeindigd. In 1950 prolongeerde hij in eigen land het succes van Valkenburg. Ook bij hem dwarsboomde de oorlog zijn sportieve loopbaan. Na jaren van inactiviteit had Schotte in 1945 weinig zin nog op de fiets te stappen. Het feit dat hij nog geen palmarès had, trok hem uiteindelijk over de streep. Hij won voor de eer, niet voor het geld. Sterker, hij teerde fors in op zijn toch al schamele 'vermogen'. Wat dat aangaat keerde de roem zich tegen hem. De Belgische bond had namelijk besloten dat de wereldkampioen twintigduizend franc (duizend gulden) in de pot moest storten, waaruit de knechten voor hun diensten zouden worden betaald. De BWB redeneerde dat Schotte dat geld met startgelden in kermiskoersen dubbel en dwars zou terugverdienen. De waarheid was anders. Zijn sponsor zag in de titel geen aanleiding zijn salaris te verhogen en liet hem acht maanden lang voor het hongerloontje van 550 gulden rondrijden. De kramp in alle ledematen voelde hij niet, toen hij in de laatste klim van de Cauberg de ontketende Schulte van het lijf hield. Die kwam, zoals gezegd, later.

Niet alleen de Belgische bond en zijn sponsor meenden dat de wereldkampioen voor minder dan een aalmoes te huur was, de fabrikant van de regenboogtrui dacht er eender over. Hij had er een, van de UCI; elk andere exemplaar moest hij zelf aanschaffen. En al die Vlaamse steden die hem uitnodigden voor een huldiging, 'vergaten' Briek domweg op een natje en een droogje te trakteren. Hij moest zelfs een autootje kopen, om de recepties af te rijden. Maar Schotte kon na zijn carrière altijd op zijn mooie zeges worden aangesproken. Als assistent-ploegleider van allerlei Belgische ploegen, bleef hij tot op gevorderde leeftijd actief in zijn 'wereldje'. Tot een beroerte hem noopte een plaatsje aan de zijlijn in te nemen. In zijn bijna onverstaanbare dialect toverde Schotte tot voor kort moeiteloos allerlei anekdotes uit de hoed. Graag mocht hij vertellen dat hij op rijsttaartjes, zes plakken krentenbrood, water en koude thee, en niet op doping, wereldkampioen werd.

an Raas was de laatste titularis van Valkenburg. De sterkste klassiekerrenner van dat moment (eind jaren zeventig) was helemaal gefixeerd op het winnen in eigen huis. Het leek dat ook geen middel onbeproefd mocht blijven om die verheven ambitie waar te maken. Raas was enig kopman; zelfs regerend wereldkampioen Gerrie Knetemann en de winnaar van 1975, Hennie Kuiper, waren bereid te 'knechten'. Ze geneerden zich er voor het almachtige en alle illusies en heroïek vernietigende oog van de tv-camera's niet voor de beoogde winnaar naar voren te duwen, toen bij de hoofdrolspeler zelf de krachten uit de turbodijen waren gevloeid. Alle schone plannen leken toch nog in het water te vallen. Anderhalve kilometer voor de finish demarreerde de Fransman Chalmal. Er waren geen oranjerenners in de buurt om het gat dicht te rijden. Raas kon het niet doen om zijn kansen niet te vergooien. Geldwolf Didi Thurau, voormalig stalgenoot van de Zeeuw bij de befaamde Raleighploeg, deed het uiteindelijk maar. Volgens Raas heeft het hem geen cent gekost, de Duitser zou zich door zijn eerzucht hebben laten leiden. Raas moest indertijd 25 000 gulden eigen geld in de premiepot storten. In tegenstelling tot Kint en Schotte verdiende hij die investering dubbel en dwars terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden