Op reis met het klimaat

Klimaatverandering gaat vaak over toekomstscenario's. Toch heeft Nederland nu al te maken met vroege lentedagen en hogere temperaturen. En de eerste klimaatreizigers zijn al gespot.

Dieren reageren op veranderingen in de landbouw, op verstedelijking, maar ook op klimaatverandering. Zachte winters, vroege lentedagen, extreme neerslag en droogte beïnvloeden de keuze voor een broedplaats of leefomgeving. Soorten die voorheen alleen in het zuiden voorkwamen, zijn Nederland binnengedruppeld.

Vooral bij mobiele dieren zoals insecten en vogels zijn verschuivingen zichtbaar. De vlindergemeenschappen bijvoorbeeld zijn binnen Europa flink naar het noorden geschoven. Zo hebben we er in Nederland de afgelopen decennia heel wat nieuwe soorten bij gekregen. Chris van Swaay van de Vlinderstichting: "In Maastricht verscheen zes jaar geleden het kaasjeskruiddikkopje, een soort die twintig jaar geleden alleen nog in Noord-Frankrijk en België voorkwam." Ook de koninginnenpage heeft zich verspreid in Nederland. "Toen ik eind jaren tachtig begon met vlinders kijken, moest ik naar de Pietersberg voor de koninginnenpage. Nu komt hij in heel zuidelijk Nederland voor." Volgens Van Swaay lijkt de vlindersamenstelling van Utrecht op die van Maastricht van 25 jaar geleden.

Ook andere insecten met een goed verspreidingsvermogen (sprinkhanen, spinnen, nachtvlinders) zijn de afgelopen decennia naar het noorden getrokken. Maar minder mobiele soorten hebben moeite de klimaatverandering bij te houden. Matty Berg van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoekt de invloed van de klimaatverandering op pissebedden en springstaarten. "Pissebedden kunnen alleen 's nachts langere stukken afleggen, overdag drogen ze anders uit. Wij hebben uitgerekend dat de pissebed de klimaatverschuiving niet te voet kan bijhouden. Hij moet zich dus aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Of hij dat kan, is de vraag."

Onder de vogels is de oorspronkelijk Zuid-Europese kleine zilverreiger Nederland binnengetrokken. De soort profiteert van de zachte winters en broedt inmiddels al op de Waddeneilanden."In 1979 werd het eerste broedgeval in de Oostvaardersplassen gesignaleerd", vertelt Albert de Jong van vogelonderzoeksorganisatie Sovon. "En sinds 1995 noemen we het een echte Nederlandse broedvogel. Vanaf dat jaar nemen de aantallen gigantisch toe. In 2008 hadden we een toppunt van 160 broedparen." Bij strengere winters heeft de kleine zilverreiger het moeilijk en kan het aantal decimeren.

Andere vogels die bezig zijn zich definitief in Nederland te vestigen dankzij het warmere klimaat zijn de orpheusspotvogel, bijeneter en slangenarend. Bijna alle broedvogels komen vanwege de vroege lente eerder terug van hun trektocht. De tjiftjaf begint twee weken eerder met broeden dan in 1985. Recent onderzoek laat zien dat de bonte vliegenvanger zich verrassend goed weet aan te passen: hij is eerder begonnen met broeden en heeft gebieden opgezocht waar hij minder afhankelijk is van de korte rupsenpiek.

In de Noordzee doemen nieuwe soorten vissen op door de hogere watertemperatuur. "We kunnen niet bewijzen dat het door de klimaatverandering komt", zegt Hans Witte van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, "maar de zeebaars is in korte tijd met een factor tien toegenomen. Het is een soort die oorspronkelijk in de Golf van Biskaje voorkomt. Doordat de gemiddelde watertemperatuur van de Noordzee in dertig jaar met 1,5 graad is toegenomen, kan deze soort hier nu goed leven." Er zijn ook vissen die het Nederlandse water juist te warm vinden worden en in de zomer naar Noorwegen trekken, zoals de puitaal.

Zoogdieren zijn minder afhankelijk van weersomstandigheden, ze zijn mobieler en hebben vaak al een flink leefgebied. Wel lijken sommige vleermuissoorten te verschuiven naar het noorden, maar dat zijn aannames. Door de afname van het zeeijs op de Noordpool worden in de toekomst nieuwe zeezoogdieren in de Noordzee verwacht, zoals de grijze walvis vanuit de Stille Oceaan. Opvallend is dat de grijze zeehond gigantisch is toegenomen. "Toen ik in 1991 begon met onderzoeken waren er slechts een paar in de Waddenzee", vertelt Sophie Brasseur van het Wageningse instituut Imares. "Nu zijn het er duizenden. Ze komen vanuit Groot-Brittannië. Ook de bruinvis is enorm toegenomen. Maar of dit komt door klimaatverandering is moeilijk te zeggen. Ook overbevissing elders speelt een rol, of juist het internationale jachtverbod op walvissoorten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden