Op reis kom je erachter: hoe ging dat ook alweer, vader en zoon zijn?

Beeld gemma pauwels

Een maand lang reisden we samen over de Balkan. Mijn vader en ik. Een zestiger en een dertiger, twintig jaar geleden uit elkaar gedreven door de dood van mijn moeder. Een gezamenlijk avontuur, dachten we, zou onze band helpen herstellen.

Papa is duidelijk zenuwachtig, zo vlak voor vertrek. Nog voor het avondeten is hij al aangeschoten. Ook ik heb een beetje een knoop in mijn maag. Ik zat op de middelbare school toen we voor het laatst zo lang samen waren. Mama leefde nog. Vertillen we ons niet aan deze reis, ook al is onze verhouding de laatste jaren verbeterd?

Aan kleine dingen zie ik de volgende morgen op Schiphol hoe oud hij is geworden. Zijn wankele loopje op die eeuwige Crocs, de instructies bij de bagagecontrole die hem wat te snel gaan, de medicijnen die hij nog vlug even natelt voordat we aan boord gaan. “Je zus vertelde me laatst dat ze soms bang is dat ik de zeventig niet ga halen”, zegt hij. “Dat weet ik pa”, antwoord ik. “Ik ook.”

Bij het verlaten van het vliegtuig, in de Servische hoofdstad Belgrado, zegt hij plotseling tegen de stewardess: “We zijn zo terug, hoor. We gaan alleen even boodschappen doen.” Ik ontwijk haar verbaasde blik - als jochie schaamde ik me al voor zijn onaangepaste humor.

Nauwelijks onderweg in onze huurauto haalt pa bij een tankstation een pakje Marlboro. Na decennia niet-roken rommelt hij weer met sigaretten, ondanks een viervoudige bypass en (genezen verklaarde) prostaatkanker. Ik laat hem maar begaan, ook al hebben we elkaar na mama’s dood beloofd voorzichtig op onszelf te zijn. Steeds dezelfde discussie voeren, maakt me kwaad en haalt bovendien niets uit. Met het klimmen der jaren wordt pa alleen maar eigenwijzer.

Lelijke stad

Belgrado schrijft hij al na één dag af. “Ik vind het maar een lelijke stad. En die Serviërs zijn een onvriendelijk volk.” Wat mij betreft trekt hij weer eens veel te snel conclusies. Toegegeven, Belgrado is geen Venetië, maar nieuwe plekken ontdekken betekent soms gewoon ook even doorzetten. Dus ga ik alleen op pad. (‘Ik zal jou eens laten zien dat Belgrado wél leuk is!’) Ik prop een fietstoer, een wandeltoer en een kroegentocht in een dag. Intussen voel ik me eigenlijk voortdurend schuldig dat ik mijn oude vader in het hotel heb achtergelaten.

In de Bosnische hoofdstad Sarajevo, een intrige-rende mix van oosterse en westerse invloeden, krijgen we een mooi kijkje in de spiegel. We ontmoeten er Novo, een hoogleraar van mijn vaders leeftijd aan wie een Nederlands-Bosnische vriend ons koppelde. Met zijn zoon Novica, ongeveer even oud als ik, neemt Novo ons een dag op sleeptouw door de bergachtige omgeving. We lunchen in een visrestaurant dat in een beek zijn eigen forellen kweekt.

“Mijn vader heeft nogal veel meningen”, grijnst Novica, een droogkomische kettingroker. “Helaas kent hij op zijn oude dag niet meer zoveel mensen. Dus krijg ik al zijn opinies over me heen.” Hoe herkenbaar. Mijn vader, die zichzelf treffend omschrijft als ‘een omgevallen boekenkast’, praat onophoudelijk. Zoals wel vaker. Beschouwing na beschouwing, veelal met de teneur ‘vroeger was alles beter’. Een koketteren met kennis waarmee hij de hele tafel overheerst.

Normaal gesproken zou ik hem proberen te ‘managen’, door hem af te kappen en anderen het woord te geven, meestal met ruzie tot gevolg. Nu besluit ik gewoon maar eens te ontspannen. Novo en Novica lijken best van pa’s verhalen te genieten, waarom zou ik dat niet ook kunnen? En warempel, als ik de teugels heb laten vieren, merk ik dat het samenzijn steeds gezelliger wordt. We eindigen pas ’s avonds laat, in opperbeste stemming bij Novo thuis. In de auto hotelwaarts vraag ik waarom pa eigenlijk alsmaar analyses lanceert. “Dat is mijn manier om de depressie buiten de deur te houden”, antwoordt hij. “Want ik maak me grote zorgen over de wereld. Je moeder vond dat pessimisme vaak behoorlijk belastend. Net als jij, merk ik. In het vervolg zal ik erop letten.”

De tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld gemma pauwels

Mijn ontdooiing zet door in de Herzegovina Lodges, een cluster chalets aan een bergmeer in de binnenlanden van Bosnië-Herzegovina. Ook mijn vader leeft op. “Zojuist een geelgors gezien”, rapporteert hij na een wandeling met een Haags koppel dat ook graag vogels kijkt. “Ook withalsvliegenvangers, gekraagde roodstaarten en mogelijk een balkanbergfluiter.” Ik ben blij voor hem. Want al kan ik al die vreemd genaamde fladderaars veel slechter uit elkaar houden dan hij, pa’s liefde voor de natuur is wel degelijk op me overgeslagen.

Op de trap voor ons chalet spoelen we dadels weg met rode wijn. We zwemmen en zonnen, lunchen vorstelijk en drinken in de dorpskroeg šljivovica (pruimenbrandewijn) met goedlachse dorpelingen. Als we op de terugweg staan te plassen, zie ik hem naar mijn straal kijken - de zijne heeft sinds zijn kanker nogal aan kracht ingeboet. “Ben je zeker wel jaloers op he?” grap ik. “Zeer”, geeft bij grif toe. Even later krijg ik zowaar een arm om mijn schouder. “Wat zou je moeder trots zijn geweest als ze je zo zou zien.” Gek genoeg weet ik me slecht raad met zijn vaderlijke genegenheid.

Hoewel, zo vreemd is mijn onbeholpenheid misschien niet. Want met zoon-zijn ben ik abrupt gestopt toen mijn moeder stierf. Zeventien was ik, zij negenenveertig, toen ze thuis in Delft bezweek aan hersentumoren. Razendsnel was ze bijna blind geworden. Kaal van de bestralingen. Haar laatste levensdagen lag ze jammerend van pijn in bed.

Snowboardles 

Na het afmaken van het vwo ben ik het rampgebied thuis ontvlucht met snowboardles geven in Oostenrijk, reizen door India, als barman werken aan de Costa Brava. In de tussenliggende periodes thuis verslechterde het contact met mijn vader, altijd al vluchtiger dan de band met mijn moeder. Zo kregen we zo’n ruzie over zijn nieuwe vriendin die ineens bij ons op de bank zat, dat hij met geheven vuisten en woedetranen in zijn ogen voor me stond. Ik was minstens even ziedend. Hoe kon hij de herinnering aan mijn moeder zó verraden, nog geen drie maanden na haar dood? Hoe kon hij liefde geven aan een vreemde, terwijl zijn kinderen die nodig hadden?

Nog altijd kan ik die woede voelen, al zie ik inmiddels best dat hij zich vastklampte aan een vrouw om zelf niet te verzuipen. “Dat van die vriendin, man, wat was jij daar fel op”, zegt pa als we erover spreken aan het bergmeer. “Terecht”, kaats ik. “Ja”, beaamt hij. “Terecht.”

Ook na mijn verhuizing naar Amsterdam bleef onze relatie afstandelijk. Het dieptepunt kwam toen hij, na een val in de badkamer die een lichte hersenbeschadiging veroorzaakte, wegzakte in een jarenlange depressie. Ikzelf was er in die periode weinig beter aan toe. Aan de oppervlakte worstelde ik met een masterscriptie, maar feitelijk liep ik toen voor het eerst echt hard tegen de muur die ik om mezelf heen had gebouwd.

Pas de laatste jaren verbeterde geleidelijk onze verhouding, ik denk omdat we beiden beter in ons vel zitten en beseffen dat het nu of nooit is. Steeds vaker ondernamen we dingen samen. Concerten, etentjes, een lang weekend Edinburgh. Niettemin vonden vrienden ons Balkanplan wel heel driest: ‘Zó lang weg met je pa? Ik zou helemaal gek worden!’

En ja, soms ontlaadt zich inderdaad opgebouwde spanning. Zoals bij aankomst in de Bosnische provincieplaats Mostar, beiden prikkelbaar na een lange autorit. We zoeken een slaapplaats op pa’s manier: bij leuke onderkomens ter plekke een goede prijs hosselen. Met zijn vriendin werkt dat volgens hem altijd vlekkeloos, maar ik vind het onnoemelijk omslachtig. Ik heb zelf echter ook niets online geboekt. In stilte vreet ik mezelf op.

Bij een dertien-in-een-dozijnhotel maakt pa in twee tellen een deal. “Negentig euro. Doen we!” Ik vind het veel te duur, en in een flits bijt ik dat de receptioniste ook toe. Bedremmeld loopt pa achter me aan naar buiten. “Besef je wel hoe vernederend dat was?” wijst hij me terecht. “Tja, sorry…”, weet ik slechts te verzinnen. “Ik kreeg echt even een waas voor mijn ogen.” En dat terwijl ik hém vaak opvliegend vind. Confronterend.

Disfunctionele familie

Mijn uitbarsting houdt, bedenk ik later, verband met het diepgewortelde gevoel dat wij een disfunctionele familie zijn. Een stelletje ongeregeld dat ook nooit eens iets normaal kan doen (gewoon zoals iedereen een fijn hotel online boeken). Zo herinner ik me mijn moeder die, na een schreeuwruzie met mijn vader, in de zeikregen mijn zus en mij evacueerde van ons lekkende vakantietentje naar de piekfijne reuzetent van de buren. Pa zat demonstratief de krant te lezen in de auto. Thuis in Delft haalde hij ons haardhout altijd bij het vuilnis, vaak geverfd of geïmpregneerd, in plaats van mooie blokken te kopen. Stond het hele huis weer vol giftige rook.

Na het vinden van een goedkoper onderkomen troont pa me mee naar een bar. “Soms moet je onenigheid even blussen met drank”, vindt hij. Ik sputter nog wat tegen, want zijn gezondheid, enzovoorts. Maar eigenlijk snak ik zelf ook naar wat borrels. Want die, weet ik nog uit Edinburgh, zijn tussen ons inderdaad een prima smeermiddel.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld gemma pauwels

We praten over vrouwen en over vroeger, waarbij pa op het pijnlijke af openhartig is. Over de onafgemaakte brief die mijn moeder aan hem schreef tijdens haar ziekte: “Ze wist natuurlijk niet wat ze aan mij moest schrijven. We hadden geen gemakkelijke relatie.” En over mijn komst: “We waren niet aan kinderen toe, Nils. Je moeder heeft zelfs serieus abortus overwogen. Die wilde de wereld zien.” Ook over zijn seksleven is pa ongemeen open.

Veel vrienden beschrijven hun vaders als gesloten boeken, bij ons ben ík eerder degene die dicht zit. Onze liefdeslevens spreken boekdelen: waar mijn vader sinds zijn zestiende nooit lang alleen is geweest, ben ik al het grootste deel van mijn leven single. En ineens, zo rond het vijfde drankrondje, kan ik met hem delen hoe schrijnend dat vaak voelt. Hoe bang ik soms ben om alleen te zullen blijven. Maar ook hoeveel groei ik ervaar bij de meditatiecursussen en spirituele workshops waarover hij wel-eens wat schamper doet. “Man, dat wist ik allemaal niet”, zegt pa als we naar huis waggelen.

Zo krijgen we het gaandeweg wat beter onder de knie, dat vader en zoon zijn. En kunnen we steeds vaker simpelweg iets zachter en zorgzamer zijn voor de ander. Zo zou ik graag van de Oude Brug in Mostar springen. Maar daarvan krijgt pa de bibbers. “Te gevaarlijk, één dode in ons gezin is genoeg.” Voor de reis zou ik hem zijn sigaretten voor de voeten hebben gegooid en iets hebben gedacht als: wie ben jij om te bepalen wat wel en niet mag? Terwijl ik nu voel: wat lief eigenlijk, dat hij zich zo’n zorgen om me maakt. Laten we lekker een kop koffie gaan drinken.

Op het strand van de Montenegrijnse badplaats Budva beklaagt pa zijn overgewicht weer eens: “Waarom lukt dat afvallen toch niet?” Ik zou kunnen zeggen: “Omdat je te veel eet en drinkt en nooit beweegt.” In plaats daarvan raad ik hem een zwemtocht aan naar een eiland voor de kust. Dan doet hij er tenminste wat aan, ja toch? Maar als hij daadwerkelijk onderweg is, overvalt me een lichte paniek. Wat als zijn hart het begeeft? Ik voel ineens grote zorg voor hem, en door zijn verrekijker volg ik hem net zolang totdat hij weer het strand op klautert. Even spant hij triomfantelijk zijn biceps. “Ik voel me anders de laatste dagen”, ploft hij naast me neer. “Kwetsbaarder. Opener. Alsof ik enorm zou kunnen huilen. Over hoe het leven gelopen is.” Dan, met een grijns: “Kun je dat nou zien Nils, die dertig gram die ik er net heb afgezwommen?” 

Reageren

Bij Nils Elzenga hielp een reis om weer wat dichter bij zijn vader te komen. Wat deed u om verslechterd contact met familie of vrienden te herstellen? Uw reactie graag o.v.v. naam en woonplaats naar tijdpost@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden