Op pumps langs het riool

NICOLE LUCAS

Als we de glibberige trappen afdalen betreur ik het niet wat steviger schoenen te hebben aangedaan. Gelukkig hebben mijn blauwe pumps niet al te hoge hakken. “Kijk, rattenkeutels”, griezelt een mede-bezoeker. Een ander trekt schielijk zijn hoofd in als koud water, druipend uit scheuren uit het poepkleurige beton, zijn haren raken.

Dit is het bedwelmende sluitstuk van de rondleiding door het Brussels Rioolmuseum: een korte wandeling langs de kolkende Zenne, de rivier waarin de Brusselaars dagelijks gemiddeld 150 liter water uit wc, wasmachine en gootsteen laten verdwijnen. Ooit liep de Zenne als een open riool door de Belgische hoofdstad. Vooral in de zomer verspreidde ze een ondraaglijke stank. In 1869 echter besloot burgemeester Julius Anspach de darmen van Brussel te verbergen. Hij liet de rivier overwelven. Erboven bouwde hij zijn prestigieuze boulevard, waardoor hij ook vandaag nog voortbestaat.

Veertig man heeft de stad in dienst om de riolen schoon te houden, al lijkt dat in de stinkende walm die de bezoeker tegemoet slaat, haast een contradictio in terminis. Dertig jaar geleden waren dat er drie keer zoveel. Dat was in de tijd dat de rioolarbeiders nog met blote handen de viezigheid (inclusief slachtafval) van de bodem schepten en met rieten mandjes ophesen voor de vuilwagen.

Dat was ook in de tijd dat de werkers zich ondergronds moesten omkleden. Hun overalls hingen aan een haakje in het riool. “Dan wilde je 's ochtends weleens een rat in een van de pijpen aantreffen”, zegt de gids op droge toon. Met een lange carrière als rioolwerker achter de rug weet hij waar hij over spreekt. Het zijn trouwens allemaal 'ervaringsdeskundigen', de mannen die bezoekers rondleiden door het ondergrondse Brussel. Hun werkdag begint vroeg in de ochtend en eindigt rond een uur of vijf. Dat komen de Brusselaars thuis en legen ze massaal hun darmen. Dat is zelfs de geharde rioolwerkers, die eens per halfjaar hun bloed moeten laten controleren op infecties, net iets te veel.

De smurrie die hier in de Zenne glijdt voegt zich moeiteloos bij de rotzooi die er eerder, in Wallonië, al in is gesmeten en krijgt, op weg naar de Noordzee, gezelschap van de nodige Vlaamse troep. Niet voor niets noemde het dagblad de Morgen de rivier onlangs een 'langgerekte ode aan de stank en de afwezigheid van elk biologisch leven'. De Zenne wordt namelijk nergens gezuiverd.

Vlamingen, Walen en Brusselaars zijn het er weliswaar over eens dat dat geen schone zaak is, maar vinden zichzelf niet de grootste vervuilers. En willen dus vooral de anderen voor de kosten laten opdraaien. Onder druk van Europese richtlijnen lijkt er nu echter toch een beetje schot in het overleg te komen. Onlangs werd besloten dat er op zijn laatst tegen 2004 een waterzuiveringsstation komt. De gids moet het nog zien. “Ze hebben het er al honderd jaar over. Een paar jaar meer of minder maakt nu ook niet meer uit.” De Zenne als sprankelend beekje blijft voorlopig een illusie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden