Op orde en tucht rust een stevig taboe

Op kleine afstand kunnen de ideeën over opvoeding soms radicaal verschillen. Deel 4 van een serie over opvoeden in Europa: Duitsland. Daar debatteren opvoedkundigen fel over het thema discipline.

Op een paar scholen is het weer ingevoerd. Het begroetingsritueel. Opstaan, handen op de rug, borst naar voren, en dan in koor: „Goedemorgen, meneer de leraar!” De een noemt het een terugkeer naar de nazitijd, de ander ziet het als een uitweg uit de opvoedingscrisis. Want dat in Duitsland opvoeders het spoor bijster zijn, daar lijkt iedereen het over eens.

Ouders, leerkrachten, pedagogen, ze weten niet meer hoe het moet: opvoeden. En zo kan het gebeuren dat in die algehele onzekerheid een boek met het simpelst denkbare recept een bestseller wordt, omarmd door overspannen ouders, overwerkte leraren en overvraagde opvoedkundigen. ’Lof der discipline’ heet het boek, geschreven door Bernhard Bueb.

Bueb was jarenlang hoofd van het elite-internaat Slot Salem bij het Zuid-Duitse Bodenmeer. Met zijn provocerende traktaat wil hij opvoeders helpen kinderen grenzen te stellen, richting te geven en gezag in te boezemen. „Opvoeders zijn opgelucht dat er eindelijk eens iemand zegt dat opvoeden niet zonder discipline kan”, licht Bueb zijn visie in een interview toe.

Niet alleen opvoeders zijn enthousiast. Ook conservatieve politici. In een nota over gezinspolitiek bejubelen christen-democratische partij-ideologen het manifest van Bueb, zelf een hartstochtelijke katholiek. „Beleefdheid, vlijt en discipline”, schrijven de CDU-politici, „zijn de sleutels naar een duurzame inperking van het geweld onder jongeren.”

Buebs boek, inmiddels al een paar jaar oud, roept onverminderd felle reacties op. Vooral van professionele zijde klinkt scherpe kritiek. „Een typisch Duitse reactie”, vindt Christa Schüfer, een opvoedkundige die met beide benen in de Berlijnse onderwijspraktijk staat. „Maar de roep om discipline gaat voorbij aan de werkelijke problemen op de scholen.”

Schüfer hekelt uitdrukkingen als ’gebrek aan discipline’ en ’gedragsstoornissen’. „De eerste term legt de schuld eenzijdig bij de leraren en de tweede bij de leerlingen. Ik spreek liever van ’verstoring van de lessituatie’. Daarmee richt je de aandacht op de structuur van het geheel. Dan dienen zich ook andere mogelijkheden aan om de problemen op te lossen.”

Een van Schüfers oplossingen is de ’klassenraad’. „Kai schreeuwt door de klas dat Mohamed zijn pen heeft afgepakt. Je kunt Kai straffen door hem apart te zetten. Maar je kunt het Kai en Mohamed ook voor de klas laten uitpraten. Want het gaat natuurlijk niet om die pen. Het gaat om communicatie. Door er met de hele klas over te praten, steekt iedereen er wat van op.”

Andere critici van Bueb zoeken de oorzaak van de opvoedkundige malaise dieper. Zij wijzen op het pedagogische klimaat in Duitsland. „De liefde voor kinderen is teloorgegaan”, zegt de gerenommeerde gezinstherapeut Wolfgang Bergmann. „Eigenlijk kunnen kinderen ons niets schelen. Ze verstoren onze zelfontplooiing, onze ambities en onze alledaagse rituelen.”

Het gezin is een geïsoleerd en kwetsbaar systeem geworden, meent Bergmann. Ouders projecteren hun verlangen naar vastigheid op het kind. Ze verwachten van het kind dat het uitstraalt wat een fijn gezinnetje ze vormen. „Let maar eens in een restaurant op jonge ouders met een kind. Ze zijn voortdurend met het kind bezig en kijken elkaar geen moment aan.”

Kinderen bezwijken onder de druk die ouders in hun vertwijfeling op hen uitoefenen. Daar komen de gedragsstoornissen vandaan. „En dan rennen de ouders naar de therapeut en vragen hem of het agressieve gedrag van hun kind en de slechte cijfers die het op school haalt, misschien iets met diens hoge begaafdheid te maken hebben.”

Die onzekerheid van ouders en hun onvermogen hun kinderen met geduld en liefde tegemoet te treden leidt volgens Bergmann tot het verlangen naar discipline, controle en straf. Daarin worden ze gesterkt door het razend populaire televisieprogramma ’Super Nanny’, waarin pedagoge Katharina Saalfrank ouders uitlegt dat straf en repressie nuttige middelen zijn.

Voor Bueb en Saalfrank is het duidelijk waar de problemen vandaan komen: van de generatie van de jaren zestig met haar ideeën over vrije opvoeding en haar afkeer van regelmaat en orde. Een 17-jarige leerling van Buebs internaat vertelt in de Frankfurter Allgemeine Zeitung wat een verademing de straffe discipline was na de chaos van zijn libertaire opvoeding.

„In Salem was alles anders. Ineens waren er vaste tijden voor eten, werken en slapen en voor de ochtendmars rond de slotmuur. De discipline van Salem vormt het karakter. Moed, verantwoordelijkheid en waarheidsliefde heet de trias van deugden van Salem. Ik heb ze verinnerlijkt”, schrijft de scholier en voegt eraan toe: „Zo’n ethos heeft Duitsland nodig.”

Allemaal onzin, meent Bergmann, die zelf tot de protestgeneratie van destijds behoort. De jaren zestig waren nodig om met de Duitse nationale tradities te breken die Bueb nu weer wil terughalen. Bovendien, argumenteert Bergmann, komen de ergste probleemkinderen niet uit links-liberale milieus maar juist uit milieus waar discipline en onderdrukking traditie zijn.

Daar weet Christa Schüfer over mee te praten. Tot haar werkterrein behoren ook de scholen in Berlijnse probleemwijken als Neukölln en Wedding (zie kader). Daar is vaak tachtig procent van de leerlingen van buitenlandse afkomst. Ligt het op dat soort scholen dan niet voor de hand om een strenge discipline te handhaven? Die kennen de leerlingen immers al van thuis.

„Discipline”, zegt Schüfer, „levert in zulke gevallen alleen voordeel op voor de leraren. Die hebben eindelijk hun rust en zijn van het gedonder af. Maar op de leerlingen heeft het alleen maar een tijdelijk effect. Ze zullen steeds op zoek gaan naar wegen om onder de druk van de discipline uit te komen – op het schoolplein, op weg naar huis, bij zwakke leraren.”

Schüfer benadrukt het keer op keer: „Discipline hoort thuis in een autoritaire samenleving.” In haar werk draait alles om ’ontmoeting, gesprek en communicatie’ en dat zijn ’de waarden van een democratische samenleving’. „De roep om discipline”, stelt de kordate conflictpedagoge, „werpt ons terug in het verleden en blokkeert elke vernieuwing van onderwijs en opvoeding.”

Buebs pleidooi voor discipline heeft een gevoelige snaar geraakt. Op discipline blijkt in Duitsland een stevig taboe te rusten. Buebs pleidooi herinnert aan alle kwalijke deugden die tot het nationaal-socialisme hebben geleid. In de jaren vijftig stelde de filosoof Theodor W. Adorno de kwestie al aan de orde: ’Opvoeden na Auschwitz’, hoe moet dat? De Duitsers zijn er nog steeds niet uit.

(ILLUSTRATIE ISABEL BRITO)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden