'Op Oost-Timor is het nog nooit zo slecht geweest'

Op een toeristenvisum heeft de Rotterdamse bisschop Ad van Luyn vorige week Oost-Timor bezocht, samen met Victor Scheffers, algemeen secretaris van de bisschoppelijke commissie voor gerechtigheid en vrede Justitia et Pax. Geschokt door alle verhalen over moordpartijen en intimidatie zijn zij daarvan teruggekeerd. Hierboven een verslag van hun persconferentie na afloop, hieronder de aantekeningen die Scheffers in Timor maakte.

DINSDAG 11 MEI

Java-Bali-Lombok-Sumbawa-Sumba-Flores-Timor: het rijtje uit de aardrijkskundeles trekt onder ons voorbij als we van Jakarta naar Dili vliegen, de hoofdstad van Oost-Timor. In Jakarta hebben we onder meer de pauselijke nuntiatuur en kardinaal Darmaatmadja gesproken, en natuurlijk de salesianen die al meer dan 50 jaar op Oost-Timor werken en hebben geholpen ons bezoek te organiseren (de congregatie waartoe ook bisschop van Luyn en bisschop Belo van Dili behoren - red.). Maar Jakarta is slechts een tussenstop. Twee jaar geleden nodigde bisschop Belo ons uit voor een tegenbezoek aan zijn land.

We komen op een cruciaal moment. Ruim 23 jaar nadat Indonesië deze voormalige Portugese kolonie heeft geannexeerd, ligt er een autonomieplan waarover Portugal en Indonesië het eens zijn. De bevolking mag zich op 8 augustus uitspreken over haar toekomst. Tegen autonomie stemmen, betekent automatisch zelfbeschikking. Een zeer grote meerderheid (we horen percentages van 80, 90 noemen) zal voor onafhankelijkheid kiezen. Volgens het autonomieplan moet Indonesië de veiligheid op het eiland garanderen. Maar alles wijst erop dat het Indonesische leger partij heeft gekozen: vóór de pro-autonomiebeweging. Autonomie betekent immers dat er weinig zal veranderen. ,,De Timorezen blijven dan honden, ze krijgen alleen een andere halsband'', zegt een pater salesiaan. Zo'n 5 000 paramilitairen terroriseren Oost-Timor sinds eind januari straffeloos, met steun van het Indonesische leger. Oost-Timor staat op de rand van een burgeroorlog, waarschuwt bisschop Belo. En keer op keer brengt hij de grove schendingen van de mensenrechten onder de aandacht van de internationale samenleving. Nu er een oplossing voor het conflict dichtbij is, zou een burgeroorlog de mensen de laatste hoop ontnemen.

Precies op tijd landen we in Dili en zonder probleem komen we het land binnen (in oktober was ons nog een visum geweigerd). Enkele salesianen wachten ons op, en we zien ook de Nederlandse journalisten Hella van der Wijst, Colijn van Beurden en Tjitske Lingsma (Kruispunt tv en radio en AD) die ons de komende dagen volgen. Na de lunch gaan we naar Fatumaca voor de begrafenis van een 94-jarige pater, waar ook bisschop Belo zal zijn. Eerst langs de kust, met uitzicht op een diepblauwe zee, dan het binnenland in. Onderweg passeren we militia's in het gezelschap van het leger en de burgemeester van een naburig dorp. Wie garandeert hier de veiligheid? In veel dorpen staan bamboestokken met de Indonesische vlag, rood-wit, voor de hutten. De bevolking wordt geïntimideerd om zo 'kleur' te bekennen: vóór autonomie.

Op de vraag 'hoeveel kilometer nog' krijg je een antwoord in uren. Ongeveer drie uur doet onze chauffeur over de 150 kilometer tussen Dili en Fatumaca, onderweg honden, kippen, geiten, varkens en buffels ontwijkend. In Fatumaca is de begrafenis al afgelopen. De salesianen zijn vereerd met het bezoek van hun Nederlandse medebroeder én bisschop. Na het avondeten praten we met ons Nederlandse clubje nog even na. Na de heksenketel van Jakarta is het wennen aan de stilte en de duisternis.

WOENSDAG 12 MEI

Na het ontbijt rondleiding over het complex dat de salesianen hebben gebouwd: school, internaat, technische school, werkplaatsen en landbouwprojecten. De 'ontwikkeling' die Indonesië in Oost-Timor bracht, is nooit ten goede gekomen aan de gewone bevolking, die moet het vooral van de kerk hebben.

Om 08.15 verlaten we het wat hoger gelegen, vrij koele Fatumaca en gaan naar Los Palos voor een bezoek aan een weeshuis voor jongens van 6 tot 17 jaar, die hun ouders in de oorlog hebben verloren. Er zijn ook kinderen bij die aan de salesianen worden toevertrouwd omdat hun ouders hun niet meer te eten kunnen geven. Lunch in Fuiloro, bij pater José. Zo op het eerste gezicht is alles rustig, zegt hij, maar je moet niet alleen op je ogen afgaan. Als je gaat praten, hoor je de verhalen over de terreur in dit land: jonge mannen slapen in de jungle en durven niet meer thuis te komen. Er zijn af en toe gevechten tussen Falantil, het (kleine) bevrijdingsleger, pro-onafhankelijkheid, en het leger. Maar de meeste slachtoffers vallen door het geweld van militia's en leger.

Met dat leger, de harde hand van de bezetter, overal aanwezig, kan er geen sprake zijn van een eerlijk verloop van de volksraadpleging. Een onbewapende politiemacht onder de vlag van de VN is onvoldoende om de vrede te herstellen. De militia's moeten worden ontwapend, de soldaten moeten weg. Dat is de boodschap die we telkens horen. En we horen de verhalen van de mensen: over een jonge vader die met zijn kind in zijn armen buiten zit. De militia's komen, schieten eerst in de arm, het kind valt, dan schieten ze de vader dood. Op vijftig meter van een militaire post. Iedereen weet wie de daders zijn, maar die worden niet gepakt. Of dat meisje, dat verkracht en vermoord werd omdat haar vriend met Fretilin sympathiseert. In Iramapai zingt een jongen voor ons een lied: Moeder, vertel me waar vader is gebleven. Ook die verhalen hoor je vaker, van mannen die zijn opgepakt en van wie nooit meer iets is vernomen.

Via Baucau gaan we terug naar Fatumaca. Voor ons is het belangrijk te praten met de goedgeïnformeerde salesianen, omdat ze ook het vertrouwen hebben van de bevolking. En het bezoek van bisschop Van Luyn is voor hen een geweldige steun; er komt vrijwel geen buitenlander meer.

DONDERDAG 13 MEI

Na het ontbijt bezoeken bisschop Van Luyn en ik met algemeen overste father Andrew een communiteit van meisjes die zuster willen worden, een school en een weeshuis in Venilale. De journalisten zijn al vroeg naar Dili vertrokken om hun materiaal tijdig in Jakarta te krijgen (er zijn nog maar drie vluchten per week). In Venilale wordt vandaag een jongen begraven die is vermoord, omdat zijn oom bij Fretilin is. Als we langs het kerkhof rijden, wordt net zijn graf gedolven. We bezoeken ook nog een gezondheidscentrum. Malaria en tbc bedreigen de gezondheid, er zijn onvoldoende medicijnen. Ook verzwakken de mensen door gebrek aan voedsel. Tegen elven rijden we naar Dili. Er is weinig verkeer, wat minibusjes en kleine vrachtauto's. Militaire posten zijn er wel, maar we worden nergens gecontroleerd. In Dili is er een bijeenkomst van alle geestelijken en zusters in de kathedraal, en vervolgens een indrukwekkende vredesmars naar het plein voor het huis van bisschop Belo, een stil protest tegen al het geweld. 's Avonds wisselen we ervaringen uit met bisschop Belo en bisschop Basilio do Nasciemento van Baucau. De sfeer is heel ontspannen.

VRIJDAG 14 MEI

Een lang gesprek met mijn collega van Justice and Peace, Manuel Abrantes. Hij is zeer gespannen, is doelwit van bedreigingen. Op het kantoor van Justice and Peace wordt alle informatie verzameld over de mensenrechtenschendingen, over moorden en verdwijningen, en die informatie wordt ook wereldkundig gemaakt.

Bisschop Van Luyn bezoekt het seminarie van het bisdom, ik het Motael-ziekenhuis waar twee buitenlandse artsen (zonder toestemming van de autoriteiten) de mensen verzorgen die niet naar een overheidsziekenhuis durven. Een van de twee artsen, de Amerikaan Dan Murphy, vertelt dat zij hier ook de slachtoffers van het militiageweld helpen. Medicijnen moeten uit Jakarta komen en worden slechts mondjesmaat verstrekt, import is verboden. Ik bezoek ook het kerkhof van Santa Cruz, waar een monument met een eenvoudig kruis herinnert aan de moordpartij die hier in november 1992 plaatsvond. Tientallen of honderden slachtoffers, tot op de dag van vandaag is niet bekend hoeveel. Een onderzoek naar de rol van het leger heeft nooit plaatsgevonden. Waar we ook komen merken we hoezeer de mensen ons bezoek op prijs stellen; maak alsjeblieft bekend wat je hebt gehoord en gezien, het is in al die jaren nog nooit zo erg geweest.

ZATERDAG 15 MEI

's Morgens vroeg beklimmen we de 468 treden naar het beeld van Christus Koning, 27 meter hoog, op een verhoging van 27 treden, symbool voor de 27 provincies van Oost-Timor. Het beeld is een geschenk van Indonesië. Bij de inwijding was president Soeharto aanwezig, enkele dagen nadat bekend was geworden dat bisschop Belo de Nobelprijs voor de vrede had gekregen. Soeharto feliciteerde de bisschop niet. Het beeld kijkt uit over de zee, de haven en de stad Dili. Het uitzicht is magnifiek, maar we weten dat het hier geen stukje paradijs op aarde is.

Mgr Belo komt afscheid nemen. Hij houdt ons nogmaals voor dat de internationale samenleving meer moet doen om het geweld te stoppen. Indonesië zou een veilig verloop van het referendum moeten garanderen, maar laat dat na. Dan moet de VN dat overnemen, de militia's ontwapenen en Indonesië z'n leger laten terugtrekken.

We vertrekken. Op het vliegveld ontmoet ik de Amerikaanse dokter uit het Motael-ziekenhuis. Hij heeft bevel gekregen het land onmiddellijk te verlaten. Maar ik kom terug, zegt hij gedecideerd: wie zou de mensen anders moeten helpen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden