Op naar een Nederlandse islam/De moskee was nooit een sacrale ruimte

De imamdiscussie is voorlopig afgerond met het rapport van Landman Imamopleiding in Nederland: kansen en knelpunten, eindrapportage van een terreinverkenning in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Hij stelt hierin vast dat het initiatief vanuit de moslims moet komen. Ook heeft hij het over de spanning tussen de authenticiteit van de universele islam en de ontwikkeling van een eventuele 'Nederlandse islam'. Terwijl het juist de Nederlandse islam zou kunnen zijn die authentiek en universeel kan worden ingevuld en niet langer vanuit de landen van herkomst en door plaatselijke tradities van een patriarchale agrarische gemeenschap bepaald. Het is daarbij nodig een aantal zaken vast te stellen als: er is geen hiërarchie van geestelijkheid in de islam, geen synode, geen parochie of (protestante) gemeente. In beginsel is iedereen vrij om alleen of met anderen een ruimte als moskee in te richten.

De imam kan beter worden vergeleken met de chazan of voorzanger in de synagoge. Daarvoor bestaat een praktijkopleiding. Een of meer jongeren leren dat aan de voeten van een andere chazan (imam). Dit heeft nu de vorm gekregen van beroepsopleiding. Een rabbijn is meer te vergelijken met een 'alim, een moslimgeleerde of juridisch-theoloog. Om een Nederlandse islam te krijgen, moet je eigenlijk een opleiding tot 'alim hebben in plaats van een opleiding tot imam - misschien niet in Nederland, maar op Europees niveau. Zowel vanwege de kosten die een dergelijke faculteit 'islamitische rechten en theologie' met zich mee zou brengen als vanwege de gemeenschappelijke Europese problematiek die samenhangt met de cultuur-historische ontwikkeling op het gebied van de verhouding godsdienst-secularisatie.

Maar of moslimjongeren daar belangstelling voor hebben? De meesten willen liever een goedbetaalde baan om hun familie te kunnen steunen en goed te kunnen trouwen. Daarbij komt dat er geen 'rolmodellen' onder de imams zijn die een dergelijke functie - of het nou een godsdienstvernieuwer of gewoon een voorzanger is - aantrekkelijk maakt voor jongeren.

De Rushdie-affaire ontstond in een moskee in Bradford omdat een imam het nodig vond uit de Duivelsverzen voor te lezen als betrof het een sacrale tekst. Imams dienen dus dezelfde culturele en intellectuele taal en mogelijkheden tot hun beschikking te hebben en dezelfde neiging tot zelfreflectie en zelfrelativering te ontwikkelen als andere geestelijke leiders. Imams lezen dan geen fictie voor in de moskee alsof het een heilige tekst betrof, maar halen hun schouders erover op of plaatsen het binnen de cultuur-historische en intellectuele context waar het hoort. De moskee was nooit een sacrale rituele ruimte. De islam is gebouwd op vraag en antwoord: discussie. Onbehouwen Bedouinen kwamen op elk moment de profeet lastig vallen met hun vragen. De hele zogenaamde fiqh (jurisprudentie) is vraag en antwoord, waaruit de inmiddels (vanwege Khomeini) beruchte fatawa-literatuur is voortgekomen. In die literatuur is de relatie moslims-nietmoslims aan de orde, waarbij van de verouderde situatie moslimmeerderheid - nietmoslimminderheid: (zogenaamde beschermelingen/ dhimmi's) wordt uitgegaan. In verband daarmee is een ontwikkeling van een fiqh al-aqaliyaat: 'jurisprudentie voor moslims in een minderheidspositie', noodzakelijk geworden.

De verschuiving van triomfalistisch denken (het groot-islamitische wereldrijk) naar besef van gelijkwaardigheid bij het definiëren van wat sjari'ah nou eigenlijk is, komt hieruit voort. Volgens de jurist Mohammed Cherif Bassiouni moeten we, vanwege de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk individu binnen de islam, niet spreken van een theocratie maar van een theo-democratie. Deze theo-democratie berust op een verdrag dat alle gelovigen op vrijwillige basis met elkaar hebben gesloten. Als lid en als potentiële leiders van de gemeenschap hebben zij hun wederzijdse, gemeenschappelijke sociale verantwoordelijkheid en hun verantwoordelijkheid voor God. Daarom deel ik de mening van Bassiouni als hij zegt: 'Sjari'ah beantwoordt de vraag, wat zou het menselijk gedrag moeten zijn in individuele en collectieve zin, in zijn relatie met God, anderen en zichzelf, binnen de universele samenleving van de mensheid, om te komen tot de vervulling van zijn tweeledige doel, dat van leven op aarde en het leven in het hiernamaals.' Die mening deel ik omdat hij hierin een grens overschrijdt, namelijk die van 'wij moslims' naar 'wij mensen'.

Methoden die de bestaande gevoelens van sociale verbondenheid over de grens van de eigen groep moeten tillen - zoals de islam in zijn eigen geschiedenis religie over de grenzen van stammenwaarden en normen heeft willen tillen, zijn nog niet bewust ontwikkeld. Kritisch denken en in het bijzonder zelf-kritisch denken wordt wel vanuit de bronnen van de islam aangemoedigd, maar is nog geen basis voor veranderings- en emancipatieprocessen geworden. Vereisten hiervoor zijn:

- inspanning tot grondslagen onderzoek, leidend tot hernieuwde interpretatie van de bronnen;

- vanzelfsprekendheden in denken en gedrag bevragen;

- gezamenlijke belangen van moslims en niet-moslims benadrukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden