Op naar een landschap met een ziel

interview | WNF-baas Johan van de Gronden is jaloers op de band van Amerikanen met hun natuur, zegt hij in zijn Westhoff-lezing. Co-referent John Janssen: Europa kan die verbintenis ook hebben!

Hij had zin om eens even achter dat panda-logootje vandaan te kruipen en van de jaarlijkse Westhoff-lezing zijn persoonlijke verhaal te maken. Er zit hem iets dwars, en hij wordt er op gezette tijden korzelig van. Wereld Natuur Fonds-directeur Johan van de Gronden (1966) stoort zich in hoge mate aan wat hij noemt de 'ultieme nutsfunctie' van de Nederlandse natuur.

"Het valt me op, zeker na de laatste Rijksnatuurvisie, dat er alleen nog oog is voor de productieve waarde van de natuur", zegt hij. "Het gaat om de recreatieve waarde, de waarde voor veiligheid, de economie. Het Wereld Natuur Fonds omarmt die functies ook. Maar de intrinsieke waarde, de meer kwetsbare waarde van het behoud van diversiteit aan leven, lijkt achter de horizon verdwenen. En in Nederland wel in extreme mate. Dat vind ik erg ongemakkelijk."

Van de Gronden heeft de Westhoff-lezing die hij morgen zal uitspreken daarom aangegrepen om de geschiedenis eens in te duiken. De van-huis-uit-filosoof ging langs zijn boekenkast en herlas de biografieën over Frederik Willem van Eeden, Jac. P. Thijsse en Eli Heimans, de grondleggers van de Nederlandse natuurbeweging, en het werk van de Pruisische natuurvorser Alexander van Humboldt. Maar hij trok ook filosoof Immanuel Kant uit de kast, Edmund Burke en de vroege architecten van de Amerikaanse natuurbescherming: dichter Ralph Waldo Emerson en schrijver Henry David Thoreau. En stelde zich vervolgens de vraag: zitten in onze geschiedenis patronen die kunnen verklaren waarom Nederland een van de oudste grondwetten ter wereld heeft, terwijl ons Europese Verlichtingsgoed op natuurgebied vooral in de Amerikáanse Grondwet is terechtgekomen?

Woestenij?

Wat betreft de Amerikaanse positie was Van de Gronden er snel uit. Hij heeft grote bewondering voor de Amerikaanse natuurreservaten, niet zozeer vanwege hun schoonheid, maar omdat de ziel van de Amerikanen daarmee zo nauw is verbonden. "Het jonge Amerika zocht destijds naar zijn identiteit. De nieuwe bewoners zagen alleen maar wildernis, maar wat moesten ze met die woestenij? Ze waren jaloers op het oude Europa. Daar stond het vol met tempels en paleizen, maar kon Amerika ooit zo'n culturele rijkdom creëren?" Ze hebben toen van de nood een deugd gemaakt, zegt hij. In Europa was elk stukje land in cultuur gebracht. De woeste ervaring van de oorspronkelijke natuur in al haar kracht, kun je eigenlijk alleen in Amerika ervaren. "Die gedachte, of dat gevoel, hebben ze bijna vastgeschroefd in hun Grondwet."

Amerikanen hebben daardoor als het ware het 'recht' op wildernis. Als je die zou willen afnemen, ontdoe je de bevolking van een deel van haar identiteit. "En op juist dat gevoel ben ik jaloers." De Amerikanen zien de natuurparken als hún kathedralen. "Ik zou willen dat Nederlanders of Europeanen ook zo'n band met hun landschap hebben. Zo van: en als je daaraan komt, kom je aan mij!"

Vergelijk die ontwikkeling nu eens met die in Nederland. Van de Gronden leerde dat de Nederlandse natuurbeweging vanaf de oorsprong, zeg vanaf de Verkade-albums, a-politiek en moreel neutraal was en heel dicht tegen de bourgeoisie aan lag. De gegoede industriëlen maakten het mogelijk dat 'natuurmonumenten' werden beschermd. Maar het was niet zo dat de Nederlandse bevolking haar landschap omarmde, laat staan dat deze een waarde had die er in de politiek toe deed.

"De recente Rijksnatuurvisie is ook weer zo'n ambtelijk document zonder ziel. Ik heb staatssecretaris Sharon Dijksma van natuur geloof ik in haar hart geraakt omdat ik wees op het ontbreken van het sociaal-democratische gedachtegoed in dat stuk. Het is allemaal nut, nut en nog eens nut. Maar waar is de zorg voor het kwetsbare? Nergens in haar Rijksnatuurvisie klinkt die door. Die is vooral neo-liberaal. Ik kies voor een ander, rijker Nederland waarvan de welstand niet slechts van economische indicatoren valt af te lezen."

Maatvoering

Volgens Van de Gronden staat het ontbreken van de moraal in het milieu- en natuurbeleid niet op zichzelf. Hetzelfde gebeurt op cultureel gebied, en in het publieke debat. "De maatvoering is uit de samenleving. En dat zie je letterlijk terug in het Nederlandse landschap. De overbemeste Engelse raaigraslanden zonder bloemen of kruiden, staan wat mij betreft symbool voor het morele en culturele verval. Moeten we trots zijn op een agrarische sector die volkomen is doorgeslagen? Nee, we moeten ons doodschamen."

Als culturele verschraling en de homogenisering van het landschap bijna parallel lopen, gaat hij verder, dan kan door het herstel van culturele gebruiken de natuurbescherming een nieuwe impuls krijgen. Met een nieuwe moraal gaan mensen weer beter voor hun omgeving zorgen, merkte Van de Gronden in Friesland. Het WNF heeft daar het Living Planet Report gepresenteerd, met daarin 'de staat van de aarde' in de Friese taal. "Ik heb gezegd: jongens als jullie nou zo trots zijn op je Friese taal, je Friese cultuur, maar straks blijven zitten met alleen nog maar meeuwen en kraaien in een overbemest landschap dat zich in niets onderscheidt van de rest van Nederland, dan is het ook snel afgelopen met je Friese taal. Als je je cultureel wilt onderscheiden, moet je ook anders kunnen zijn. Laat dat in het landschap dan ook zien."

Dat sloeg in als een bom, merkte Van de Gronden. "Ik hoop zo de trots van de Friezen aan te wakkeren, opdat ze straks zeggen: als je aan de grutto en de kemphaan komt, kom je aan mijn cultuur. Dus blijf er met je fikken vanaf. Die publieke verontwaardiging ontbreekt nu."

Van de Gronden pleit morgen voor zijn gehoor aan de Katholieke Universiteit Nijmegen aan het slot van zijn rede voor een 'morele herijking' van het natuurbeleid. Het WNF zelf heeft al een eerste stap gezet. Voorheen richtte de internationale organisatie zich in Nederland vanzelfsprekend op de natuur, liefst de grootschalige. "We stonden met de rug naar het agrarisch landschap, maar dat vormt wel twee derde van Nederland. Er was een tournure nodig in onze visie."

Vergrassen

Nederland is volgens hem te klein voor een functiescheiding tussen natuur en agrarisch landschap. Ze hebben te veel met elkaar te maken. De stikstof uit de landbouw laat de duinen vergrassen.

"Om het landschap te redden, moeten we de landbouw ecologiseren. Dat kan ook. We hoeven niet de hele wereld te voeden. Met een intensivering van de landbouw in het Zuiden, en een extensivering van de onze, kunnen we volgens de laatste inzichten genoeg produceren. Het verschil in opbrengst van ecologische landbouw versus intensieve, is nu nog maar 20 procent, en niet 80 zoals soms wordt gesuggereerd. Dat is een overbrugbaar verschil waarmee we de soortenrijkdom kunnen herstellen en de landbouw uit zijn kluisters kunnen bevrijden." En dan is ook de maatvoering terug, zal hij morgen uitspreken, en een moraal van de matiging."

John Janssen

Onderzoeker John Janssen (1967) promoveerde in 2001 aan de Universiteit van Amsterdam op methoden van vegetatiemonitoring op kwelders door Rijkswaterstaat. Bij Alterra werkt hij aan de implementatie van Natura 2000 in Nederland en het buitenland en schreef hij de Natura 2000-boekenreeks 'Europese Natuur in Nederland'.

Er is Europese natuur, maar je moet haar wel zien

John Janssen is geen filosoof, maar ecoloog bij onderzoeksbureau Alterra. Als tegenspreker omarmt hij weliswaar de analyse en oproep van Van de Gronden, maar hij kleurt die wel anders in. Met het toekennen van allerlei economische functies aan natuur gaat het eigene, en de schoonheid ervan, verloren, zal Janssen zeggen. Maar dat gevaar wordt óók veroorzaakt door ontwikkelingen binnen het natuurbeheer zelf dat in zijn ogen wel erg technisch is geworden. "We hebben de natuur allerlei normen opgelegd, maatlatten voor 'goed' en 'fout'. We eisen van een gebied om te voldoen aan een bepaalde subsidieregeling. Planten moeten voldoen aan een Europees habitat-type om een Natura 2000-gebied te kunnen vormen." Maar waar blijft in deze indeling de verwondering nog, vraagt Janssen zich af. "De schoonheid en beleving daarvan, zijn met de technocratisering uit de natuur verdwenen."

Van de Gronden kijkt jaloers naar de Amerikanen, ziet Janssen, die hun 'identiteitsnatuur' koesteren. Toch kent ook Europa die, alleen wordt deze door natuurorganisaties amper als zodanig herkend. "Ik daag de directeur van het Wereld Natuur Fonds uit meer op te komen voor de natuur waar professor Victor Westhoff zo van hield." Janssen heeft het dan over het oude Europese cultuurlandschap, de half-natuurlijke systemen van hooilanden, heides en door mensen gebruikte bossen. "Juist dat landschap is het meest karakteristieke element waarmee Europa zich onderscheidt van alle andere continenten. Wij kennen geen savannes, tropisch regenwoud of woestijn. Wij hebben oud cultuurlandschap, en juist daar bevindt zich het grootste deel van de Europese biodiversiteit." En, over identiteit gesproken: deze landschappen staan voor verschillende volkeren, ze hebben een historie, ze vertellen verhalen. "Dit is het oude Europa, de diepe wortels van ons continent, én onze gemeenschappelijke identiteit", zal Janssen zijn publiek morgen voorhouden. "Maar waarom laten de natuurclubs juist deze gebieden liggen?"

WNF is een van de founding fathers van Rewilding Europe, een organisatie die een miljoen hectare verlaten landbouwgebied wil laten verwilderen om daar grote zoogdieren als beer en wolf te herintroduceren. Janssen heeft daar niets op tegen, maar efficiënt vindt hij dit niet. "Ze beheert vooral gebieden die al wildernisgebied zijn. Daar hoef je weinig aan te doen. Maar aan de randen ervan zit cultuurgrond, half-natuur die nauw met mensen en hun geschiedenis is verbonden." Eeuwenlang is die op eenzelfde manier door mensen onderhouden, en daardoor ontstaat juist die botanische rijkdom. Kortom, zegt Janssen, landschap met een identiteit. Precies waar Johan van de Gronden om vraagt. "En nieuwe wildernis heeft die ziel niet."

Johan van de Gronden

Johan van de Gronden (1963) is sinds 2006 algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Daarvoor deed hij internationale ervaring op in ontwikkelingssamenwerking, strategisch management, financiële planning en controle van grote veldwerkprojecten. Hij werkte onder meer voor de Verenigde Naties.

Wie was Westhoff?

De jaarlijkse Westhoff-lezing is vernoemd naar prof. dr. Victor Westhoff (1916-2001), de invloedrijkste naoorlogse natuurbeschermer in Nederland. Hij was een van de eersten die wezen op de bijzondere natuurwaarden van oude, kleinschalige cultuurlandschappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden