'Op mij wordt extra gelet'

Als burgemeester Wolfsen van Utrecht terugblikt op het afgelopen jaar, is het raadsdebat over zijn functioneren rond een weggepest homostel 'een belangrijke factor.' Maar daar staan voor hem veel hoogtepunten tegenover.

INTERVIEW | MAAIKE VAN HOUTEN

Aleid Wolfsen kent niet álle cijfers uit enquêtes over zijn stad en zijn persoon. Maar hij heeft wel de veiligheidsmeter van het Algemeen Dagblad paraat. Utrecht staat niet langer in de top tien van onveilige steden. "We zijn gezakt naar dertien, en daar ben ik best trots op", zegt de burgemeester van de vierde stad in Nederland.

Met de belofte dat hij de stad veiliger zou maken, probeerde Wolfsen drie jaar geleden de harten van de Utrechters te winnen. De justitiewoordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer nam het in een referendum op tegen partijgenoot Ralph Pans. Het referendum werd ongeldig verklaard omdat er te weinig mensen kwamen opdagen, maar getalsmatig had Wolfsen gewonnen. Hij werd benoemd tot burgemeester.

Hij had succes met zijn inspanningen voor de veiligheid: "Met uitzondering van de woninginbraken gaat het over de hele linie beter", zegt hij. Soepeltjes noemt hij een paar voorbeelden: de jeugdcriminaliteit is gedaald, de overlast van jongeren verminderd, de misdaadcijfers op Kanaleneiland verbeterd ("al zeg ik er eerlijk bij dat de situatie daar broos is"), rondzwervende kinderen worden 's avonds thuis afgeleverd, met de aanpak van mensenhandel is een begin gemaakt, huiselijk geweld wordt bestreden en de opvang van slachtoffers loopt goed, met name van kinderen. Vooral over dat laatste is hij 'supertevreden' en om dat te onderstrepen pakt hij een beeldje dat op tafel staat. Dat heeft hij voor zijn inspanningen gekregen van het Global network of women's shelter. "Ik heb het er niet speciaal voor u neergezet, maar ik ben er wel trots op".

Landelijke bekendheid kreeg Wolfsen niet vanwege deze successen. Voor de buitenwereld is hij de man die te weinig deed voor een homostel, dat zo getreiterd en gepest werd dat ze zich gedwongen voelden hun huis te koop te zetten en uit te wijken naar Nieuwegein. Het paar probeerde via het gerechtshof verdachten tegen wie te weinig bewijs leek te zijn, alsnog te vervolgen. Het hof tikte justitie en politie op de vingers wegens laks handelen. Dat oordeel was voor de twee mannen eens te meer het bewijs dat korpsbeheerder Wolfsen hen volkomen in de steek had gelaten. Zij vechten nu voor een schadevergoeding. Hun advocaat heeft aangekondigd dat hij ook voor een weggepest Marokkaans gezin naar het hof stapt. Wolfsen wacht dat oordeel af.

Hoe is het voor u dat het op uw hoofdthema, veiligheid, ook zo fout liep?

Wolfsen: "Dat is ongelooflijk balen. In zo'n stad heb je af en toe verschrikkelijke incidenten. Soms kan je zoiets goed oplossen, maar bij het homostel is het de andere kant opgegaan. Het is ons niet goed gelukt om het vertrouwen te wekken dat we goed en adequaat bezig waren. Er zijn ook hier en daar dingen misgegaan. Een getuige die niet op tijd is gehoord, justitie die een dossier niet compleet naar het hof heeft gestuurd. Publiekelijk is de burgemeester voor alles verantwoordelijk, en het is begrijpelijk en terecht dat ik daar op word aangesproken."

Had u het achteraf bekeken anders kunnen aanpakken?
"Het heeft zich in 2009 afgespeeld, en in 2010. Met Kerst vorig jaar heb ik ze hier om de tafel gehad en ik ben bij hen geweest. Toen was het opgelost, maar later is het weer opgelaaid. We zijn er niet in geslaagd contact te houden. In zo'n groot proces gaan er altijd dingen mis. Soms worden die hersteld, maar de dingen krijgen een eigen dynamiek, waardoor wordt gezegd: 'zie je wel, alles ging daar fout'.

"We hebben nu een gay alert ingesteld, en 23 meldingen gekregen. Helaas kun je niet altijd alles zeggen. In twee gevallen is een dader verhuisd. De slachtoffers wilden daar geen publiciteit over. In twee andere gevallen zijn de bellers verhuisd, om andere reden dan het gay-zijn. We staan naast de slachtoffers, we willen tevreden inwoners. In zo'n grote stad zijn veel pesterijen, dat komt in de beste families voor en heeft vaak niks te maken met seksuele voorkeur. Elk incident is uniek, en waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Het lukt niet in alle gevallen, maar we hebben er nu redelijk greep op.

Het beeld blijft dat homo's beter niet in Utrecht kunnen gaan wonen.
"Dat zou kunnen, maar minister Donner meldde laatst in een brief aan de Kamer over discriminatie, antisemitisme etcetera dat er in Utrecht tien meldingen per jaar zijn. In andere steden is dat een veelvoud. Ik ben een man van de feiten. Als je het objectief bekijkt, gaat het best goed. In 2008 hadden we het meest homovriendelijke beleid, in 2010 scoorden we gelijk met Amsterdam en Nijmegen. Landelijk zitten we gunstig, maar door zo'n incident denken mensen: wat is er in Utrecht aan de hand? Dat begrijp ik."

De gemeenteraad nam de kwestie hoog op. Die was al getergd, omdat u eerder probeerde een artikel uit een plaatselijke krant te houden. Er zijn raadsleden die zeggen: Wolfsen heeft niet veel krediet, hij moet niet nóg een fout maken. Hoe is dat, om te functioneren in een omgeving die niet toestaat dat er dingen misgaan?
"Op mij wordt extra gelet. Dat is prima. Dit zijn ernstige kwesties. Maar ik ben er niet extra gespannen of zenuwachtig door. Met in paniek handelen, of overreageren doe je jezelf en de ander tekort. Daar ben ik kien op. Je moet oppassen dat je niet te snel te grote woorden gebruikt die je niet waar kunt maken. Ik probeer goed en gewetensvol mijn werk te doen en ben elke dag ter verantwoording te roepen. Een incident moet je kunnen uitleggen, je verhaal moet goed zijn. En los van de voorgeschiedenis, als je evident een persoonlijke fout maakt, dan is het aan de raad om er een oordeel over te vellen. Daar word ik ook niet nerveus van."

Dan heeft u veel zelfvertrouwen
"Ja? Dat weet ik niet. Als rechter kwam ik niet in de publiciteit, als Kamerlid kwam ik anders in de publiciteit. Nu sta ik in het brandpunt van de belangstelling. Als je daar niet tegen kunt, moet je een ander vak kiezen."

U had een goede naam, als Kamerlid werd u gewaardeerd en gerespecteerd. De PvdA zette u in 2006 op de derde plaats, de eerste man na Wouter Bos. In het begin van uw burgemeesterschap oogstte u niets dan lof. Nu is dat beeld gekanteld. De gemeenteraad zit op het vinkentouw, het Algemeen Dagblad maakte rond het raadsdebat melding van een enquête: iets meer dan de helft van de ondervraagde inwoners van Utrecht wil niet dat u herbenoemd wordt. Drie kwart is niet trots op u als burgemeester.

"Op de site stond ook dat twee derde van de burgers vertrouwen in me heeft. Dat vond ik mooi. En verder zeg ik: je moet je stinkende best doen. In de politiek word je vandaag gevierd en morgen weggestemd. Dat geldt voor een wethouder, voor een minister en voor een burgemeester. Als bestuurder sta je elke dag in het brandpunt van de belangstelling. Dit is echt een andere functie dan mijn twee voorgaande. Je krijgt veel kritiek, dat hoort erbij. Het is niet dat kritiek me niet raakt, het is niet leuk. Maar het houdt je scherp en je probeert er wijzer van te worden."

Bestuurskundige Marcel Boogers zei in Trouw: als er een ramp gebeurt en hij opereert goed, dan is hij zo over dat negatieve imago heen.
"Ik gun niemand een ramp. Het zou extreem egoïstisch zijn dat je je wilt profileren over de rug van een ander. Een ramp kan je zo overkomen, Luik, Hoek van Holland, Alphen aan de Rijn, het is zo dichtbij. Maar ik hoop oprecht dat we dat niet meemaken."

In de race om het burgemeesterschap benadrukte uw tegenstrever Pans dat u geen ervaring had als burgemeester. Wel eens gedacht: was ik maar in een kleinere gemeente begonnen?
"Nee, er zijn kleinere gemeentes langsgekomen, maar daar heb ik van afgezien. Ik kies voor de variëteit van de grote stad. Er zijn ook burgemeesters in kleine gemeenten die het moeilijk hebben. Vijftig weken van het jaar is dit een prachtig vak, misschien wel 51. Eén dag of week is echt minder aangenaam. Het raadsdebat is bij het terugkijken op dit jaar een belangrijke factor, maar er zijn veel hoogtepunten geweest."

Dus in 2013, als uw termijn afloopt, gaat u voor een nieuwe periode?
"Geen idee. Dat is nog zover weg. Ik ben niet zo'n carrièreplanner, mensen die daar eindeloos mee bezig zijn, blijven levenslang ongelukkig omdat ze net niet zijn waar ze willen zijn. Ik wilde graag rechter worden, Kamerlid, en ik wilde ook graag burgemeester worden. Je moet ambitieus zijn, dat ben ik, maar je moet vooral plezier beleven aan je werk. En dat heb ik, elke dag weer, al zijn er dagen die minder leuk zijn. Deze baan vreet je helemaal op, maar ik heb nog niet één dag gehad dat ik niet opstond en dacht: wauw, weer een nieuwe dag!"

'Wie ben ik dat ik hen namens de stad mag onderscheiden voor hun inzet?'

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden