Op leeftijd schitteren als oude gravin

Holland Festival | In Tsjaikovski's 'Pique Dame', vanaf morgen op het Holland Festival, is een belangrijke rol weggelegd voor de oude gravin, de schoppenvrouw uit de titel. Geen grote zangpartij, maar als personage uitermate bepalend. Een schone kans voor zangeressen op hun retour.

Onbeduidende rollen bestaan niet. Onbeduidende zangers wel. Deze uitspraak, of een variant daarvan, leidt een gevleugeld bestaan in de operawereld. Een rol kan nog zo klein zijn, hij zal toch door iemand gezongen moeten worden. En het liefst zo goed mogelijk. Al hoef je maar een brief op te brengen (tweede akte Verdi's 'La traviata'), één keer een naam uit te stoten alvorens je onthoofd wordt (de prins van Perzië in Puccini's 'Turandot'), een paar keer 'Ugh, ugh' te roepen (Wowkle in Puccini's 'La Fanciulla del West'), of zelfs helemaal niet te zingen (Hectors weduwe Andromache in Berlioz' 'Les Troyens' en de gravin van Aremberg in Verdi's 'Don Carlos'), je zult er moeten staan. Indruk maken. Juist in zo'n rol, omdat die zo kort is.

Boven deze ultrakorte rolletjes zit een categorie van iets langere rollen, en dan spreken we in de opera van comprimario-rollen. De term comprimario is afgeleid van het Italiaanse 'con primario', wat zoveel betekent als 'met de eerste'. Er zijn zangers die een grote glanscarrière hebben gehad met kleine rollen. Neem de Italiaanse tenor Piero di Palma bijvoorbeeld. Hij is schoolvoorbeeld van een comprimario-zanger, die in de jaren vijftig en zestig net zo belangrijk was als Renata Tebaldi of Maria Callas, met wie hij vaak in grote producties stond.

In Tsjaikovski's opera 'Pikovaja Dama' (Schoppenvrouw), waarvan morgenavond een nieuwe productie in première gaat bij De Nationale Opera, zit een heel stel van dit soort comprimario-rollen. Tsjaikovski componeerde de opera in drie maanden tijd in Florence, waar hij, moe van alle gedoe rondom werk en privéleven in Rusland, naartoe gevlucht was. Het orkestreren van de partituur nam nog eens drie maanden in beslag, en dat deed Tsjaikovski in Rome. Een 'Italiaanse' opera dus, van een Rus in hart en nieren.

Kanttekeningen

Hoewel de kritiek op Tsjaikovski's opera vanaf de première in 1890 over het algemeen positief was, waren er kenners die kanttekeningen plaatsten bij het dramatische verloop ervan. De spanning van het op de novelle van Poesjkin gebaseerde hoofdverhaal - de teloorgang van de gokverslaafde Hermann en zijn geliefde Lisa - wordt te vaak en te veel opgehouden door al die bijfiguren, vinden zij. Bijfiguren die ook allemaal een volwaardige aria van Tsjaikovski te zingen krijgen.

Eerst is daar graaf Tomski, die in zijn ballade vertelt over de Moskouse Venus, de Russische schone die voor een enkel rendez-vous met graaf Saint-Germain het geheim van de drie kaarten ('Tri karty') kreeg. Daarmee verdiende ze vervolgens aan de speeltafel haar verloren fortuin terug en verwierf er haar bijnaam Schoppenvrouw. Niet overbodig, omdat we hier voor het eerst over het geheim van Schoppenvrouw horen, maar Tomski heeft verder geen rol van betekenis meer. Dan hebben we vrij snel daarna de aria van Polina, de vriendin van Lisa. Mooie muziek, maar voor het verhaal overbodig. Ook de gouvernante heeft daarna nog een arioso.

In de tweede akte komt de aria van vorst Jeletski, zijn liefdesbetuiging aan Lisa. Schitterende muziek, altijd goed voor een open doekje, maar ook Jeletski verdwijnt daarna zo goed als helemaal uit het verhaal, totdat hij op het eind Hermann uitdaagt. De meeste kritiek kwam er op het vijftien minuten durende intermezzo, waarin de allegorische personages Daphnis, Chloé en Pluto arcadisch tutten op pastiche-muziek van de door Tsjaikovski aanbeden Mozart. Critici vinden dat vooral de rol van Lisa te lijden heeft onder al die overbodige maten en bijrollen; haar karakter is lang niet zo mooi in muziek gevat als haar operazusje Tatjana in Tsjaikovski's 'Jevgenji Onjegin'.

Van alle bijrollen in 'Pique Dame' is die van de Schoppenvrouw zelf natuurlijk de belangrijkste. De stokoude, strenge gravin, voogdes van Lisa, leeft in het verleden, in een tijd dat ze als Moskouse Venus furore maakte in Parijs. In haar grote slaapkamerscène somt ze mijmerend maar moeiteloos de namen op van de society-figuren in wier kringen ze destijds verkeerde: de hertogen van Orléans, Ayen en Coigny, de gravin van Estrades, de hertogin van Brancas, de prins van Condé en zelfs Madame de Pompadour.

Noodlotsthema

In haar mijmeringen begint ze zachtjes een aria te zingen. 'Je crains de lui parler la nuit' (Ik durf 's nachts niet met hem te spreken). Tsjaikovski benadrukt het verleden van de gravin door haar een eeuwoude aria van de Belgische componist André Grétry in de mond te leggen. Die komt uit diens opera 'Richard Coeur de Lion' (Richard Leeuwenhart), geweldig populair in 1784. Geen noot van deze aria is van Tsjaikovski zelf, maar het noodlotsthema dat hij voor zijn opera bedacht, en dat daar op sleutelmomenten te horen is, vormt een perfecte prelude voor Grétry's muziek. Naadloos gaat Tsjaikovski's thema, gespeeld door een eenzame fagot, over in de muziek van een eeuw eerder.

Tsjaikovski heeft Grétry's oorspronkelijke sopraanaria wel een beetje naar zijn hand gezet, door het tempo te matigen, het middendeel eruit te halen en ook het triomfantelijke slot inclusief hoge noten te schrappen. Door deze aanpassingen en de lagere ligging is de aria en de rol geschikt voor mezzosopranen. En meestal kan de mezzo-gravin een glorieuze retour betekenen voor grote zangeressen in de nadagen van hun carrière. Dat geeft de rol een mooie dubbele laag als de gravin peinzend en met wankele stem over vroeger zingt; zangeres en personage vallen hier samen. Heel wat grote diva's lieten zich de kans niet ontnemen om nog één keer te stralen en te sterven op het toneel. De gravin krijgt een hartaanval als Hermann haar vlak na het zingen van de aria het 'Tri karty'-geheim probeert te ontfutselen. Ze keert overigens in de laatste akte als geestverschijning terug om Hermann de fatale schoppenvrouwkaart toe te spelen.

Veel grootheden van weleer hebben op cd en bühne de rol van de gravin stem en gestalte gegeven. Martha Mödl bijvoorbeeld die de rol in Wenen nog zong toen ze al 89 jaar oud was. Rita Gorr was op haar 81ste nog zo'n grootheid. Elena Souliotis, Maureen Forrester, Irina Arkhipova, Regina Resnik, Felicity Palmer, Elena Obraztsova; het lijstje met grote namen kan moeiteloos aangevuld worden. In Amsterdam wordt de rol gezongen door Larissa Djadkova. De stersoliste van het Mariinsky Theater in Sint Petersburg is met haar 62 jaar nog niet pensioengerechtigd, maar wel veterane. Met al die ervaring en met die uitzonderlijke stem van haar zal ze er zeker voor zorgen dat haar gravin beslist geen bijrol zal zijn.

Pique Dame

'Pique Dame' van De Nationale Opera/Holland Festival. Mariss Jansons dirigeert het Koninklijk Concertgebouworkest, Stefan Herheim regisseert. Première morgenavond in Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Negen voorstellingen t/m 3 juli. Op vrijdag 24 juni wordt de opera live uitgezonden op een groot videoscherm in Park Frankendael in Amsterdam - 'Opera in het Park' is gratis toegankelijk.

www.dno.nl of www.hollandfestival.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden