Op jezelf maar toch met elkaar

Nu mantelzorg en vrijwilligerswerk belangrijker worden, neemt de belangstelling voor groepswonen toe. Wie dichtbij elkaar woont, kan elkaar beter bijstaan.

Nee, naar het grote masterplan van de rijksoverheid hoeven we echt niet te zoeken, verzekert de woordvoerster van het ministerie van wonen en rijksdienst. Over dit onderwerp heeft woningbouwminister Blok geen visionaire beleidsnota geschreven.

De vraag was of er ergens op het departement iets te vinden zou zijn over veranderende woonvormen voor burgers in de participatiesamenleving. Het kabinet kondigde al weer een paar jaar geleden aan dat we moeten beseffen dat vanzelfsprekendheden uit de verzorgingsstaat niet meer bestaan. Hoe willen we gaan wonen in die nieuwe participatiemaatschappij?

Meer vrijwilligerswerk, meer mantelzorg, burenhulp en opvang in eigen kring. Dan is het wel handig dat burgers huizen vinden op plekken waar het makkelijker is elkaar een beetje bij te staan.

De belangstelling voor groepswonen neemt nu al toe. In vergrijzend Nederland, waar de verzorgingshuizen worden gesloten, zullen we straks nog meer gaan zoeken naar allerlei gebouwen waar vrienden, familieleden en buren elkaar kunnen helpen. Maar een nationaal plan, een soort vinex-plan nieuwe stijl, ligt daar in Den Haag dus niet voor klaar.

In zulke gemeenschappelijke 'participatie-gebouwen' willen we onze individuele vrijheden niet kwijtraken. Tegelijk zijn we er op zoek naar gedeelde verantwoordelijkheid.

De Vereniging Akropolis Amsterdam, met 150 leden, werkt aan de bouw van tachtig huizen met groepsvoorzieningen op het Zeeburgereiland. In de folder van die nieuwe woontoren staat het dilemma van vrijheid in verantwoordelijkheid in één zin samengevat: 'Op jezelf zijn maar toch met elkaar.'

Het draait in dit soort complexen niet alleen om toekomstige zorgbehoeftes en dreigend gebrek aan professionele hulp. Het kan ook gewoon gezellig worden. "Je kunt bouwen tegen of voor sociale cohesie. Voor mensen die niks met elkaar te maken willen hebben of voor bewoners die meer op elkaar gericht willen zijn", zegt Marius Ernsting. De ex-GroenLinks-parlementariër was als voormalig voorzitter van Humanitas betrokken bij allerlei particuliere initiatieven voor groepsbewoning.

Ernsting zag de afgelopen paar jaar een lastig probleem opduiken. In het ideale geval worden grotere levensloopbestendige gebouwen bezet door een mix van oudere en jongere bewoners, van huurders en kopers. Ook een mengeling van rijk en arm, zodat via de opbrengst van duurdere koopwoningen de extra bouwkosten worden opgevangen voor het interne muziekzaaltje, de bibliotheekruimte of de wijkzorg-spreekkamer in de plint van het gebouw.

Die ideale mix van bewoners is vrijwel onmogelijk geworden. Woningbouwverenigingen bouwen geen koopwoningen meer omdat ze zijn teruggefloten naar hun oorspronkelijke sociale kerntaak. Net zomin bieden ze nog duurdere huurwoningen aan voor gezinnen met een bovengemiddeld inkomen. Daar ging de optimale mix.

Is zo'n gebouw eenmaal toch financieel haalbaar, dan staat het er nog niet van de ene op de andere dag. Initiatiefnemers dienen een lange adem te hebben. De eerste vergaderingen voor het Amsterdamse Akropolis waren in mei 2008. Pas deze zomer gaat de eerste paal de grond in. Vooruitblikkende zestigers die hun toekomst zoeken in een dergelijke woonvorm zullen vaak tegen de zeventig lopen voordat ze de sleutel ontvangen van hun nieuwe voordeur. Het geduld van burgers wordt vaak op de proef gesteld wanneer ze willen bouwen of renoveren voor de participatiesamenleving.

Architect durft lastige vragen wel te stellen

Wat wordt de rol van architecten, wanneer zij vaker te maken krijgen met initiatieven voor groepswonen? Die blijft niet beperkt tot ontwerpen, verwacht architect Ton van der Hagen, die met zijn bureau Archistad veel onderzoek heeft gedaan naar toekomstige woonbehoeftes. "Ik verwacht dat architecten in een eerdere fase als klankbord gaan opereren voor woningzoekenden die iets gemeenschappelijk willen opzetten." Het uitwerken van de bouwtekeningen komt later wel.

Wie samen met vrienden of familie wil bouwen of renoveren, bijvoorbeeld in een 'collectief particulier opdrachtgeverschap', overziet lang niet altijd wat er in de groep van elkaar wordt verwacht. Is de toekomst wel zo gemeenschappelijk? Wat zijn de scenario's bij scheidingen, bij plotselinge grote zorgbehoefte of voor opgroeiende kinderen? Van der Hagen: "Architecten zullen daar vaker in de initiatieffase met de deelnemers over gaan meedenken. Zo'n onafhankelijke architect kan lastige vragen stellen, die de initiatiefnemers elkaar tevoren vaak niet stellen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden