Op je woorden letten is vorm van beschaving

Met haar pleidooi voor het ’recht op beledigen’ miskent kamerlid Ayaan Hirsi Ali volgens fractiegenoot Arno Visser dat vrijheid alleen tot haar recht komt bij verantwoord gebruik.

’Woest goed”, oordeelde VVD-fractieleider Jozias van Aartsen deze week over het Berlijnse optreden van Ayaan Hirsi Ali. Naar aanleiding van de Mohammed-cartoons belegde zijn fractiegenote in de Duitse hoofdstad een persconferentie om het ’recht op beledigen’ te verdedigen.

Anders dan zijn fractievoorzitter meent VVD-kamerlid Arno Visser dat Hirsi Ali een historische vergissing maakt: ,,Wie zegt dat de vrijheid van meningsuiting dat recht inhoudt kent de geschiedenis niet.”

,,Die geschiedenis begint met de bekende uitspraak van Voltaire: ’Ik veracht alles wat u zegt, maar zal mijn leven ervoor geven dat u het kunt zeggen.’ Dat geeft aan hoe essentieel de vrijheid van meningsuiting is, in de relatie tussen de staat en de burger. De staat mag hem niet voorschrijven wat hij wil en zegt. De burger heeft het recht kritiek uit te oefenen op zijn bestuurders, in schrift en gesproken woord.”

Dan heeft het vrije woord een functie voor de democratie, om te voorkomen dat de staat bij gebrek aan tegenmacht almachtig wordt.

,,Ja, en daarnaast heeft dat vrijheidsrecht een functie voor de ontwikkeling van kennis en inzicht. Het kritisch nadenken over gevestigde denkbeelden is onmisbaar voor de vooruitgang. Galileï is nog verketterd omdat hij voor het eerst zei dat de aarde rond de zon draaide. De kritische functie van het vrije woord is essentieel in de wetenschap, de politiek en ook in de religie.”

,,Maar waar we het nu over hebben, met de Mohammed-cartoons, is de relatie tussen burgers onderling. Dat is wat anders en stelt dan ook andere eisen aan de vrijheid van meningsuiting. Het is geen ongelimiteerd recht.

Naast de juridische grens waaraan de Grondwet het bindt, vind ik de morele grens die wordt bepaald door de omgangsvormen wellicht nog belangrijker. Want waar de een te ver gaat in zijn vrijheid, kan de vrijheid van de ander in gevaar komen.”

Dat is de gulden regel in het vrijheidsdenken van liberalen. Het individu is vrij te doen en zeggen wat hij wil, zolang hij de vrijheid van anderen niet in gevaar brengt.

,,Liberalen hebben die regel in de loop der tijd ontwikkeld. Gaandeweg is de vrijheid verbonden met een aantal beperkende voorwaarden, waarbij voorop staat dat iemand die zich beroept op een vrijheidsrecht de plicht heeft er verantwoord mee om te gaan. De vrije burger is in de eerste plaats een verantwoordelijke burger. Met de verwerving van vrijheden heeft hij ook meer verantwoordelijkheden gekregen. Bij wat hij doet heeft hij rekening te houden met anderen. Dan spelen omgangsvormen een belangrijke rol.”

,,Het wordt problematisch als iemand zegt: ’Ik heb het recht te beledigen’. Want op welke verantwoordelijkheid kan die persoon dan nog worden aangesproken? Hij heeft toch het recht het beledigen? Dan heeft iemand anders dus blijkbaar de plicht het te accepteren.”

Iemand die dat recht opeist ontslaat zichzelf van de verantwoordelijkheid zich ervan te vergewissen of zijn woorden ongewenste effecten hebben of nodeloos kwetsend zijn.

,,Ja, en let daarbij ook op een ander cruciaal verschil tussen de vrijheid van meningsuiting en beledigen. In tegenstelling tot een mening gaat achter een belediging een intentie schuil. Je hebt de intentie de ander te raken. Je komt dan aan de vrijheid van de ander, aan diens kern.”

Hirsi Ali zegt dat zij dat recht op beledigen opeist omdat in deze tijd de godsdienstkritiek, de kritiek op de islam hard en eerlijk moet worden uitgeoefend om het probleem van de islam bespreekbaar te krijgen.

,,Dat is iets anders. Met mijn weerstand tegen het recht op beledigen verzet ik me nog niet tegen religiekritiek. Essentieel is dat als ik een mening ventileer over een godsdienst, ik niet de intentie heb iemand te krenken. En ik ben erop aanspreekbaar als dat niettemin toch gebeurt.’’

,,Dat is bij het recht op beledigen anders. Daarbij is die belangrijke relatie met de verantwoordelijkheid voor wat ik zeg weg.”

,,Dat neemt niet weg dat het belangrijk is dat religies openstaan voor kritiek. En religies hebben op dat terrein geen grote staat van dienst. Dat zeg ik er maar meteen bij. Nog tot in de jaren zestig stond ’Madame Bovary’ van Gustave Flaubert op de lijst van verboden boeken van de katholieke kerk, om één enkele scène. Daarin gaan de gordijntjes van het koetsje waarin madame Bovary en een man zitten dicht. Dat is alles. Het boek is verboden alleen op grond van het vermoeden dat er iets in dat koetsje gebeurde wat de kerk niet goed vond. De zondigheid zat alleen in het hoofd van degene die het verbood. Hetzelfde geldt voor ’Lolita’ van Nabokov. Ook een verboden boek. Wie Lolita leest merkt dat de man in kwestie niets heeft gedaan. Flaubert en Nabokov maakten slim gebruik van de vrije meningsuiting. Zij wendden de kracht van de verbeelding aan om kerkelijke censoren te tarten.”

,,In het debat over de Mohammed-cartoons lopen twee kwesties door elkaar. De ene is de verhouding tussen het vrije Westen en de onvrije Arabische wereld. In die dialoog past maar één houding, en dat is die van Voltaire. We moeten pal voor de vrijheid van meningsuiting staan.”

,,In de tijd dat ik in Vietnam woonde, zat ik eens aan tafel met westerlingen en Aziaten, hoogopgeleide Vietnamezen. We hadden een discussie over de VS en president Clinton. De Amerikanen en ik kritiseerden Clinton. Een Vietnamese advocate haakte af. Ik dacht: ’Oh, mijn God, ik moet me verontschuldigen. Ze denkt dat we het over haar president en land hebben en ze voelt zich beledigd’.

Dat was een misverstand. Ze zei: ’Ik vind het fascinerend hoe jullie kunnen spreken, over jullie eigen regime. Ik kan dat niet’. Ze kon niet deelnemen aan het debat. Dat was psychisch onmogelijk. Zo diep kan het zitten in onvrije samenlevingen. Het nadenken was er bij haar uitgeknuppeld.”

,,Hoe krijg je nu zo iemand mee in de vrijheid? Niet door haar te beledigen. De kwestie tussen vrije en onvrije landen is een andere dan die in Nederland, tussen verschillende bevolkingsgroepen. We moeten nu niet onze eigen idee over de vrijheid gaan radicaliseren vanwege van een internationale discussie tussen de vrije en de onvrije wereld.”

,,Bij ieder woord dat je gebruikt moet je wegen wat het effect is. Laat ik, wellicht ten overvloede, eerst beklemtonen dat bepaalde waarden niet ter discussie staan. De scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, het non-discriminatiebeginsel. Daarover gaan we niet in discussie. Als ik mijn mening uit over zo’n fundamentele waarde als de gelijkheid van man en vrouw en iemand voelt zich gekwetst, dan is dat in dit land zijn probleem. Maar dat staat los van de vraag hoe we het geloof uit een andere cultuur in Nederland incorporeren. Dan is het van groot belang onze woorden te wegen. Zelfbeperking is dan een vorm van beschaving.”

Hirsi Ali en haar medestanders plegen het wegen van woorden als zelfcensuur bestempelen.

,,Hoezo is het wegen van je woorden zelfcensuur? Als ik aan tafel zit met een christelijk gezin dan weeg ik mijn woorden. Dan slik ik wel eens wat in. Dat is het vermogen tot empathie.”

Zou u het betoog van uw fractiegenote als ’woest slecht’ willen karakteriseren?

,,Tot dat soort uitlatingen laat ik me niet verleiden. We moeten er met redeneren, overtuigingskracht uitkomen. We kunnen niet anders dan met de discussie doorgaan, intern en extern. Ik voel niets voor radicalisering. Er is ook helemaal geen aanleiding te radicaliseren. Nog niet zo lang geleden zei men van het liberalisme dat het de ideeënstrijd met de andere ideologieën had gewonnen. Dat was niet omdat het zo radicaal was.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden