Op je driewieler de wereld in

Eigenlijk gaan alle prentenboeken over het ontdekken van de wereld. Maar sommige springen er uit. Die zijn we sinds onze kleutertijd nooit vergeten, of die móeten we doorgeven aan de volgende generatie. Dit zijn de allermooiste.

Aan het einde van de straat begint voor peuters en kleuters de rest van de wereld. Dat het verlangen om die te ontdekken centraal staat in vele prentenboekklassiekers is dus niet zo vreemd. Iedereen kent de koe Hendrika uit 'De koe die in het water viel' van Peter Spier (1957), die ernaar verlangt 'iets meer te zien dan alleen de boerderij, de schuur en de molen' en in een oude mestbak een avontuurlijke vaartocht naar de stad maakt. En wie kan zich peuter Wim niet herinneren, die in het Gouden Boekje 'Wim is weg' van Rogier Boon (1959) besluit op zijn rode driewieler naar Spanje te fietsen? Dat prentenboekje wordt overigens in september opnieuw uitgegeven, na tien jaar uit druk te zijn geweest. Wim was weg, maar is er straks weer. De geestige klassieker van grafisch ontwerper Saul Bass, 'Henri gaat naar Parijs' (1962), verscheen pas onlangs voor het eerst in het Nederlands, maar is ook zeer de moeite waard. Daarin besluit Henri van zijn dorp Reboul naar de Franse hoofdstad te lopen. Na een tukje onderweg, wandelt hij per ongeluk weer terug naar huis en denkt hij dat Parijs er precies zo uitziet als Reboul.

Het verhaal doet denken aan 'O, wat mooi is Panama!' van Janosch (1978), waarin kleine beer en kleine tijger op zoek gaan naar Panama, het land van hun dromen waar het 'van onder tot boven naar bananen ruikt'. Na een lange reis komen ze ongemerkt in hun eigen omgeving terug. Oost west, thuis best, maar dan net even anders. Voor de Kleine IJsbeer gaat dat zeker op. Hij dobbert in het onverwoestbare prentenboek van Hans de Beer, 'Een ijsbeer in de tropen' (1987), tegen zijn zin op een afgebroken ijsschots richting regenwoud. Hij is blij als hij uiteindelijk weer thuis is (maar maakt goede sier met mooie verhalen over 'het land waar niks wit is').

De moderne klassiekers die het meest in het oog springen, zijn twee tekstloze prentenboeken, waarin de wind je over de wereld gidst. In 'De gele ballon' van Charlotte Dematons (2003) waait een ballon over de grote stad, het platteland, de bergen, de savanne en de oceanen. In vogelperspectief zie je zeer gedetailleerde landschappen vol grapjes en oude bekenden (van Batman tot de Kerstman). In 'De paraplu' van Ingrid en Dieter Schubert (2010) stuurt een herfststorm een hondje met een paraplu op wereldreis. Onderweg blijkt die plu multifunctioneel: De hond gebruikt hem als zwaard om Afrikaanse krokodillen op afstand te houden, hij vaart ermee over de oceanen en het gekromde handvat leent zich uitstekend om mee aan de lianen door het oerwoud slingeren. Dematons en de Schuberts bewijzen dat een reis om de wereld geen tachtig dagen hoeft te duren. Eén voorleeskwartier is genoeg.

Bas Maliepaard

is freelance journalist en recensent kinder- en jeugdliteratuur voor Trouw. Hij geeft ook lezingen en workshops over jeugdboeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden