Column

Op internet is ook veel warmte en liefde te vinden

Asha ten Broeke

Een 'Gutmensch'. Zo noemde een anonieme twitteraar me een paar weken geleden. Toen ik hem vroeg wat hij daarmee bedoelde en of hij ook een inhoudelijk argument kon geven om zijn uitspraak te staven, zei hij dat ik dom was en lelijk. Na enig googelen kwam ik erachter dat een 'Gutmensch' het bepaald onvleiend bedoelde gemiddelde is van een linkse rakker, een elitaire snob, een pandaknuffelaar en een multicultiwatje.

Ik lag er verder niet wakker van, maar ik moest er weer aan denken toen ik las dat Hans Spekman en premier Rutte zich hadden uitgesproken tegen de domme scheldpartijen die het internet rijk (of arm) is. Spekman zette een aantal haatmails online: 'Ze hadden beter jou zinvol dood moeten trappen met je moslimkruiperige nikkerhondenmentaliteit.' Een tikje krom, hoewel de schrijver grammaticale punten krijgt doordat hij weet dat 'nikkerhondenmentaliteit' één woord is, zonder koppelteken.

Spekman is niet de enige die dit soort gezelligheid over zich heen krijgt. Ook drie andere door Trouw geïnterviewde Kamerleden ontvangen met enige regelmaat digitale haat van een of ander al dan niet anoniem fuifnummer. Opvallend detail: het vrouwelijke Kamerlid, SP'er Sharon Gesthuizen, had vooral last van de seksueel getinte rottigheid van GeenStijl. Gelukkig kon ze er soms om grinniken.

De oorzaak van dit soort hatelijkheden is bekend: de anonimiteit van het web, opruiende websites die het fikkie nog even lekker opstoken, en als bonus het feit dat je naar je beeldscherm kijkt in plaats van in iemands ogen wanneer je zegt dat hij doodgeschopt moet worden.

Bovendien, zo bleek vorige week uit een Amerikaans onderzoek, leidt al dat onbeschofte geouwehoer zélf ook weer tot meer polarisatie. In een experiment legden wetenschappers 1100 mensen een genuanceerde tekst voor over de voor- en nadelen van nanotechnologie. Bij de ene helft stonden daaronder beleefd geformuleerde reacties ('Ik vind nanotechnologie een belangwekkende ontwikkeling', dat soort werk), bij de andere helft onbeschofte ('Je bent een idioot als je hier niets in ziet'). Dat had een duidelijk effect op de mening die iemand had over nanotechnologie: grove woorden maakten dat de voorstanders nog fanatieker vóór waren, en de tegenstanders nog fanatieker tegen. De kloof groeide, mensen dreven verder uiteen.

Dit is de kant van internet die ook Spekman en co zo goed kennen: je probeert een afgewogen boodschap te brengen, en voor je het weet vliegen de banaliteiten en bedreigingen je om de oren, terwijl jij echt niet weet waarom die mensen nu weer zo boos zijn.

Maar internet heeft ook een andere kant. Wildvreemden geven elkaar advies, steunen elkaar en komen samen in actie. Spekman krijgt vast ook veel leuke fanmail. Toen ik over de vrouwenhaat op GeenStijl schreef, kreeg ik via Twitter binnen een paar uur honderden warme reacties. Dit weekend deelden duizenden wetenschappers uit de hele wereld op sociale media hun onderzoekspapers, ter nagedachtenis aan Aaron Schwartz, die op 11 januari zelfmoord pleegde. Schwartz hing een gevangenisstraf van 35 jaar boven het hoofd omdat hij uit idealistische overwegingen miljoenen van zulke wetenschappelijke publicaties online had gezet. Internet mag dan vol haat zitten, het zit ook vol liefde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden