Op inspectie in de mooiste wandelgemeente

Wat is de mooiste wandelgemeente van ons land? Ommen heeft alles in huis om kans te maken op deze eretitel: veel bos, het Vechtdal en mooie dorpen.

Ommen is genomineerd als wandelgemeente van het jaar en dat noopt tot een schouw. Voor zo'n predicaat móeten markering, landschappelijk schoon en mogelijkheid tot versnaperen in orde zijn. Het is een ideale testdag. De lucht is somber en donker. Als wandelen nu leuk is, zit het met die uitverkiezing door de Wandelkrant wel goed.

De eerste tekenen zijn gunstig. Direct buiten het station stuiten we op een kloek bord met wandelroutes en de koffie bij het luxueuze 'spa -hotel' is warm en smaakvol. Van Ommen zien we niet veel: het grootste deel van het stadje ligt immers aan de andere kant van de Vecht en pas halverwege onze tocht zullen we aan die kant verzeilen.

Mischien jammer, maar het is verre van onplezierig om vrijwel meteen via een breed zandpad 'bekleed' met statige beuken landgoed De Laer op te mogen lopen. In de ijskelder links van het pad is het vermoedelijk nog een slaperige bedoeling; er overwinteren vleermuizen. De aprilmaand ten spijt is de natuur sowieso nog in winterrust. Bodem en bomen ogen bruin en beige; slechts de kamperfoelie loopt uit. Landelijk en stil is het wel en daar komen we toch voor.

Maar dan klinkt een onaangenaam motorgebrom op. Het gladde pad wordt een woesternij met diepe rupsbandsporen en in een mum van tijd resten slechts bergen zand. Er verschijnen grote machines en versperringen. Manhaftig klauteren we over bulten, ploegen door mul zand en slalommen om metershoge hekken. Her en der liggen omvertrokken markeringspaaltjes. Kan Ommen natuurlijk niets aan doen. Gelukkig werkt het inwendige kompas zodat we na enkele onzekere minuten weer op de route belanden.

En ach, de verstoring is voor een goed doel. Waterschap Regge en Dinkel werkt op dit landgoed aan herstel van natuurlijke oevers én waterbergend vermogen. Rondom ons hameren grote bonte spechten en op de bollopende essen delibreert een groepje kraaien donker en krassend.

We steken de Regge over en moeten een stuk langs de weg lopen. Nooit leuk, maar hier valt het mee. Acht minuten lang komt er geen auto voorbij. Asfalt wordt weer zand. Stoffig zand. Op een versgeploegde akker draait een kievit met zijn achterwerk een kuiltje in het zand. Vergeefs. Het mulle zand glijdt terug. De vogel kijkt om, lijkt zijn schouders op te halen en vliegt weg. Hij buitelt nog wat met zijn aandoenlijk onhandig ogende roeiende slag om dan kiejuh-widdelWIEP, ieWIEP te verdwijnen.

Op landgoed Vilsteren wijzen de bomen op dijkjes op een vochtig verleden. Ook hier wordt flink gewerkt. Aan bosonderhoud. Het pad is gestoffeerd met dennentakken en we voelen ons waarlijk onthaald. Het dorpje Vilsteren brengt niets dan verbazing. Neem alleen al de Willibrorduskerk, buitensporig groot voor een dorp van krap tweehonderd inwoners. Maar ja; men heeft hier ook de stand hoog te houden. Dwars tegen de reformatie in bleef Vilsteren katholiek terwijl de ganse omgeving zich bekeerde.

En dan landhuis Vilsteren! Zo voornaam in de overigens toch sobere omgeving. De korenmolen uit 1901 completeert de verwondering; met 38 meter is ze de hoogste van heel Overijssel. Een charmant kronkelpaadje brengt een extra ommetje over oude rivierduintjes van de Vecht en rusten - zoals de entourage betaamt - 'een wijle' in de theekoepel van het buiten.

Heel even mogen we langs het water maar al snel lopen we weer langs akkers. Langs is eigenlijk onderlangs; de akkers zijn immers hoog en bol na jarenlange bemesting. Boven ons zeilt een buizerd door de harde wind en wij trekken de muts nog maar eens over de oren.

De stuw over de Vecht oogt aangenaam ouderwets maar is gelukkig wel voorzien van een ruime vistrap. Het water kolkt en bruist. Het pad kronkelt aangenaam, de eiken zijn oogverblindend grillig en oud, de eenden op het water van de oude Vechtarm plezant onrustig. We laven ons aan een dappere paardebloem, spruitend fluitenkruid en zelfs een misplaatste narcis.

Het komt niet in ons hoofd op rotzooi achter te laten, maar heus, recalcitrantie onderdrukken valt soms niet mee. Op elke bank en picknicktafel manen fel groengele bordjes ons om afval mee te nemen. Aan de rand van het bos stuiten we op een schitterende luciferuitkijktoren. Hoog boven de bomen, is het uitzicht over de Vecht hartverwarmend. Twee wulpen komen klaaglijk roepend voorbij. Ommen; wie weet...

Ommen en de Vecht

Varen op de regenrivier
De Vecht is een regenrivier en desondanks tot in de negentiende eeuw een belangrijke vaarweg voor de handel tussen Duitsland en Holland. Desondanks, want regenrivieren kennen extreem lage waterstanden en dat vraagt groot vernuft. Om met een laag water toch zwaarbeladen te kunnen varen hadden de Vechterboten - de Vechtsompen - breed uitwaaierende zijden. De schippers werkten samen. Bij lage waterstand wierpen ze dammetjes op in de Vecht. Zodra er genoeg water was verzameld, staken ze de dam door, voeren een eindje en herhaalden de truc.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden