Déjà Vu

Op hol slaande roltrappen, waar zagen we dat eerder?

De roltrap van de Bijenkorf in Den Haag. Beeld ANP

De Haagse Bijenkorf, die in 1926 zijn deuren openden, loodste zijn klanten een nieuwe tijd in. Het warenhuis presenteerde zich in advertenties als ‘het meest moderne grootwinkelbedrijf’. Met roltrap!

Het filiaal in de Hofstad was “het resultaat van samenwerking tusschen moderne kunst en modern koopmanschap”. Het pand wilde imponeren. Een van de manieren: “Voor de communicatie tusschen de vijf étages dienen vier ruime personenliften en goederenliften, een roltrap (escalier roulant), de eerste in ons land, is in staat ruim 4000 personen per uur te vervoeren.”

Ongelukken zoals deze week in Rome, waar een roltrap in een metrostation op hol sloeg en minstens twintig mensen gewond raakten, werden uitgesloten. Krantenberichten benadrukten hoe de noviteit in de Haagse Bijenkorf juist mensenlevens kon redden: “Zij kan bij brand omgeschakeld worden en het publiek afvoeren.”

Het warenhuis gold zeker in de begintijd een bezienswaardigheid. De Bijenkorf-koorts heerste. Eenmaal binnen trok één attractie volop aandacht. “Het is een kermisvermaakje om met de roltrap naar de eerste en de tweede verdieping te reizen, een sensatie voor jong en oud”, schreef het Algemeen Handelsblad. Personeelsleden, “die deze trap bewaken, helpen en bemoedigen angstige juffrouwen, die op het laatst aarzelen, en den druk van heel het wachtende gedrang op zich dreigen te krijgen, en rapen kleine kinderen er boven af op het moment, waar de beweging in rust overgaat. Er zijn er die bij herhaling zich naar boven laten brengen, alsof het een lachhuisritje betreft.”

Escalafobie

Anderen, meestal mensen van buiten de stad, lieten zich bij de roltrap fotograferen. Dan zouden ze het thuis geloven. Sommigen bleven ver uit de buurt. Zelfs hulp en bemoediging hielpen hen niet over hun vrees heen. Er kwam zelfs een apart woord: escalafobie, de angst voor roltrappen.

Het diagonale transportsysteem was een Amerikaanse uitvinding. Het eerste patent dateert waarschijnlijk uit 1859, hoewel Nathan Ames uit de staat Massachusetts waarschijnlijk nooit echt een roltrap bouwde. Jesse Reno deed dat wel en zag zijn ontwerpen in de jaren negentig van de negentiende eeuw ook in gebruik worden genomen: eerst op een pier op Coney Island, New York, iets later bij de Brooklyn Bridge in dezelfde stad.

Charles Seeberger bracht de ontwikkeling van de roltrap pas echt in een stroomversnelling. Hij kocht de benodigde patenten en zocht samenwerking met de Otis Elevator Company. Dat bedrijf bracht zijn technische kennis en schaalgrootte in. Een gezamenlijke roltrap vormde met onder meer een vroege geluidsfilm en de dieselmotor een van de hoogtepunten van de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Seeberger en Otis wonnen er een eerste prijs mee.

Vlugzout

Op sommige plaatsen gingen warenhuizen nog verder met het begeleiden van hun klanten bij de roltrapervaring. Bedienden van het Londense Harrods gaven klanten die erg nerveus werden van de nieuwigheid vlugzout of een slokje cognac. Daar werden ze wat rustiger van.

Roltrappen bleken – zeker gezien de duizenden mensen die ze dagelijks verplaatsten – relatief veilig. Bij de meeste ongelukken ging het om ongelukkige gevolgen van aarzelingen bij gebruikers, struikelpartijen of kledingstukken en tassen die vast kwamen te zitten.

Het gruwelijkste roltrapongeluk vond op 18 november 1987 plaats op het Londense metrostation King’s Cross St. Pancras. Het weggooien van een brandende lucifer zorgde niet direct voor een grote brand. Stof onder de trap werkte als een soort lont. Pas minuten later ontstonden enorme vlammen. 31 mensen lieten het leven en honderd mensen raakten gewond.

Vooral de leiding van de Londense metro kreeg achteraf scherpe kritiek, omdat personeel nauwelijks was voorbereid op incidenten van enige omvang. Het imago van de roltrap leed nauwelijks onder het ongeluk. Al zal dat bij een enkeling de escalafobie hebben aangewakkerd.

In Déjà Vu bekijkt Paul van der Steen wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden