Op het toneel speelt de regisseur de hoofdrol

theater | Nog maar vijftig acteurs horen vast bij een toneelgezelschap. Regisseurs staan tegenwoordig centraal. Is dat wel een gewenste ontwikkeling?

Acteurs waren altijd het uithangbord van een toneelgezelschap. Je ging naar Toneelgroep Amsterdam (TGA) om Hans Kesting of Halina Reijn te zien spelen, naar het Nationale Toneel voor Mark Rietman of Anniek Pheifer.

Maar is dat eigenlijk nog wel zo? Nu het Ro-Theater uit Rotterdam zijn laatste acteurs gaat ontslaan, hebben nog maar heel weinig gezelschappen een vast acteursensemble in dienst. De Appel heeft nog negen acteurs in dienst, maar dat is afgelopen als de groep geen subsidie meer krijgt. En dat is hoogstwaarschijnlijk volgend jaar het geval. Bij Toneelgroep Maastricht hebben ze alleen de drie al wat oudere oprichters in dienst als acteur, daar komt niemand meer bij. Alleen het Noord Nederlands Toneel zal volgend jaar tegen de trend in twee extra acteurs aannemen.

De zestien acteurs van TGA (plus vier al gepensioneerden en een vaste gastacteur), de negentien acteurs van het Nationale Toneel, de drie in Groningen, de drie in Maastricht en de negen bij De Appel - 50 bij elkaar - zijn de enige acteurs in Nederland met een vaste betrekking bij een gezelschap. Daarnaast zie je kleinere theatergroepen waarbij de leden zowel spelen als maken als zakelijke en technische taken doen. Maar pure acteurs die vast zijn verbonden aan een gezelschap, dat zijn er maar 50. En als De Appel valt, nog maar 43.

Hoe komt het dat de positie van acteurs bij gezelschappen zo marginaal is geworden? Theu Boermans, artistiek directeur van het Nationale Toneel, heeft het decennialang zien gebeuren. "Het is de consequentie van de opkomst van de experimentelere vlakke-vloerproducties. Daar is de nadruk komen te liggen op regisseurs en makers. Die werken het liefst ad hoc. De acteurs zijn op de achtergrond geraakt. Die werkwijze, begonnen bij kleine groepen, is overgeslagen naar de grotere BIS-instellingen (de basisinfrastructuur met landelijke subsidie - red.)."

Hybride aanpak

Ellen van Walraven, nu nog directeur van de Rotterdamse Schouwburg: "Regisseurs en theatermakers kiezen tegenwoordig steeds meer voor een hybride, interdisciplinaire aanpak. De ene keer met vrijwilligers en amateurs, dan weer met professionals of studenten van een mimeschool. Ze willen nieuwe theatervormen uitvinden. En ja, dat kan betekenen dat er minder werk is voor geschoolde acteurs."

Wat moeten we van deze ontwikkeling vinden? Is het voor het Nederlandse theater gewenst dat de vaste acteursensembles verdwijnen? Uit recent onderzoek blijkt dat veertig procent van de acteurs het liefst een vaste baan heeft. Dat is dus voor heel weinigen weggelegd.

Bij veel BIS-instellingen wordt daar schouderophalend op gereageerd. Jacques van Veen, zakelijk directeur van Theater Utrecht: "Deze ontwikkeling is al zo lang aan de gang, het is helemaal geen issue op dit moment. Ook acteurs klagen er niet over. Ze vinden het veel erger dat er überhaupt weinig werk is."

Toneelgroep Maastricht en Zuidelijk Toneel zouden best acteurs vast aan zich willen verbinden. Maar ze zijn te klein. Ze spelen te weinig voorstellingen en hebben te weinig geld. Oscar Wibaut, directeur van Toneelgroep Maastricht: "Maar de voordelen van een vast ensemble zijn evident. Als je werkt met wie je kent, levert dat artistieke chemie op. Je hoeft niet elke keer te wennen aan elkaar. Ook als je stukken opnieuw wil spelen, is het handig dat de acteurs nog bij je werken. En als je eens een keer als stadsgezelschap bij een evenement aanwezig wil zijn - denk aan 4 mei - dan kun je eenvoudig mensen uit je vaste club inzetten."

Is het dan altijd een kwestie van geld? Kunnen alleen de allerrijkste groepen vaste acteurs betalen? Bij De Appel lukt het wel om vaste mensen te hebben met alleen subsidie van de gemeente. Bij het Noord Nederlands Toneel in Groningen kiest de nieuwe artistieke leiding nadrukkelijk weer voor het opbouwen van een ensemble met vijf dansers en vijf acteurs. Zonder extra geld.

Waar geef je je geld aan uit?

Volgens acteur Loek Peters gaat het er vooral om waar je je geld aan uit wilt geven. "Toen ik een paar jaar geleden bij het Noord Nederlands Toneel zat, hadden we 10 tot 14 acteurs in vaste dienst met hetzelfde budget als nu. Nu zijn het er maar drie. Het gaat om de vraag: waar geef je je geld aan uit? In Nederland bestaat een theatergezelschap uit een zakelijk en een artistiek leider, een pr- en een educatiemedewerker en technisch personeel. Terwijl de subsidie is bedoeld voor het maken van voorstellingen.

"Ik vind deze ontwikkeling heel slecht voor het Nederlandse theater. Acteurs zouden veel meer kunnen spelen en zich breder ontwikkelen als ze bij een gezelschap in dienst zouden zijn. Dat is vooral voor jonge acteurs van belang als ze net van de opleiding komen. Het maakt nogal uit of je tien maanden per jaar in verschillende voorstellingen kunt spelen of van baantje naar baantje moet en maar vijf, zes maanden kunt spelen."

Peters is cao-adviseur voor ACT, een belangenbehartigersorgansatie voor acteurs. Logisch dat hij niet blij is met deze ontwikkeling. Maar ook van de andere kant klinkt verontwaardiging over de slechte positie van acteurs. Theu Boermans: "50 vaste banen voor acteurs? Dat is schrikbarend. Ik vind een acteursensemble van groot belang. Voor kwaliteit en continuïteit van een gezelschap, voor de band met het publiek - de acteurs zijn toch het gezicht van een gezelschap - maar ook vanuit rechtvaardigheid. Het subsidiegeld voor theater is er ook om jonge acteurs zich te laten ontwikkelen. Sinds het verdwijnen van de productiehuizen hebben die toch al weinig mogelijkheden.

"Ik snap dat het voor kleine gezelschappen te kostbaar kan zijn om acteurs in dienst te hebben, maar volgens mij is er ook iets anders aan de hand: regisseurs en artistiek leiders willen niet verplicht zijn om met vaste acteurs te werken. Ze willen de vrijheid hebben steeds andere mensen aan te trekken. Dat is een kwalijke ontwikkeling, want de subsidie is niet het bezit van een regisseur. Die is er ook voor de acteurs."

Boermans begrijpt de keuze ook niet vanuit marketing-oogpunt. "Als we een voorstelling aanbieden bij een schouwburg, vragen ze; 'hoe heet het stuk' en 'wie speelt de hoofdrol'. Maar zelden willen ze weten wie de regisseur is."

Maar het belangrijkste voordeel van een vast ensemble vindt hij de garantie van kwaliteit. "Stel dat het Concertgebouworkest elke keer nieuwe musici aanneemt. Of het Nederlands elftal steeds met andere voetballers speelt. Ik heb het altijd noodzakelijk gevonden om een gezamenlijke ontwikkeling door te maken. En na een jaar of tien, twaalf jaar weer verversen."

Makersensemble

Theater Oostpool staat daar lijnrecht tegenover met een echt makersensemble. Dezelfde keuze wordt nu gemaakt in Rotterdam. Bij het Ro-Theater worden de twee laatste acteurs - Jack Wouterse en Sylvia Poorta - ontslagen. De mensen die in dienst zijn, vormen een kernteam van makers: Erik Whien, Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot. Ellen Walraven, artistiek directeur van Theater Rotterdam, een fusie van het Ro-Theater, de Rotterdamse Schouwburg en Productiehuis Rotterdam: "We nemen een ensemble van theatermakers als basis voor ons nieuwe huis. Dat is de ontwikkeling die je nu overal in Nederland ziet. Wij willen met een grote diversiteit aan makers werken en hen stimuleren in hun zoektocht naar andere vormen van theater en andere verbindingen met het publiek. Lotte van den Berg komt werken met zestien amateurs, theatercollectief Schwalbe liep met honderd mensen een marathon, het duo Boogaerdt/Van der Schoot gaat met koren aan de slag.

"We zijn niet tegen acteurs, ik houd van acteurs, maar er ontstaat een andere opvatting over wat een acteur is. Omdat ons denken over identiteit is veranderd, en daarmee ook het denken over rollen. Bij voorstellingen van Boogaerdt/Van der Schoot is er soms geen sprake meer van een rol in de klassieke zin. Bij Urland speelde de digitale werkelijkheid de hoofdrol. En dat theater vindt vaak makkelijker aansluiting bij jonge generaties. Het is een superspannende tijd voor het theater."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden