'Op het toneel ben ik nooit verstrooid'

Thuisvoorstellingen geven bevalt acteur Porgy Franssen (59) goed. Beter voor z'n sociale leven dan van schouwburg naar schouwburg racen, en het publiek krijgt koffie en wijn door hem zelf geschonken. Wees welkom.

Les 1

Durf minder te verdienen

"Het leven is sinds een jaar of vijf zeer aangenaam. Voor die tijd kwam ik mezelf vaak tegen: wéér door weer en wind over snelwegen en in files om ergens een voorstelling te spelen. Daar kon ik behoorlijk gedeprimeerd van raken. Soms is een tournee heel leuk, maar als het stuk tegenvalt of er is een collega bij die de sfeer verziekt dan is het negentig keer niet leuk. Zo'n periode, waarin je overdag repeteert en om half vier 's middags de bus in stapt, is toch elke keer een commitment. Je sociale leven is aan gort.

Ik werk nu al een poos freelance en dat biedt vrijheid. Ik geef workshops, doe af en toe een regie. Het is heel fijn als je niet per se drie of vier rollen per jaar hoeft te spelen. Je kunt ook zeggen: ik speel er één en dan verdien ik maar minder. Aan carrièreplanning doe ik niet, het loopt zoals het loopt. Als ik te lang ongelukkig ben, moet er maar weer eens wat gebeuren."

Les 2

Een huisvoorstelling is niet eng

"Ik zoek af en toe andere paden dan die ik nu al veertig jaar bewandel. Deze zomer sta ik voor het eerst op de Parade, in een stuk van Bodil de la Parra. En nu speel ik 'Novecento', een prachtige vertelling van Alessandro Barrico, bij mij thuis. Dat heb ik een jaar of vijf, zes geleden ook gedaan. Ik ben verliefd op zijn taal, de metaforen. Het is een aangrijpend verhaal over een jongetje op een schip dat besluit er nooit af te gaan en zich ontwikkelt tot een van 's werelds beste pianisten. Het gaat over muziek en over gelukkig zijn met wat je hebt in plaats van verlangen naar wat er niet is, maar het heeft ook iets metafysisch, iets bijbels. Elke keer weer ben ik erdoor geëmotioneerd. En ook de toeschouwers zijn in hun ziel geraakt. Ze vertrekken altijd weer gelukkig.

Ik heb hier thuis ruimte voor ongeveer dertig man. Of die intimiteit weleens mensen afschrikt omdat ze bang zijn dat ik ze tijdens de voorstelling zal aanspreken, weet ik niet. Publieksparticipatie vind ik zelf een gruwel, al heb ik er wel gebruik van gemaakt bij mijn voorstelling 'Dr. B en ons brein'. Ik vroeg het publiek woorden te noemen die ik moest onthouden en later moest reproduceren. Maar nu gebeurt zoiets niet.

En ter geruststelling: ik schenk koffie als je binnenkomt, de sfeer is ongedwongen. Mensen vinden zo'n optreden thuis juist leuker dan in een theater. Wat mijzelf aangaat: daar staan maakt kwetsbaar, maar zodra ik de eerste zin heb gezegd, vergeet ik alles. Dat is het idiote verschijnsel dat je op het toneel geen hoofdpijn voelt. De concentratie die je nodig hebt, schuift alles weg. Zelfs nu mijn moeder net dood is kan ik 's avonds gewoon spelen."

Les 3

Ontdek de kracht van muziek

"Ze is 94 geworden. Ik ben niet erg in staat gebleken om haar op haar oude leeftijd nog de liefde te geven waar ze heus behoefte aan had. We hadden een beetje een pesterige relatie. Ik kon er nooit de vinger op leggen wie zij was, ze zette je altijd op het verkeerde been. Een sterke vrouw. Thuis had ze de touwtjes in handen. Ze was zangpedagoge en heeft ons met muziek grootgebracht. Het was haar idee om mij en mijn tweelingzusje Porgy en Bess te noemen, naar de gelijknamige opera van Gershwin. Mijn vader durfde die namen niet aan te geven bij de burgerlijke stand en heeft ter plekke Karel en Bernadette verzonnen. Maar die officiële namen zijn nooit gebruikt.

In totaal kregen mijn ouders veertien kinderen, één is vroeg gestorven. Mijn moeder wilde er eigenlijk zeventien, want voor ons gezinsorkest had ze onder meer nog een trombone nodig. Ze dacht volgens mij in instrumenten. Zingen deden we ook. Onder mijn moeders leiding traden we één à twee keer per week op, in bejaardenhuizen, voor huisvrouwenverenigingen. Voor de pauze klassiek, na de pauze meer populair. En op zondag zongen we tijdens de mis, gekleed in witte overhemdjes.

De wekelijkse repetities waren een puinhoop: we terroriseerden de boel. Hoe het mijn moeder lukte ons toch bij elkaar te houden, Joost mag het weten. Tegenover de hectiek van die repetities stond de harmonie van de uitvoering. Op het moment dat we er niet onderuit konden en moesten presteren, was de focus er wel. Dan voelde je de kracht van muziek en begreep je ineens waarvoor je het deed. Ik was altijd diep ontroerd als het stil werd en de muziek inzette. Als mijn moeder 'Laudate dominum' van Mozart zong en wij moesten invallen zat mijn keel vaak dichtgesnoerd.

Mijn vader ging nooit mee naar die optredens. Hij viel vaak op de bank in slaap bij een Duitse western. Heerlijke avonden moeten dat voor hem zijn geweest. Hij had überhaupt veel minder te verstouwen dan mijn moeder. Hij werkte als bedrijfsarts bij de GGD, thuis deed hij niks. Hij bemoeide zich ook niet met ons huiswerk, zoals mijn moeder. Was je blijven zitten, dan pleegde zij een telefoontje naar school en was je toch ineens na twee minuten over. Maar dan nam ze ook de consequenties en gingen we serieus huiswerk maken. Op zo'n moment had je haar volle aandacht.

Gek, nou gaat het toch weer over de familie. Mijn broer wees me erop dat we altijd praten over waar we vandaan komen, maar nooit over ons eigen gezin. Bij de crematie zei hij dat we ieder met ons gezin om de kist moesten staan om afscheid te nemen en een nieuwe periode in te luiden. Ik heb niet de behoefte het over mijn gezin te hebben maar ik vond zijn gedachte wel mooi. Ik ben 59, je moet ook eens loskomen van die moeder die zo bepalend was. Als ik in Eindhoven kwam en haar daar niet bezocht, voelde ik me schuldig."

Les 4

Pak je kind vast

"Onlangs heb ik, na veertig jaar, de dwarsfluit weer opgepakt. Ik heb les en studeer veel. Mijn techniek wordt nooit veel beter maar het is spannend om aan de toon te werken, daar kan ik me uren in verliezen. Als kind haatte ik het instrument. Ik durfde dat niet te zeggen, ging braaf naar les. Professioneel de muziek ingaan, zoals zeven van ons hebben gedaan, heb ik nooit geambieerd.

Toneelspelen zat in mijn bloed. Ik was de enige in de familie over wie mijn ouders al vanaf mijn tweede zeiden: dat is een acteur. Thuis hadden we vaak improvisatieavonden. Het hoogtepunt was als mijn vader en ik samen een opdracht kregen. Bijvoorbeeld 'vaststaan in de lift'. Het was leuk als twintig man naar je keken, toch was ik me er niet echt van bewust dat ik iets bijzonders kon. Ik was een dromerig jongetje, ik leefde in een aquarium.

Omdat anderen zeiden dat ik goed was heb ik me aangemeld voor de toneelschool. Op een middag hebben mijn ouders me weggebracht naar Maastricht. Ik belandde in een pisgele kamer boven een kroeg. 'Wat afschuwelijk, we blijven niet', zeiden ze en vertrokken direct samen naar huis. Zo zat ik daar als zeventienjarige, totaal bleu en opeens losgerukt uit dat grote gezin. Ik zou mijn kind in zo'n geval vastpakken en zeggen: 'Als het niet gaat, kom je meteen naar huis.' De eerste dagen voelde ik me dodelijk eenzaam. Ik heb in de kerk zitten huilen. Maar je wordt er ook sterk van. Ik kreeg een nieuw leven en leerde de liefde kennen toen ik na vier jaar ging samenwonen met een vrouw op wie ik al lang verliefd was."

Les 5

Zeef de zin door je ziel

"Levenservaring is alles voor een acteur. Je wordt beter met de jaren, mits je het vermogen hebt om de levenservaring te vertalen en de tekst te kleuren met jouw persoonlijkheid. René Lobo, de onlangs overleden docent van de Maastrichtse toneelschool, heeft mij ooit de ogen geopend. Hij zei: 'Het gaat erom dat je geen zin zegt zonder hem door je ziel te zeven.' De grootste uitdaging is om, ook na vijftig keer, niet in routine te vervallen. Probeer over te brengen wat de tekst werkelijk voor jou betekent, elke avond weer.

Volgend jaar speel ik Bram Moszkowicz, in een stuk van Ilja Pfeijffer, bij Toneelgroep Maastricht. Al die geweldige teksten en schrijvers waarmee je in aanraking komt, daar groei je van. Maar je betaalt ook een prijs. Aan de ene kant is er het applaus, aan de andere kant de worsteling. Ik moet denken aan een mooi beeld vorig jaar toen ik een dubbele hernia had. Met Pierre Bokma en acht cellisten speelde ik de Orkater-thriller 'Een pure formaliteit'.

Het publiek vond het prachtig, Pierre en ik waren hors concours. Maar na afloop strompelde ik krom van de pijn en morfine de kleedkamer uit. Languit gestrekt in een Volvo werd ik naar huis gebracht. Die keerzijde van het succes kennen veel kunstenaars. Dat ik op straat word herkend en mensen met mij een selfie willen maken, streelt een beetje je ijdelheid. Tegelijk is het raar om daaraan het idee te ontlenen dat je iemand bent. Ik zit meestal alleen thuis. Soms denk ik: wat zal ik eens doen?"

Les 6

Houd de tekst aan, zeg wat er staat

"Met dit vak kun je tot je tachtigste doorgaan. Of ik dat wil, is wat anders, maar mijn geheugen voor teksten is in elk geval goed. Ik zeg ook echt wat er staat. Veel acteurs wijken ervan af, tijdens repetities sluipt dat er al in. Ik vind dat irritant, want ze zijn te lui om de tekst nog eens goed door te nemen. Soms moet je je enorm concentreren op de juiste volgorde van de zinnen, maar bedenk dan een methode om ze te onthouden. Bij een beschrijving, zoals van 'Novecento' met zijn dichtgeknoopte jasje, witte handschoenen en zwarte lakschoenen, leg ik in mijn hoofd een traject af om de objecten te volgen. Ik ga van het een naar het ander en zie het jongetje in zijn pakje voor me.

In het dagelijks leven ben ik juist altijd heel verstrooid. 's Avonds weet ik niet meer wat ik 's ochtends heb gedaan. Ik heb eens op mijn verjaarsfeest vergeefs zitten wachten op de gasten: ik had alles georganiseerd maar de uitnodigingen was ik vergeten te versturen. Zo vind ik het nu moeilijk mijn eigen producent te zijn. Voor 'Novecento' moet ik alles zelf regelen: van de publiciteit tot het ophangen van de spots. Maar het zet me wel op de aarde.

Dit zijn waarschijnlijk mijn laatste thuisvoorstellingen. Het appartement is kleiner geworden nu de ruimte in tweeën is gedeeld en mijn ex aan de andere kant van de muur woont. Voor onze dertienjarige dochter is het gunstig: haar slaapkamer heeft een deur naar haar moeder en een deur naar mij. Ook Renée (actrice Renée Fokker - NH), met wie ik een relatie heb, woont bij haar dochter. Helemaal ideaal is de situatie niet. Toch kan ik beter nu genieten, want als je op betere tijden wacht, ben je zo weer vijf jaar verder."

Porgy Franssen

Porgy Franssen (1957) groeide op in Eindhoven waar het kinderrijke gezin twee huizen tegenover elkaar bewoonde. Nadat Franssen in 1979 was afgestudeerd aan de Toneelschool in Maastricht kreeg hij al gauw succes. In 1991 ontving hij een Gouden Kalf als beste filmacteur voor zijn rol in de tv-serie 'Bij nader inzien'. Acht jaar later kreeg hij de Mary Dresselhuysprijs voor zijn hele oeuvre. Hij heeft bij veel gezelschappen gespeeld, o.a. Orkater. Hij is daarnaast te zien in films en tv-series (recent in 'Moordvrouw') en hij regisseert. Deze zomer speelt Franssen op de Parade met Evert van der Meulen de voorstelling 'Broers', een stuk dat Bodil de la Parra schrijft.

Porgy Franssen heeft een relatie met Renée Fokker, en heeft drie kinderen.

De voorstelling 'Novecento' bij hem thuis in Amsterdam is te zien t/m zaterdag 11 juni. Info en tickets: www.porgy.nl .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden