Op het Stella Maris zijn de kinderen de baas

"Steeds meer scholen experimenteren met gepersonaliseerd leren, waarbij leerlingen veel vrijheid hebben om te beslissen hoe ze leren."Beeld Maikel Samuels

Op het Stella Maris College in het Limburgse Meerssen beslissen leerlingen zelf wat ze volgende week gaan leren, en hoe. Dit ‘gepersonaliseerd leren’ is in opkomst. Overgekomen uit Zweden.

In andere delen van het gebouw snellen leerlingen naar hun eerste lesuur, maar in deze vleugel van het Stella Maris College in Meerssen hangt nog een serene rust. Iedere schooldag begint hier met coachingsgesprekken. Wie geen gesprek heeft, komt later, of werkt aan een tafeltje in de open ruimte alvast aan een opdracht. Vroeger zat hier de openbare bibliotheek, nu is dit het domein van een groep brugklassers die sinds dit jaar ‘gepersonaliseerd’ leert.

De dertienjarige Timo schuift aan bij coach Saskia Kersemakers. Ze bladert in zijn logboek, met het hoofd schuin leest Timo mee. “Je had ook Engels en Frans gepland. Hoe komt het dat je dat niet hebt gedaan?” “Ik had zin in vakantie”, antwoordt Timo. “Ja, ik ook”, verzucht Kersemakers.

Steeds meer scholen experimenteren met gepersonaliseerd leren, waarbij leerlingen veel vrijheid hebben om te beslissen hoe ze leren. Een vorm van gepersonaliseerd leren is ‘Kuns-kapsskolan’, een Zweedse methodiek. Inclusief het Stella Maris werken inmiddels veertig Nederlandse scholen samen met Kunskaps-skolan Nederland (zie hieronder), dat scholen ondersteunt bij het invoeren van dit systeem.

Het Stella Maris begon klein, met dit jaar honderd van de bijna driehonderd havo- en vwo-brugklassers in Meerssen. Volgend jaar doen alle nieuwe brugklassers mee. Daarna stapt geleidelijk de hele locatie over op de nieuwe manier van leren. En op een andere vestiging, in Valkenburg, leren vijftig brugklassers vmbo-kader volgens de methode.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Beeld Maikel Samuels

Aansporing

Biologiedocent Kersemakers coacht 15 leerlingen, die ze elke week een kwartier een-op-een spreekt. Timo heeft vaak wat extra aansporing nodig, weet ze. “Dus Nederlands 5 komt vandaag af”, concludeert ze, aan het eind van het gesprek. “En kun je na wiskunde dat filmpje voor Frans opnemen, met Niels?” Niels (11) luistert aan een ander tafeltje mee. “Moeten we dan niet naar de lezing van trede 6 van Frans?”, wil hij weten.

‘Tredes’, ‘lezingen’ en ‘seminars’: het vergt wat planning en jargon, maar dan kan elke leerling leren volgens een pad dat hij zelf uitstippelt. Van week tot week stellen Timo en Niels zichzelf leerdoelen. Binnen bepaalde kaders, onder begeleiding van Kersemakers. Maar uiteindelijk zijn ze zelf ‘eigenaar’ van hun leerproces, zoals projectleider Harold Limpens het zegt. 

Dat is radicaal anders dan in het reguliere onderwijs, zoals dat in de rest van de school nog gegeven wordt, vindt hij. Daar staat in vrijwel alle lessen nog een docent voor de klas, die beslist wat de leerlingen moeten doen, en hoe.

Limpens: “Een aantal jaren geleden concludeerde onze toenmalige directeur: ‘Dit is niet meer van deze tijd’. Niet dat we slechte resultaten hadden, maar we kampten wel met een motivatieprobleem bij de leerlingen. De inspectie zei: ‘Op het Stella Maris wordt heel hard gewerkt. Door de leraren. De leerlingen leunen achterover.’”

Limpens begrijpt dat gebrek aan motivatie ook wel. Hij noemt het normale onderwijs een ‘dwangbuis’. “Kinderen moeten doen wat ze opgedragen wordt. Niet wat ze willen doen. Niet waar ze goed in zijn, of juist dat wat ze minder goed kunnen.”

In deze vleugel van het gebouw is nog maar de helft van de activiteiten klassikaal. Leerlingen volgen geen vast programma, maar tekenen in op de onderdelen waar ze behoefte aan hebben. Daarnaast werken ze veel samen of zelfstandig. Met opdrachten en toetsen sluiten ze onderdelen van vakken af, op het moment dat ze daar zelf klaar voor zijn. In plaats van cijfers krijgen ze feedback, zodat ze beter kunnen worden. Ze blijven niet zitten, maar gaan na de vakantie verder waar ze gebleven waren.'

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld Maikel Samuels

Inmiddels zijn de coachgesprekken voorbij. De kinderen zwermen uit over de grotendeels open ruimte. Beneden werken ze voor zichzelf, en in de collegezaal om de hoek is een les ‘Frans 4’. ‘Frans 6’ is er later vandaag, voor wie al verder is. Op de open, halve verdieping geeft een docent wiskunde. 

Twee leerlingen achterin trekken zich daar niets van aan: in een kunststof zitje werken ze onverstoorbaar aan een toets. En aan de andere kant van de ruimte buigen Raf en Mike zich over hun reisbrochures: een opdracht voor Nederlands. “In het begin vond ik het moeilijk om zelf te plannen. Nu gaat het goed”, zegt Mike (11). 

“De vrijheid is heel fijn”, vindt Raf (12). “Als het even tegen zit, kan ik dit wegleggen en doorgaan met biologie. Als ik het daarna weer oppak, lukt het vaak wel. En er lopen altijd docenten rond. Ook al geven ze een ander vak, met de aanpak kunnen ze meestal wel helpen.”

Sociaal gesprek

Voor docenten was de verandering even wennen, vertelt Limpens. “Een lerares Frans werd er onzeker van. Ze was gewend met tweehonderd woordjes vocabulaire te beginnen, en die dan schriftelijk te overhoren. En als de leerlingen dan gemiddeld een 7 hadden, wist ze dat ze op de goede weg zat. Hier is het leerdoel niet die woordjes, maar een sociaal gesprek. 

Leerlingen kennen in het begin veel minder woordjes. De docente dacht dat de groep enorm achterliep, en vond dat ze dat niet kon verantwoorden tegenover collega’s in de rest van de school”, vertelt Limpens. “Uiteindelijk is het rendement hoger. Door te leren in een gesprekje, beklijft het beter.”

Hij heeft het idee dat de resultaten hier minstens even goed zijn als die van de rest van de school. Of dat ook echt zo is, moet aan het eind van het jaar blijken. Dan volgt een toets van de Rijksuniversiteit Groningen, die het mogelijk maakt de vorderingen van de leerlingen te zien en te vergelijken met die van andere brugklassers.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld Maikel Samuels

Timo vindt gepersonaliseerd leren in elk geval een uitkomst. ‘Fijne vakantie. Inhaalslag maken’, heeft Kersemakers in zijn logboek geschreven. “In normaal onderwijs zou ik het moeilijk redden”, zegt Timo. “Ik loop een beetje achter, maar dat kan ik nog inhalen. Ik kan doorwerken in de vakantie, en daarna zelf mijn toetsen inplannen.”

“Timo kwam van de basisschool met een advies voor speciaal onderwijs, maar werkt hier op havo/vwo-niveau”, zegt zijn coach Kersemakers. “Dit soort leerlingen verzuipt in het reguliere onderwijs. Daar is misschien iets meer structuur, maar hier kan ik Timo meer specifieke begeleiding geven. Dat werkt.”

Timo heeft zich de woorden van Kersemakers aangetrokken. Hij en Niels zitten tegenover elkaar in de gang. “Tu vas en vacances?”, vraagt Timo, terwijl hij Niels met zijn iPad filmt. “Oui. Je vais à l’Italie”, antwoordt Niels.

Veertig scholen volgen de methode-Kunskapsskolan

Het gepersonaliseerd leren bij het Stella Maris is gebaseerd op de Zweedse Kunskapsskolan (‘kennisschool’). Vier jaar geleden kwam deze aanpak naar Nederland. Er doen nu veertig scholen mee, verspreid over het land. Daarnaast werken er scholen met eigen gepersonaliseerde methodes.

In Zweden ging de eerste Kunskapsskolan in 2000 open; er zijn er nu 35. Leerlingen zijn er de baas over hun eigen leerproces. Ze bepalen niet wát ze leren, maar wel hóe. Jaargroepen bestaan niet: iedereen werkt in zijn eigen tempo, op basis van doelen die hij met een coach bespreekt. Ook in Engeland, Amerika en India wordt deze methode toegepast.

In Nederland heeft Kunskapsskolan geen eigen scholen. De scholen die ‘geïnspireerd op Kunskapsskolan’ werken, betalen voor het gebruik van de leermiddelen en voor opleiding en begeleiding van hun docenten. Kunskapsskolan Nederland is een commerciële organisatie. “Wij helpen scholen om gepersonaliseerd leren op een betaalbare en uitvoerbare manier in te richten”, zegt Madelief Keyser, zakelijk directeur van Kunskapsskolan Nederland. “Als zij al het materiaal zelf moeten ontwikkelen, is dat vaak te veel werk.”

Voorzitter André Postema van schoolbestuur LVO, waaronder het Stella Maris valt, stelt dat zijn scholen ‘wel de hoofdprijs moeten betalen’ voor het gebruik van Kunskapsskolan. “Al kun je dat een commerciële organisatie niet kwalijk nemen.” Hij wil liefst dat zijn scholen op termijn eigen leermiddelen ontwikkelen.

Volgens Keyser zijn er in het begin hogere kosten, omdat scholen hun docenten bij haar laten opleiden. Voor leermiddelen hanteert ze een redelijke prijs, vindt zij. “Een licentie voor lesmateriaal voor elf vakken kost tweehonderd euro per leerling per jaar

Extra docenten voor innovatief onderwijs

Naast het Stella Maris College zijn ook het College Weert en het Kwadrant (eveneens in Weert) dit jaar begonnen met een eigen variant van gepersonaliseerd leren. Het Grotius College in Heerlen wil daar komend schooljaar mee beginnen.

De Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, waaronder de scholen vallen, zet in op onderwijsvernieuwing.

Het schoolbestuur trok sinds 2014 op ruim dertig locaties in totaal 70 extra docenten aan voor verschillende onderwijsinnovaties.

Bestuursvoorzitter André Postema is ‘erg gecharmeerd’ van het experiment op het Stella Maris College, en verwacht dat meer scholen de aanpak overnemen. “Er zijn nogal wat scholen komen kijken. Niet alleen van ons, maar ook uit de rest van het land.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden