Op het lijf van Janine geschreven

interview | Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag componist Michel van der Aa (1970). Hij kreeg als huiscomponist van het Concertgebouworkest carte blanche en heeft een driedelig vioolconcert geschreven voor Janine Jansen.

Voordat ik begin aan een compositie, draai ik er eindeloos omheen. Een nieuw stuk schrijven blijft bij vlagen een lijdensweg. Uit het niets iets maken, dat vind ik nog steeds moeilijk. Zekerheid dat het goed zal gaan omdat ik succes heb gehad met voorafgaande werken? Nee, op maandagochtend, als je verder moet met repetitiecijfer 2C, maakt dat helemaal niets uit en voel ik me weer precies die onzekere conservatoriumstudent."

"Dat is ook belangrijk, denk ik. Als je kwetsbaar blijft, kom je verder en ontstaat er een percentage avontuur dat in een nieuw werk moet zitten. Wel ingewikkeld, want als een vorig werk succesvol was, is het verleidelijk om zoveel mogelijk elementen daarvan mee te nemen naar een nieuw stuk. Je hebt ze wel nodig, want die elementen horen bij je stijl, maar het avontuur - je betreedt nieuw muzikaal terrein - moet groot genoeg zijn om iets relevants te componeren, alleen al voor je eigen ontwikkeling."

"Ik zit lang te broeden, zet krabbels in een notitieboek hoe iets zou moeten klinken. Dat doe ik nu wel minder dan vroeger, ik ben niet meer zo bang dat ik ideeën vergeet." Hij haalt een keurige Moleskine plus een vel met losse akkoorden en koffiekringen tevoorschijn. "Het muzikaal DNA komt op kladjes terecht, en daarna stap ik vrij snel over op de computer. Ik vroeg me van alles af voordat ik aan het concert begon: waarom zou je nu een vioolconcert schrijven, wat betekent dat in historisch perspectief? Het is een vrij beladen genre, er zijn prachtige concerten geschreven; wat heb ik daaraan toe te voegen, wat voor soort stuk moet het zijn? Ik wilde erg graag voor Janine Jansen schrijven, zij vormde de aanleiding. In 2012 heb ik iets korts gecomponeerd voor haar en haar kamermuziekfestival in Utrecht."

Geblader door een op A3 gedrukte partituur, uitzicht over een gracht op IJburg. "Kijk, deze maat op bladzijde 2 vormde heel lang het begin van het stuk. De viool die als een hangglider binnenkomt. Op een gegeven moment had ik alle delen af, maar voelde dat begin nog niet lekker. Ik had steeds het idee dat het stuk eerder op gang zou moeten komen. Dus heb ik op het laatst de eerste minuten geschreven. Ik ben teruggegaan naar een soort niets in de eerste paar maten, alleen viool met een heel zachte achtergrond. Het begin van een stuk is altijd het makkelijkste, niemand verveelt zich nog, je kunt eigenlijk alles doen. Het is de truc om van klein naar groot te werken, je publiek net genoeg broodkruimels te geven, zodat ze erbij blijven. En daarna langzaam oprekken, spelen met de tijd. Daarvoor gelden andere wetten aan het begin van een werk dan in de tweede helft, want dan is er al een verwachtingspatroon, een bepaalde informatiedichtheid."

"De eerste noten zijn achter de piano tot stand gekomen. Ik doe mijn ogen dicht en stel me voor dat ik in de zaal zit; wat gaan we als eerste horen? Ik maak me op zo'n moment geen zorgen over wat ik al gedaan heb, alles is toegestaan. Er zitten behoorlijk funky passages in, ik schrijf een drumstel voor - waarom? geen idee, dat moest er opeens in - jazzachtige dingen, bluegrass, het is een veelkleurig en contrastrijk werk, van intiem naar bombastisch, van verfijnd naar bruut. Er ontstaan tijdens het schrijfproces brokstukken. Melodie en orkestpartij komen wel tegelijk tot stand, maar niet volledig uitgeschreven, meer partikelachtig, en later werk ik dat uit. Goeie ideeën komen onder de douche, bij het tandenpoetsen of tijdens het hardlopen, dat soort monotone bezigheden. Het probleem van mijn vak, tenminste, zoals ik het belijd, is dat het nooit stopt in mijn hoofd."

In dit concert schrijf je nergens elektronica voor of andere multimediale middelen die je graag toepast in je werk. Waarom niet?

"Bij mijn opera 'Sunken Garden', die vorig jaar in première ging, kwam zo veel kijken aan diverse technieken - en ook in het klarinetconcert dat ik begin dit jaar heb voltooid, maak ik gebruik van elektronica - dat ik voor het vioolconcert behoefte had aan een heel andere, schone kleur. Bovendien, multimedia moet je alleen inzetten als het idee van het stuk erom vraagt. Veel van die technieken passen niet bij Janine, en ik wilde een concert schrijven dat over haar gaat en bij haar hoort, een soort portret. In de voorbereidingsfase heb ik veel uitvoeringen van Janine op YouTube bekeken en concerten bezocht om erachter te komen wie ze is, hoe haar podiumuitstraling werkt, wat haar zo bijzonder maakt."

Je kiest expressieve persoonlijkheden om voor te schrijven, neem mezzo Christianne Stotijn en celliste Sol Gabetta voor wie je eerder componeerde. Is dat toeval?

"Nee, het gaat me echt om de persoon. Als Janine fluit had gespeeld, was er een fluitconcert gekomen. Als operaregisseur hou ik van de theatrale mogelijkheden van iemand die de belichaming van een werk vormt. Op het moment dat Janine het podium opkomt, voel je dat het stuk is begonnen. Iedere musicus vormt een brug tussen de muziek en het publiek, en bij haar is dat tot in perfectie uitgewerkt. Ze maakt je deelgenoot van die noten en doet dat voor een groot deel zeer instinctief. Dat instinctieve, de bijna biologische noodzaak van muziek maken, herken ik in haar, en voel ik zelf ook. Daarin vinden we elkaar.

"Janine staat zó boven de materie, boven de techniek, en legt het muzikale traject dat ze voor zichzelf heeft bedacht zó vanzelfsprekend af, dat er ruimte ontstaat om live te reageren op wat er om haar heen gebeurt, en dan begint het pas. Dat fascineert me mateloos. Ik zie zo'n concert als muziektheater en stel me niet alleen de klank voor, maar ook het podiumbeeld. Drie slagwerkers staan op visueel aantrekkelijke plaatsen opgesteld in het orkest, dat heeft niet alleen met het geluid te maken. En ik ga me straks zeker met de belichting bemoeien; ik heb het liefst dat de zaal donker is en dat er een spot staat op de soliste. Daarom is het belangrijk wat ze draagt. Een Promsjurk lijkt me niet geschikt, ook daar wil ik even over overleggen. Ja, ik ben een controlfreak, maar naast de muziek zijn al deze aspecten van groot belang voor de totaalbeleving."

Je omschrijft de combinatie Janine Jansen en het Concertgebouworkest als een dream team.

"Zeker. Ik vind het supergaaf om met Janine te werken. En het Concertgebouworkest, kan slechter, toch? De musici kennen mijn muziek nu een beetje. Ik sluit dingen kort met de spelers, de harpiste bel ik op en dan kijken we samen in de partij. Direct contact met de musici, niet alles via de dirigent, is erg fijn. Dan schieten ze je ook aan, dit moet je volgende keer echt anders doen enzovoorts. Daar leer ik van. Ik voel me erg thuis bij het Concertgebouworkest. Janine heb ik een paar keer ontmoet tijdens de anderhalf jaar dat ik met het concert bezig was, ik wilde absoluut dat ze deelgenoot zou zijn van het maakproces en niet achteraf de partituur zou krijgen: succes ermee!"

Toen je voor Sol Gabetta schreef, heb je een cello in huis gehaald om te checken of de noten die je componeerde goed zouden liggen op het instrument. Heb je voor dit concert een viool bemachtigd?

"Ja! Van het orkest heb ik een viool geleend waarop ik veel heb uitgeprobeerd voor de linkerhand. Natuurlijk met de verkeerde techniek, want ik bespeelde hem als een gitaar, maar om uit te proberen of iets lekker ligt, gaat dat prima. Janine vertelde me dat ik haar partij heel idiomatisch heb geschreven, een prachtig compliment natuurlijk. Dat wil overigens niet zeggen dat het makkelijk is. De muziek is niet onspeelbaar, maar wel erg lastig."

Even een stukje via midi op de computer, derde deel, razend tempo. "Janine zei toen ze de noten zag: o, is dit mogelijk in dit tempo?! Je komt in deel 3 in een achtbaan terecht met heel vreemde afslagen. In veel stukken eindig ik rustig, met een vraagteken. Nu was ik uit op écht een concerteinde, knallend.

"Niet alleen de solist is belangrijk. Zo vormen de concertmeester en de solocellist af en toe een trio met Janine. Het orkest heeft geen begeleidende rol, dat wilde ik per se vermijden, het maakt wezenlijk deel uit van het muzikale gebaar. Ik vind dat een voorwaarde; als je een vioolconcert schrijft voor zo'n goed orkest is het doodzonde om daar geen gebruik van te maken. Mijn werk gaat vaak over een intern contrapunt, een alter ego dat opstaat, in film of in elektronica. Om zo'n tegenstem te creëren, moest het orkest een voorname rol spelen. Het orkest is het alter ego en zorgt voor kantelende perspectieven. Op deze manier klopt voor mijn gevoel de balans tussen orkest en solist. Ze mogen elkaar niet in de weg zitten. De instrumentatiekeuze is heel belangrijk, ik zet ruim koperblazers in, maar die kunnen prachtig zacht spelen, en dat is de kwaliteit die ik heb gebruikt, een goudbruine klank. Zo nu en dan spettert het natuurlijk wel lekker, maar de viool verdrinkt nergens echt."

Wat later, ook via een midi-file: een slagwerkbeat aan het einde van deel 1. Klinkt lekker. "Misschien aantrekkelijk, maar zo'n ritme is levensgevaarlijk. Als je het te lang aanhoudt, wordt het saai, en als het te kort duurt, weet je als luisteraar niet wat het was. Nét te vroeg stoppen, dan blijft het spannend. Als componist moet ik alles voor zijn. Zodra het publiek kan voorspellen wat er komt, heb ik een fout gemaakt. Het op spanning houden van dichtheden, dat is iets waar ik heel lang over doe. Helemaal op het eind van het schrijfproces ben ik overal nog tellen bij aan het frommelen of haal ik ze juist weg. Ik kan er weken mee bezig zijn. Hoe lang hou je een noot aan? Daar valt of staat een passage mee. Ik schrijf vaak onderdelen die te lang duren, dan kort ik in, snij ik chirurgisch dingen weg uit het midden, enzovoort. Als een deel klaar is, laat ik het even liggen en daarna probeer ik het opnieuw te horen, alsof ik het voor het eerst meemaak. Daarom moet ik genoeg tijd hebben voor m'n stukken, want ik weet dat dit een belangrijk traject is voor mij."

Heeft het concert een titel?

"Vioolconcert. Dat was de werktitel, en die heb ik behouden. Mijn klarinetconcert had ik 'Hysteresis' gedoopt. Vervolgens moest ik steeds overal uitleggen wat dat betekent, terwijl het gewoon een klarinetconcert is. Vandaar: Vioolconcert."

De uitvoeringen van het vioolconcert staan onder leiding van Vladimir Jurowski: 6 en 7 november in het Amsterdamse Concertgebouw en 8 november in Essen, Duitsland. Info: vanderaa.net

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden