Op het lijf geschreven

'Wat kunnen wij zeggen als Hirsi Ali morgen wél wordt vermoord? Kunnen we ons zelf nog in de spiegel zien? Gaat de majesteit weer thee drinken? Of zouden we kunnen bedenken dat we in de 17de eeuw een identiteit hebben geformuleerd die een fraai evenwicht was tussen dominante religie en acceptatie van anderen, maar op onze termen?' Volgens de theoloog Matthias Smalbrugge ondermijnt de privatisering van geloof de nationale identiteit en maakt ze de noodzakelijke confrontatie met andere religies onmogelijk.

door Matthias Smalbrugge

Hoeveel afstand kan een religie nemen van haar eigen voorstellingen? Kan zij een identiteit hooghouden en tegelijkertijd beseffen dat die identiteit vorm krijgt in tijdsgebonden elementen als taal, cultuur en kunst? Kan ze geloven én relativeren? Voer daartoe het volgende gedachte-experiment uit. Sla in de Bijbel het Hooglied op, lees, herlees en geniet van de sluierdans tussen woorden en beelden. Hoor de woorden die een stralende vrouw schetsen, die, in een wervelstorm van beelden, een betoverend lichaam uittekenen. Merk op dat het woord God of Heer geen enkele keer in de tekst voorkomt en dat het verhaal dus wel in een religieuze traditie staat, maar daar tegelijkertijd afstand van kan nemen. Vervolgens: schrijf de tekst op het lichaam van een naakte vrouw, verbuig de woorden in de rondingen van hals en borsten, druppel donkere inkt in de lichte poriën zoals je woorden in het oor van je geliefde fluistert en zie, het woord is vlees geworden (Joh 1,1).

Schokkend? Neen. Zeker niet als je bedenkt dat Man Ray al in 1924 de rug van een vrouw beschilderde als was zij de bovenkant van een viool, de Violon d'Ingres. Dus niet shockerend, maar veeleer eerbetoon aan een prachtige tekst, aan het feit dat poëzie voor de lippen de opmaat is tot een kus. Eerbetoon dus aan het feit dat woorden altijd vlees willen worden. Vooral als het gaat om Gods woord. Submission, onderwerping? Volstrekt niet, eerder glorification, verheerlijking. Dat is de ene kant van religie, schoonheid bij de gratie van afstand.

De andere kant, het gebrek aan afstand dat zich toont in wreedheid en gruwel, kun je ook zichtbaar maken. Neem een van de vele teksten waar de Israëlieten wordt opgedragen een ander volk over de kling te jagen en het effect is omgekeerd. Schrijf de tekst op een naakt lichaam en het zal lijken alsof je erin kerft. Woorden als striemen, voorbode van foltering en dood.

Met woorden kun je dood en liefde als een tovenaarsleerling oproepen. Hoe ga je nu om met die macht van het woord? Beide, dood en liefde, staan in de Bijbel. Beide zijn vlees geworden, tastbare werkelijkheden. Blijkbaar wilde de Bijbel ons de beide extremen van het bestaan inscherpen, de wrede en lyrische kant van mensen laten zien. Alsof over het een niet gesproken kan worden zonder over het ander ook op zijn minst te fluisteren. Welnu, als die extremen - die veelvuldigheid - inderdaad bewust samen zijn gebracht in de Bijbel, is dat dan wellicht om ze juist zichtbaar te houden en dus hanteerbaar?

Maar als dat zo is, dan is de enige relevante vraag in een tijd van confrontatie welke godsdienstige traditie het spel met die extremen beheerst? Welke traditie is in staat haat én liefde zichtbaar te maken, teneinde ze te beheersen? Want wie zegt beheersen, zegt tevens afstand nemen, omdat je pas datgene beheerst wat je niet meer letterlijk neemt, maar wat je als voorstelling en verbeelding voor je kunt zien.

Dat is de ene pool van religie: relativering, die onder meer tot uitdrukking komt in verbeelding. De andere pool is die van de identiteit. Want er moet wel een heldere identiteit zijn die de moeite waard is om te verbeelden. Een stevige identiteit die niet schrikt van kunstenaars en wetenschappers, die niet op angst is gebaseerd maar op vertrouwen.

De pool van die identiteit is lang verwaarloosd en hoewel je kunt constateren dat religieuze tolerantie gebaseerd is op de twee-eenheid van relativering én identiteit, moet ook geconstateerd worden dat die laatste in het vergeethoekje is geraakt. Hoe lag dat in de geschiedenis?

Terug naar de Oudheid, de strijd in Rome rond het altaar van Victoria. Het is 384 en het christendom is intussen de alom geaccepteerde religie geworden in het Romeinse Rijk. Sinds 380 was er een edict van kracht dat bepaalde dat alle Romeinse volken het geloof, als overgeleverd door de apostel Petrus, moesten aanhangen en was er dus sprake van een verschuiving van het machtsevenwicht. Dat wordt zichtbaar als in 382 het aloude altaar van de godin Victoria uit het huis van de Senaat wordt verwijderd. Dat altaar was daar door Augustus al in 31 voor Christus geplaatst en was het eeuwenoude zinnebeeld van grandeur en traditioneel geloof der Romeinen. De schrik over de verwijdering van dit symbool is groot en in datzelfde jaar trachten enkele senatoren tot herplaatsing te komen. Vergeefs en daarom wordt in 384 een tweede poging ondernomen.

Dit keer schrijft de prefect van Rome, Symmachus, aan de keizer. Een verzoek met meerdere invalshoeken, maar op de moderne lezer maakt de nadruk op het belang van tolerantie de meeste indruk. Zouden de verschillende religies, vraagt Symmachus, niet gelijkwaardig behandeld kunnen worden? En hij vervolgt met deze beroemde passage: 'Daarom vragen wij U vrede voor de vreemde goden en vrede voor de eigen goden. Het is toch redelijk aan te nemen dat wat allen vereren eigenlijk één en hetzelfde is. We kijken naar dezelfde sterren, de hemel is van ons allemaal, éénzelfde wereld gaat ons allemaal aan. Wat doet het er toe dat ieder met eigen begrippen naar het ware zoekt? Langs één enkele weg kan men niet tot een zo groot mysterie geraken.'

Woorden die moeiteloos in het moderne debat kunnen worden ingelast. Decennialang is er op deze manier over tolerantie en verscheidenheid gesproken, over het besef dat iedereen zijn geloof op zijn eigen manier invult. En nog steeds is dit het refrein dat bestuurderen, zelfs na de moord op Van Gogh, met grote nadruk uitdragen. In die zin ervaart men zelfs de moord ook niet als een breuk, er blijft sprake van een continuüm. Zo zei de oud-prefect van Amsterdam Patijn in het programma Rondom Tien dat we zo snel mogelijk terug moesten naar de toestand van vóór de moord, de status quo ante (toestand voordien). Zo ongeveer als zijn collega uit het oude Rome dat nastreefde, beiden niet begrijpend dat de tijden veranderd zijn.

Want het pleidooi van Symmachus werkt niet. Het is van een schrikbarende naïviteit omdat het weigert te zien dat tolerantie met identiteit te maken heeft. Immers, we vereren niet hetzelfde. Elk geloof creëert een godsbeeld. Weliswaar beseffen de meeste religies dat beeld en werkelijkheid niet hetzelfde zijn, maar zolang je niet tot uitdrukking brengt in theologie, canon en geloofspraktijk dat wij 'maar' met geloofsbeelden bezig zijn, is elk debat onmogelijk. Het maakt nogal wat uit of je afstand mag nemen van de God in wie je gelooft, of je mag spelen met teksten, of je de rol van man en vrouw ter discussie kunt stellen. Elk debat, waarin de roep om tolerantie weerklinkt, maar waarin dit verschil wordt miskend, draait ons een rad voor ogen.

Het zijn pleidooien die allang niet meer zijn toegesneden op de vragen van de tijd en die zich kwalificeren als het antwoord van een oude elite, die niet begrijpt dat haar cultuur een zinkende is. Symmachus kreeg dan ook nul op het rekest, door toedoen van Ambrosius, de bisschop van Milaan, die hard inzette en volhield dat de Romeinse religie bepaald minder goed had gedaan aan de Romeinse natie dan zijn tegenstander beweerde. Kijk naar het algemeen belang en bepaal dan je religieuze keuze.

Zo bijvoorbeeld in het Nederland van de 17de eeuw, toen ook wij enige tijd op de rand van een burgeroorlog balanceerden omdat er in de Gereformeerde Kerk (de begunstigde kerk, later de Nederlandse Hervormde Kerk) een twist was uitgebroken over een leerstellige kwestie. An sich geen reden voor burgeroorlog, maar omdat politiek en geloof sterk vermengd waren namen de twee belangrijkste politici in die dagen, Prins Maurits en Van Oldenbarnevelt, stelling in de zaak. De laatste een klassiek regent, de eerste een begaafd strateeg, strevend op basis van volksgunst naar een dynastie die de eenheid van de republiek zou kunnen garanderen. Beide mannen zijn elkaars opponenten inzake oorlog en vrede, het twaalfjarig bestand en de rol van geloof. Van Oldenbarnevelt meende dat grotere individuele vrijheid te verdedigen viel in geloofszaken en dat kerkelijke opvattingen dus behoorlijke rekbaarheid moesten hebben. Prins Maurits zag de rol van religie anders en constateerde dat nationale identiteit geen steun vindt in een kerk die een geloof heeft dat zo rekbaar is als elastiek. Beide heren, de regent en de volksaanvoerder, speelden het uiteindelijk hard. In 1617 liet Oldenbarnevelt de zogenaamde Scherpe Resolutie aannemen waarbij de steden eigen huursoldaten mochten aantrekken en een synode ter beslechting van het leerstellig geschil werd verboden. Prins Maurits reageerde direct, zette de Scherpe Resolutie opzij en arresteerde Oldenbarnevelt. De leerstellige kwestie werd twee jaar later beslecht op de synode van Dordt, uitgaande van het idee dat een kerk ook een herkenbare identiteit moet hebben. Weliswaar is zij voor iedereen toegankelijk, dat houdt niet in dat zij een supermarktmodel (u pakt het geloof van uw keuze van het schap) moet hanteren.

De les van de 17de eeuw is dat veelgelovigheid een grens heeft en dat je de identiteit van een natie bedreigt als je dat punt opgeeft. In andere landen was het niet anders. In Frankrijk moest bijvoorbeeld Henri IV het katholieke geloof omarmen (Paris vaut bien une messe) teneinde de godsdienstoorlogen te kunnen beëindigen. Kortom, een heldere identiteit is nodig en daaraan worden andere elementen ondergeschikt gemaakt. Dat was in heel Europa de les van de 17de eeuw.

Ja maar, zal men zeggen, dat was in de tijd dat geloof nog deel uitmaakte van het collectief bewustzijn en van de nationale cultuur. Maar tegenwoordig is geloof een privé-zaak geworden. Wat geheel in de lijn ligt van Symmachus en Oldenbarnevelt: tolerantie die elke mening, elk geloof uiteindelijk tot privé-zaak maakt. Gevolg van die privatisering is dat het moslimextremisme onzichtbaar is geworden, omdat de maatschappij geen eisen meer stelt aan een religie. Dus als het extremisme de islam in zijn greep krijgt, dan staan we machteloos. En op dit moment is dat bepaald niet uitgesloten. Natuurlijk, de meeste moslims wijzen het extremisme af. Maar dat geldt ook in Iran, Pakistan, Algerije of Irak en toch zijn die landen in de greep geraakt van het extremisme. Die gelukte machtsgreep moet nu eindelijk tot ons bewustzijn doordringen! Lees V.S. Naipaul, Among the Believers (1981!) en Beyond Belief.

Blijkbaar zijn we niet eens in staat Naipaul in ons denken op te nemen. Laat staan ons af te vragen of de privatisering van geloof de nationale identiteit niet ondermijnt en de noodzakelijke confrontatie met andere religies onmogelijk maakt. Dan hebben Symmachus en Oldenbarnevelt uiteindelijk toch gewonnen. Meer nog dan verwacht, want zelfs de vorstin ging wel thee drinken bij de Marokkanen, maar niet bij de bedreigde volksvertegenwoordigers. Zou Ayaan Hirsi Ali soms geen recht hebben op een duidelijk koninklijk gebaar? Schuift het huis van Oranje op naar de regenten? Zo ja, beseffen we wel dat deze invalshoek tegelijkertijd de teloorgang inluidt van dat wat men eigenlijk nastreefde: tolerantie? Conclusie: geloof als privé-zaak is geen optie meer. Je laat dan welbewust religieuze extremen ondergronds gaan.

Dus zou het nu werkelijk niet mogelijk zijn voor de postmoderne mens te erkennen dat geloof een van de grootste krachten in het bestaan is en dat je die beter zichtbaar kunt houden dan haar, als privé-zaak, ondergronds te laten gaan? Zou het werkelijk geen tijd zijn de leegte van dit postmodernisme aan de kaak te stellen? Want wat kunnen wij zeggen als Hirsi Ali morgen wel wordt vermoord? Kunnen we ons zelf nog in de spiegel zien? Gaat de majesteit weer thee drinken? Of zouden we kunnen bedenken dat we in de 17de eeuw een identiteit hebben geformuleerd die een fraai evenwicht was tussen dominante religie en acceptatie van anderen, maar op onze termen? Dus dat we een vorm van civil religion nodig hebben. Toegegeven, dat vergt van de huidige kerken dat ze volstrekt anders worden. Dat ze stelling durven nemen ten gunste van de bedreigde op grond van de eigen historische identiteit. Een film maken met het Hooglied geschreven op het lichaam van een vrouw als symbool van wat je historische identiteit als vrijheid meegaf. Zo'n vervolg op Submission lijkt me een uiting van identiteit en tolerantie die ons op het lijf is geschreven. Erfgoed dat sinds de 17de eeuw te waardevol is om prijs te geven aan ongeremd moslimextremisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden