Op het bruggetje van Bartlehiem

De veertiende Elfstedentocht werd afgelopen zaterdag 25 jaar geleden verreden. 's Morgens verzamelde zich een aantal legendes op het kunstijs van Biddinghuizen en 's middags keken ze Hindeloopen terug op de tocht van 1986.

Niels Posthumus

Het zonlicht had een zacht oranje gloed. Jan Kooiman herinnert het zich als de dag van gisteren. Het was koud bij de start, die ochtend, woensdag 26 februari 1986, een kleine vijftien graden onder nul. De omstandigheden leken echter perfect voor de veertiende Elfstedentocht: kraakheldere hemel, weinig wind, hard en donker ijs.

Kooiman was twee dagen eerder halsoverkop teruggekomen uit Polen. Hij reed daar op verzoek van sponsor Labello een toertocht. Kooiman had in zijn contract laten opnemen dat hij in Nederland mocht blijven als er een Elfstedentocht in de lucht hing, maar na ruim twee weken stevige vorst aan het begin van de maand, begon het rond 17 februari opeens te dooien. ¿Alleen als er een Siberisch wonder gebeurt, gaat de tocht door¿, zei secretaris Gustaaf Witsen Elias van de Vereniging Friese Elfsteden. De dagen werden langer, waardoor de zon aan sterkte won. Voor Kooiman gold: contract is contract. Op naar Polen dus.

Toen Kooiman echter een Pools kamermeisje hoorde zeggen dat iemand uit Nederland had gebeld met de mededeling dat iets als een Elfstedentocht toch doorgang zou vinden, braken enkele van de meest hectische dagen uit zijn leven aan. Zijn ploegleider huurde een oud en tochtig busje, om Kooiman en zijn ploegmakkers in een sukkeldrafje van veertig kilometer per uur over besneeuwde wegen naar Warschau te vervoeren. Daar duurde de douaneafhandeling uren - het ijzeren gordijn bestond nog. Het vliegtuig landde in Brussel. Vanuit de Belgische hoofdstad nam Kooiman de trein naar Rotterdam. Daar sprong hij in een taxi, naar huis, waar hij één nacht in zijn eigen bed zou slapen. Dinsdag ging hij al naar Friesland. In het hotel deed hij door alle drukte geen oog dicht. Hij zou de volgende dag zesde worden. Meer dood dan levend kwam hij over de finish.

Evert van Benthem won de tocht der tochten in 1986 voor de tweede keer op rij. Hij kwam, na in 1985 in een eindsprint zijn drie medevluchters te hebben verslagen, nu alleen aan op de Bonkevaart. Zijn voorsprong op nummer twee Rein Jonker, waarmee hij even na Dokkum was weggereden, bedroeg ruim een minuut. Vlak voor Van Benthem's ontsnapping was Jonker gevallen. Een NOS-motor reed daarna over zijn been. Toch haalde hij Van Benthem nog bij, voortgestuwd door pure woede en adrenaline. Maar de achtervolging slokte al zijn krachten op. Niet lang na zijn aansluiting moest hij Van Benthem alsnog bij een volgende demarrage laten gaan. ¿Verdomme¿, was het enige dat hij dacht. Van Benthem won die dag van 14.787 schaatsers. Daarnaast haakten 2211 deelnemers onderweg af.

¿De vraag 'wat ging er door je heen op de Bonkevaart?' is flauwekul¿, zegt Nanne Semplonius, nummer vier van 1986. ¿De laatste 180 kilometer ging op de automatische piloot.¿ Semplonius had, in een groepje met Van Benthem en drie anderen, bij Hindeloopen nog een behoorlijke achterstand op een kopgroep van vier, met daarin onder andere Marten Hoekstra.

Bij Harlingen sloeg echter het noodlot toe voor de leiders in de race. ¿Er lag daar veel zand op het ijs¿, zegt Hoekstra, ¿afkomstig van een bouwplaats lang de route.¿ Hij viel. De wind en televisiehelikopters hadden de korrels verspreid over het ijs. De gewiekste achtervolgers schaatsten door het riet, dat het zand had tegengehouden. Hoekstra: ¿Binnen tien kilometer waren we de voorsprong van ruim vier minuten kwijt.¿ Hij eindigde uiteindelijk op plaats 24.

Natuurlijk zouden ze dit jaar weer meedoen, zeggen nagenoeg alle aanwezigen op de reünie in het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen gretig. Ze zijn nog fit genoeg. Of het ooit weer zo ver komt, lijkt geen serieuze vraag. Natuurlijk. En juist omdat de laatste tocht alweer zo lang geleden is, zal de volgende Elfstedentocht extra mooi zijn.

¿De tocht van 1985 was ook emotioneler dan die van 1986¿, geeft Simplonius toe. In 1985 hadden we er 22 jaar op gewacht. ¿Ik kreeg in de jaren zeventig vaak te horen: dat je nog lid blijft¿, valt Wim Westerveld hem bij, in 1986 koploper tot aan Stavoren en uiteindelijk nummer 28. ¿Die explosie van geluid toen ik in 1985 onder de volle brug van Sneek door reed. Als ik dement wordt, blijf ik dat onthouden.¿

¿Volgend jaar is het weer zover, dat voel je¿, zegt Hoekstra. Westerveld weet bovendien wel iets om de natuur een handje te helpen. ¿In 1984 stond ik voor het eerst op het bruggetje bij Bartlehiem¿, zegt hij. ¿Ik zei toen tegen mijn vrouw: wat zou het toch mooi zijn als we hier ooit eens langs zouden schaatsen. En in 1985 was het al zo ver. Die zomer daarop stond ik er dus weer, en opnieuw was het in 1986 raak. Misschien moet ik komende zomer maar weer eens op bezoek in Bartlehiem.¿

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden