Op herhaling: Joost Divendal doet Grieks

Mijn eindexamenjaar 1973 was het laatste vóór de Mammoetwet. Klas zes gymnasium-alfa was toen: 8 uren Grieks (nu zo'n 6 uren). Examen was: puur vertalen, en ploeteren met een miniem woordenlijstje (nu mag het woordenboek). Zo erg was dat niet, klaargestoomd als we waren met stampen van de 'schwere Wörter' bij de klassieken. De motivatie was hoog, want zakken lag op de loer - wie van ons zeven jongens het niet haalde moest na de invoering van de Mammoetwet naar een bezemklas.

Dat lijkt me een markant verschil met 1999. Ook van die jongens, in een niet-gemengde klas, inderdaad een misdaad tegen de menselijkheid; maar dat we dus leerden vertalen in plaats van begrijpen. Wat wisten we weinig van het smachten naar de trouwe Penelope door de zwervende Odysseus; of van de jaloezie om de wonderschone Helena door de 'vrijers', totdat de Trojaanse prins Paris haar schaakte en de grondoorlog om Troje ontbrandde. Een hoogst enkele keer legde de leraar de syntaxis opzij en ontrafelden we een existentiële tekst, zoals het koor in 'Antigone' van Sofokles: ,,Op de wereld is er veel waar je verstand bij stilstaat, maar er is niets dat meer verbijstert dan de mens'', die de stromen trotseert, de aarde aan repen snijdt en ziektes geneest... alleen de dood biedt hem geen uitweg. Een kwart eeuw later is dát het Grieks dat ik me nog herinner.

Naast de beginregels van de 'Ilias' en de 'Odyssee' uiteraard: ,,Bezing me, godin, de wrok van Achilles'', en ,,Muze, vertel me van de man die zoveel omzwervingen maakte''. Maar die liefst in het Grieks gedeclameerde regels, waarmee iedere oud-gymnasiast op z'n tijd indruk probeert te maken, zijn een schamele oogst. Het proeven van het Grieks had weliswaar invloed op liefde voor lezen en taal en dat is mede aan mijn leraren te danken, die zich verder in het leerprogramma van die dagen voegden. Maar de smaak van Homerus kreeg ik pas later te pakken, via vertalingen, schilderijen, film en opera, kinderboeken.

Tot mijn verrassing biedt het eindexamen anno nu wél enige ruimte voor begrip. En dat is maar goed ook, want mijn woordenkennis en intuïtie voor Homerische vervoegingen zijn na een ongedrilde kwart eeuw mager. In de drie uren die de examinandus ter beschikking staan gaan 20 minuten op aan doorlezen van ruim 100 versregels verdeeld over drie tekstfragmenten. Eveneens 20 minuten gebruik ik om trefzeker en lukraak betekenissen te kalken bij woorden die ik denk te herkennen. Mag ik de 20 minuten meerekenen waarin ik de 'Ilias' nog even recapituleerde, aan de hand van een vertaling? Ik calculeer de twee lange uren die resteren. Los van een kleine vertaling (45 punten) zijn er 26 vragen (30 punten). Ik bekijk die een kwartiertje en schat in op welke ik me zal verlaten. Van de vertaling bak ik weinig, als proefkonijn na zoveel jaar; een exercitie van drie kwartier, zodat ik voor de vragen nog één uur heb.

Ik concentreer me op één episode. Achilles wil niet meer vechten en zegt Odysseus dat ook die hem niet meer kan overreden, nu de Griekse opperbevelhebber Agamemnon er vandoor is met z'n minnares. Eéé vraag haalt Trouw aan: in een artikel uit 1994 staat dat Achilles zich aan de strijd onttrok ,,omdat hem een speeltje is ontnomen.'' Of ik kan uitleggen waarom dit niet overeenkomt met wat Achilles zegt. De eindexamencommissie laat achterwege dat het om een recensie van een interpretatie van Toneelgroep Amsterdam ging, waarin sigarettenrokende Olympus-goden en lamlendige Grieken de oorlog lieten voortsudderen. Maar de Achilles van Homerus is ontredderd, nu de vrouw ,,die mijn hart verkwikt'' (in de vertaling van Timmerman prachtig ,,die mijn ziel past'') ,,bij die ander slaapt''. Ik incasseer 2 punten.

Achilles' ergernis uit zich in het gebruik van onvoltooide deelwoorden aan het adres van Agamemnon met de rijmende uitgang '-oon' in het Grieks: 'en ik hem maar brengen wat ik roofde, en die lapzwans dat allemaal maar aannemen en weinig verdelen' (vertaal ik vrij). Herkenning van die uitgang en benoeming van de vorm van de herhaling bieden opnieuw 2 punten. Deze vraag is sneller dan ik dacht te beantwoorden: quizen via je ogen, het lijkt wel het tv-programma 'Get the picture'.

Maar dan verlies ik me in een Nederlandstalig fragment van Euripides. Het beroep op het begrip lukt niet helemaal: zo heb ik de opvatting van Xenophanes en een associatie van Plato ,,in deze'' niet paraat. Ik zet de chronometer stil en vermei me tenslotte in deze regels uit Euripides' 'Herakles':

'Ik kan niet geloven dat de goden verboden liefdesrelaties te onderhouden; ik

heb nooit voor waar gehouden en ik zal

nooit geloven dat godenarmen geketend

worden of dat de ene god de meester is van de andere. Werkelijke goddelijkheid kent geen enkele behoefte. Dat

zijn treurige verhalen van zangers.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden