Op grote schaal voedsel produceren in de stad is een naïef idee

Beeld ANP

Stadslandbouw, ook wel urban farming genoemd, zou het antwoord zijn op de groeiende verstedelijking. Door het voedsel in de stad zelf te produceren, breng je voedsel en consument letterlijk dichter bij elkaar. "Onhaalbaar", zegt Bernadette Bijman Kroon, agrarisch ondernemer en columnist. 

Geweldige logistieke voordelen zouden het gevolg zijn. Door futuristische gebouwen midden in een echte woestijn neer te zetten, of midden in een woestijn van beton, wat een stad vaak is. Ook in en op oude kantoorpanden zouden we groenten kunnen verbouwen.

Experts uit de Nederlandse tuinbouw maken graag hun kennis op deze manier te gelde. De glastuinbouw is zo vergevorderd, dat zij technisch aan bijna alle uitdagingen het hoofd kan bieden. Ook andere profiteurs eten graag mee uit de subsidieruif, want niet één project is zelfvoorzienend. De kostprijs voor voedsel uit deze keten is onbetaalbaar. Dat kan ook niet anders. Stadslandbouw is onmogelijk.

Geen zonlicht

Ten eerste, groenteteelt in kantoorgebouwen of andere meer-lagenteelt maakt geen gebruik van natuurlijk zonlicht, noch van natuurlijke beregening. Dat moet kunstmatig gebeuren. De natuur helpt op geen enkele manier mee. Daardoor blijft het oppervlak en de productie beperkt. Transport in en uit een flatgebouw is problematisch. Enorme steden hebben grote oppervlaktes land- en tuinbouw nodig.

Om een idee te krijgen: van open land komt van één hectare 90.000 kilo witte kool, uit een kas komt 480.000 kilo tomaten per hectare! Dit soort producties zijn het gevolg van een samenspel tussen de natuur en de mens. Schakel je de natuur uit, dan wordt het onhaalbaar.

Ten tweede, alleen bladgewassen kunnen op deze manier geteeld worden. Dus sla, andijvie, kruiden en andere vochtrijke gewassen. Die worden nu ook al op water in kassen geteeld. En, zoals in Monster al gebeurt, ook onder energiezuinige ledverlichting. Maar meer belangrijke voedselbronnen groeien ín de grond. Aardappelen, wortelen, bieten lenen zich niet voor deze manier van telen. Dat geldt ook voor granen als tarwe, rijst en maïs. Het lijkt indrukwekkend, zo'n tafel vol sla, maar er zit nauwelijks voedingswaarde in.

Ten derde wordt er voorbijgegaan aan het eeuwenlange vakmanschap van boeren en tuinders. Idealisten denken door hightechuitvindingen de voedingslandbouw te kunnen imiteren en verbeteren. Maar die is niet voor niets gespecialiseerd en doorontwikkeld op de huidige manier. Iedere boer en tuinder weet dat soms generatielange ervaring nodig is om gewassen uniform te laten groeien. Techniek is daarbij een ondersteuning, geen substitutie.

Varkensflats

Tot slot is de term urban farming veel te ruim gekozen. Er worden geen dierlijke eiwitten geproduceerd. Belangrijk voedsel als melk, kippen- en varkensvlees kan niet op deze manier diervriendelijk geproduceerd worden. Of u moet het niet erg vinden dat deze dieren nooit daglicht zien en in hoge flats worden gehouden. In het verleden waren er plannen voor varkensflats, die op industrieterreinen zouden moeten komen. Terecht kwamen daar milieu- en dierliefhebbers tegen in opstand.

Het idee van een groene stad is goed, want een groenere omgeving is beter voor de leefbaarheid. Ook stadsmensen zouden zich verbonden moeten voelen met de herkomst van hun voedsel. Boeren en tuinders zijn trots op hun sectoren en willen dat met open dagen laten zien. Maar dit is de wereld omdraaien. Urban farming is een naïeve ideologie, die door commerciële partijen wordt uitgebuit. Het is teleurstellend dat de onafhankelijke pers daar niet doorheen prikt. Dat is te wijten aan hun afstand tot de primaire sector.

Lees ook: In Toronto is stadslandbouw een succes

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden