Op en neer in het onderwijs/Wat is islamitisch aan een islamitische universiteit?

De toon die de Nederlandse Islamitische Raad (NIR) aanslaat in zijn goed verzorgde onderzoeksverslag Justitie, islam en de imam (1997), is er een van competentie en competitie. Is het misschien zaak om naast de NIR een OP op te richten? Een onderwijsplatform dus? Bevindt onze meest urgente problematiek zich niet op het gebied van het onderwijs dat dient voor te bereiden op de taken die moslimgeestelijke verzorgers, leerkrachten, bestuurders, welzijnswerkers, beleidsmedewerkers, etc. in de Nederlandse samenleving kunnen vervullen? De oprichters van de NIR besloten ook op dat gebied een stap voor te blijven en lanceerden een plan voor een islamitische universiteit in de Afrikaanderwijk van Rotterdam.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Dat lijkt veel op de start van de islamitische basisscholen. Uitgeleefde schoolgebouwen met een indrukwekkend bord boven de deur zonder beleid, leerplan, of idee van de cultuurhistorische plaats van zo'n instituut in Nederland. Aan de andere kant heeft de NIR gelijk. Geen enkele organisatie heeft het alleenrecht op vertegenwoordiging van moslims in Nederland. In het door overheid en andere raden gecreëerde klimaat is deze nieuwe raad in het educatieve behoeftevacuüm gesprongen en trekt aan de bel. Het lijkt een beetje op de Sterspot waarin indrukwekkende maffia-achtige figuren vanuit een limousine belletje trekken, maar toch. Wat betreft de imamobsessie zitten ze op één lijn met de interdepartementale werkgroep Islam en Integratiebeleid. Over 5 jaar hebben we dus een groepje imams van een jaar of 25 die de sterk vergrijsde moslimgemeenschap gaat bedienen. Gelukkig heeft de interdepartementale werkgroep nu een gesprekspartner waarmee ze de hoogte van de uitkeringen van deze nieuwe veelbelovende integratie-imams kan bespreken.

De houding van moslim (geestelijke) leiders en de historische werkelijkheid van de islam in de afgelopen paar eeuwen komt niet overeen. Vroeger was er sprake van de kloof tussen het wereldbeeld van de moskeeschool-leraren en de studenten, nu is er de kloof tussen sociaal-maatschappelijke realiteit van moslimjongeren in het westen en imams die vanuit een isolement ageren tegen de westerse zedelijke permissiviteit. De krampachtige altijd en overal hetzelfde islam staat lijnrecht tegenover de werkelijkheid van een moslim-minderheid in een moderne seculiere samenleving. Godsdienstwetenschap gaat ervan uit dat godsdienst slechts een onderdeel van de cultuur in brede zin vormt, ook in historisch opzicht, zegt o.a. prof. Van Koningsveld. Ten gevolge van veranderingen in economie, staatsinrichting, maatschappij, toename van onderwijsmogelijkheden, een andere arbeidsverdeling en informatica, ontstaan andere verhoudingen op de arbeidsmarkt en daardoor binnen het economische huishouden in families en gezinnen. Dit betekent niet alleen dat er voor iedereen merkbare emancipatieprocessen op gang komen, maar ook een herinterpretatie van de islam in overeenstemming met deze nieuwe maatschappelijke realiteit. De godsdienstige traditie die haar raakvlakken met de sociale werkelijkheid verliest verandert uiteindelijk in exotica en marginaliseert de gelovigen. Daarom zullen de oprichters van deze nieuwe 'universiteit' rekening moeten houden met de grote openheid van de Nederlandse samenleving waar het de onderwijsfilosofie betreft vanwaaruit men wil opereren. Prof. Arkoun - die op geen enkele manier in een kamp van moslimextremisme of fundamentalisme kan worden ondergebracht - had nog maar net zijn mond geopend op de Universiteit van Amsterdam of een cartoonist liet hem al zeggen dat de kalasjnikovs bij de ingang in bewaring moesten worden gegeven.

De bovengenoemde kloof tussen werkelijkheden van docenten met een traditioneel islamitische 'academische' opleiding en studenten met een profaner wereldbeeld, zou ervoor kunnen zorgen dat studenten een fragmentarische benadering van de Nederlandse werkelijkheid aanleren. De afgelopen periode zijn er ook in landen met een moslimbevolking pogingen gedaan het religieuze wereldbeeld op de wetenschappelijke en 'moderne' maatschappelijke werkelijkheid in de rest van de wereld af te stellen. Binnen het kader van die nieuwe afstelling is een aantal eigentijdse stromingen ontstaan die zich alle bezighouden met het herinterpreteren van de bronnen. De wetenschap die daarvoor nodig is heet ilm al oesoel of wetenschap der bronnen.

De grootste tegenstand voor de ontwerpers van een eigentijdse islam komt uit de hoek van de mensen die zich verwarrend genoeg ook oesoelisch bezighouden met de bronnen van de islam, en die in het westen fundamentalisten worden genoemd. Vanwege hun gewelddadige methoden krijgen zij soms invloed op het gematigde middenveld, zoals dat bijvoorbeeld op de Al-Azhar universiteit wordt uitgeoefend door de Gamaat Islami. Resultaat is de verbanning van een gematigd verlicht hoogleraar als Abu Zeid. Het lijkt er dus op dat er al aan het personeelsprobleem van de nieuwe islamitische universiteit wordt gewerkt. Belangrijker is de uitwerking van het concept wetenschap in de islam. Het interessante in de wereldvisie van de islam is, dat het een geïntegreerde levensopvatting toont, waarmee wordt bedoeld dat verschillende gebieden op elkaar inwerken. Daarom kan begrip voor een concept als istislah - gemeenschappelijk belang, tot theoretisch begrip voor economie, wetenschap, technologie, milieu en poltiek leiden. Een hoofdtaak, zonder welke al ons toekomstige werk wordt gestagneerd, vormt het ontwikkelen van een eigentijdse theorie voor islamitische epistemologie. Binnen die kennisleer kan de nieuwe universiteit haar wereldvisie formuleren. Anders kunnen we niet eens uitleggen wat er nou islamitisch is aan die universiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden