Op eigen benen

Balkenendes afscheid van de verzorgingsstaat klinkt als een echo van CDA-senator Ad Kaland uit 1992. ,,De gezonde burger kan en moet veel meer dan nu gewoon voor zichzelf zorgen'', zei hij destijds. Het was en is nu nog steeds een pleidooi voor meer eigen verantwoordelijkheid. Maar staat daarmee de solidariteit tussen rijk en arm, gezond en ziek, jong en oud niet op de tocht?

Tien jaar voordat Jan Peter Balkenende het afscheid van de verzorgingsstaat aankondigde, brak een andere Zeeuwse CDA'er al de staf over de averechtse effecten van de georganiseerde solidariteit. Na de oorlog opgebouwd om mensen onafhankelijk te maken van allerlei zorgen, ontneemt de verzorgingsstaat in deze tijd de mensen hun verantwoordelijkheid. In plaats van vrij heeft hij hen afhankelijk gemaakt. ,,Ik vind dat mensen te belangrijk zijn om alleen maar aan het handje te worden meegenomen door een ander.''

Toenmalig CDA-senator Ad Kaland, destijds 70, zei dat in 1992. Aan de hand van zijn eigen ervaringen met de opbouw van de verzorgingsstaat sinds de grote depressie van de jaren dertig, stond de Zeeuwse politicus in NRC Handelsblad uitvoerig stil bij de negatieve verschijnselen.

,,De gezonde burger kan en moet veel meer dan nu gewoon voor zichzelf zorgen'', zei hij. ,,Waarom zou iemand met een gewoon inkomen in Nederland niet in een ongesubsidieerd huis kunnen wonen? Het is slecht dat hem die verantwoordelijkheid wordt ontnomen.''

De kern van zijn betoog was dat de christen-democraten met de verantwoordelijkheid die zij dragen voor de opbouw van de verzorgingsstaat, nu ook de herziening voor hun rekening moeten durven nemen. Kaland vond het onbegrijpelijk dat in een tijd dat het individu meer mogelijkheden dan ooit heeft zich te ontplooien, de overheid tegen hem zegt: ,,We maken het je zó gemakkelijk dat, of jij nu een fysiotherapeut wilt of niet, of een duur huis of een advocaat, dat voor jou geen wezenlijke afweging van de kosten met zich meebrengt.''

Het verwijt dat hij met deze opvatting meer een liberaal was dan een christen-democraat, wierp hij verre van zich: ,,Het is juist een christen-democratische gedachte om een mens in zijn waarde te laten, om hem niet zomaar een nummer te laten zijn. Een mens, die is iets. Volgens ons is hij naar het beeld van God geschapen, de kroon op de schepping. En die mens is geroepen tot het dragen van verantwoordelijkheid om inhoud aan het leven te geven. Dan moeten ze bij mij niet aankomen dat Jan Modaal geen verantwoordelijkheid kan dragen.''

Kaland realiseerde zich niettemin dat hij ook in eigen gelederen destijds een buitenbeentje was. Hij was pessimistisch over de kans dat het CDA een ingrijpende herziening van de verzorgingsstaat aandurfde. Hij noemde drie argumenten waarom zijn partij dat waagstuk toch op zich diende te nemen: ,,De spirit in de maatschappij kan worden hersteld, de overheidskas gesaneerd en, last but not least, de groeiende machteloosheid van de politiek bestreden.''

Acht jaar na Kalands overlijden noemt zijn geestverwant Balkenende precies deze argumenten voor de ideologische keuze van de christelijk-liberale coalitie om de overheidszorg terug te dringen tot 'een basisvoorziening', ten gunste van een grotere keuzevrijheid en verantwoordelijkheid van de burgers.

De uitkering voor arbeidsongeschikten is een schrijnend voorbeeld van een gebureaucratiseerde vorm van sociale zekerheid, met torenhoge kosten, die mensen gijzelt in hun passieve situatie. Lange tijd was de WAO de beste garantie op een goede uitkering. Ook werkgevers die saneerden, werkten eraan mee hun overtollige personeel niet naar de WW maar naar de riantere WAO-regeling te sluizen. Dat massale misbruik van de WAO heeft de solidariteit bij gezonde werknemers met arbeidsongeschikten sterk verminderd.

Eenmaal in de WAO, komt de uitkeringstrekker er ook bijna niet meer uit. Eens ziek is altijd ziek, lijkt het credo. De WAO'er moet in Nederland thuis zitten en wachten op zijn keuring, op hulp, op begeleiding naar werk. Zelf initiatief nemen, dat mag niet. ,,Hoe haalt u het in uw hoofd zelf naar werk te zoeken?'' krijgt hij van zijn uitkeringsinstelling te horen.

Het verzekeringsstelsel tegen ziektekosten voldoet eveneens al jaren niet aan de solidariteitsgedachte van de verzorgingsstaat. We hebben nu ziekenfondsen en particuliere verzekeraars. In het ziekenfonds zijn de minder draagkrachtigen verenigd. Dankzij een inkomensafhankelijke premie zijn zij ook onderling solidair. Maar de meeste gezonde, goed verdienende Nederlanders hebben een particuliere verzekering waarvoor ze geen inkomensafhankelijke premie betalen.

Fondsverzekerden hebben daardoor de afgelopen jaren relatief meer bijgedragen aan de stijgende ziektekosten dan particulier verzekerden. Bovendien konden particulier verzekerden makkelijker de wachtlijsten omzeilen door bijvoorbeeld in het buitenland zorg in te kopen.

In het debat over de regeringsverklaring noemde Balkenende gisteren het project om de verzorgingsstaat op een moderne leest te schoeien, het bindmiddel van de coalitie van CDA, VVD en D66. Met hun gezamenlijke visie op de verschillende verantwoordelijkheden van overheid en burger, onderscheiden de christen-democraten en liberalen zich van PvdA, GroenLinks en SP, zei hij. ,,Onze overtuiging is dat de verantwoordelijkheid te veel gecollectiviseerd is.''

Met de scheidslijn die Balkenende trok tussen de coalitie en de linkse oppositie, gaf de premier ook aan dat CDA, VVD en D66 alledrie iets bij hun samenwerking hebben te winnen. Hun afscheid van de verzorgingsstaat-oude-stijl is gebaseerd op de analyse dat ons uitkeringsstelsel en ons zorgsysteem zijn opgebouwd in een periode, de wederopbouwjaren, waarin de particuliere welvaart substantieel kleiner was dan nu. In zo'n situatie is het zinnig om mensen niet de volle kostprijs van zorg, onderwijs, wonen, vervoer te laten betalen, om te voorkomen dat zij in armoede vervallen en ouders niet kunnen voldoen aan de zorgplicht jegens hun kinderen.

Met het huidige materiële welstandsniveau ligt dat anders. De dreiging van armoede geldt voor een veel kleinere groep burgers dan destijds, mensen zonder eigen vermogen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid langdurig op een uitkering zijn aangewezen. De anderen kan een hogere prijs voor publieke diensten en zorg in rekening worden gebracht, in de vorm van eigen bijdragen. Hun grotere eigen verantwoordelijkheid kan ook tot uitdrukking komen door allerlei risico's over te brengen van verplichte collectieve, naar vrijwillige particuliere verzekeringen.

CDA, VVD en D66 geven met deze koers een eigen antwoord op het probleem dat de Amerikaanse econoom Galbraith al eind jaren vijftig verwoordde als typerend voor de naoorlogse westerse welvaartsstaat. Hij constateerde dat de publieke armoede steeds scherper contrasteerde met een groeiende private rijkdom. In plaats van de collectieve voorzieningen verder op te tuigen om de publieke armoede te bestrijden, benadert BalkenendeII het probleem van de andere kant. Volgens het kabinet is het bij het welvaartsniveau van nu gepast van burgers te verlangen dat zij meer van hun particuliere inkomen besteden aan voorzieningen die tot dusver collectief worden gefinancierd.

Hoewel economen van sociaal-democratische huize als de Amsterdamse hoogleraar Hugo Keuzenkamp en publicist Arie van der Zwan zich kunnen vinden in die benadering, ziet de PvdA grote risico's. Krijgt Nederland hiermee een stelsel van uitkeringen voor uitsluitend mensen die 'ziek, zwak en misselijk zijn'? En staat in zo'n stelsel niet de solidariteit tussen rijk en arm, gezond en ziek, jong en oud op de tocht?

PvdA, GroenLinks en SP vrezen dat dit gaat gebeuren. PvdA-leider Wouter Bos verwoordde de aloude kritiek van de sociaal-democraten afgelopen week in Trouw opnieuw. Als je de verzorgingsstaat terugbrengt tot een voorziening voor de losers, dan bevorder je bij de middenklasse de gedachte dat zij maar voor zichzelf moeten zorgen, zei hij. Bos: ,,Mensen worden zo niet aangesproken op hun verantwoordelijkheid om voor elkaar te zorgen, maar vooral voor zichzelf.''

Spiegelbeeldig geredeneerd, is de onderlinge solidariteit die de verzorgingsstaat organiseert alleen in stand te houden als ook de middenklasse een belang heeft bij het uitkeringstelsel. Vandaar de noodzaak van behoud van een 'brede' verzorgingsstaat.

Sociaal-democraten als Thijs Wöltgens voerden daarvoor naast de sociale, ook economische argumenten aan. Zij redeneren dat de werknemers in de middenklasse, de motor van de economie, bereid zijn grotere risico's te nemen als zij zich in het geval van een mislukking verzekerd weten van een uitkering op niveau. Dankzij dat effect zijn brede verzorgingsstaten volgens Wöltgens juist goed voor de economische groei. Landen als Nederland en Duitsland hebben hun welvaart mede daaraan te danken, meent hij.

Met zijn pleidooi voor behoud van de brede verzorgingsstaat zet Bos de lijn voort die de sociaal-democraten van meet af aan volgen. Ook in de laatste grote discussie over het uitkeringsstelsel, tien jaar geleden als gevolg van de ingrijpende kortingen op de WAO, kwam de PvdA tot de conclusie dat het behoud van het 'belangencompromis' tussen de midden- en de onderklasse essentieel is. De verzorgingsstaat zal niet overleven als de overheid slechts een vangnet biedt aan een onderklasse.

,,Het eigenbelang van de grote, meer welvarende middenklasse moet in zodanige mate herkenbaar zijn dat zij bereid blijft haar aandeel te leveren'', schreef vice-fractievoorzitter Frans Leijnse destijds. ,,Een verzorgingsstaat die alleen een vangnet is voor de 'zwakkeren' zal in toenemende mate de steun van de middengroepen ontberen. Daarmee wordt niet alleen het financiële draagvlak aangetast, ook vervalt de politieke en maatschappelijke druk van een belangrijke groep burgers om de kwaliteit van de voorzieningen op peil te houden.''

Dat laatste dient volgens Leijnse niet alleen een sociaal doel. Mensen zijn ook op hoogwaardige voorzieningen in de sfeer van onderwijs en kinderopvang aangewezen om zich te kunnen ontplooien. Leijnse noemde daarmee een van de doorslaggevende redenen waarom niet alleen sociaal-democraten en christen-democraten maar ook liberalen na de oorlog van harte meebouwden aan de verzorgingsstaat. Sociale zekerheidswetten als de bijstand en de WAO zijn in de jaren zestig tot stand gebracht onder verantwoordelijkheid van kabinetten met de VVD.

Naast een noodzakelijk uitkeringssysteem, was de verzorgingsstaat in de ogen van de liberalen ook een middel om de vrijheid van mensen te vergroten. Hoe beter iemand zich kan ontplooien doordat de overheid hem onderwijs garandeert en hem onafhankelijk maakt van allerlei zorgen, hoe vrijer hij zal zijn, redeneerden zij.

Maar volgens het kabinet BalkenendeII is de verzorgingsstaat nu vastgelopen in een systeem dat burgers onvrij en afhankelijk maakt. De verzorgingsstaat gaat gepaard met een uitdijende bureaucratie en te hoge kosten. Bij mensen stimuleert hij de neiging om bij alles wat fout gaat naar de overheid te kijken. Vandaar dat Balkenende in de regeringsverklaring aankondigde: ,,Het kabinet zal de balans tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid herstellen. Krampachtig vasthouden aan bestaande belangen en rechten is voor ons geen serieuze optie. Een werkelijk sociaal beleid is op dit moment een krachtig hervormingsbeleid.''

Hij klinkt als de echo van Kaland, die tien jaar geleden verzuchtte: ,,De mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen zijn vele malen groter dan vroeger, maar de mogelijkheden om dat niet te doen en je neer te leggen bij je afhankelijke situatie zijn óók vele malen groter. Dat zie je toch overal om je heen'?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden