Klein VerslagWim Boevink

Op eenzame hoogte

In het stadje zag ik mijn lieve broer. We gaven elkaar een elleboog. Hij bracht de The New York Times voor me mee, de dikke Amerikaanse zondagseditie. Er zijn in Nederland geen verkooppunten meer voor. Hij wordt eenvoudigweg niet meer overgevlogen.

Mijn broer vliegt wel. Hij is steward bij de KLM. Hij heeft meer dan 20.000 vlieguren gemaakt. Onlangs vloog hij naar New York, dus bestelde ik een krant bij hem. De vlucht bevatte maar 23 passagiers. Een van hen was Arnon Grunberg.

Dat weet ik van hem, maar ook van Grunberg zelf die erover schreef in NRC. Grunberg noemde het vluchtnummer: KL645. Een lege vlucht met elkaar argwanend beloerende passagiers. ‘Schiphol was zo mogelijk nog leger’, schreef hij. Alles was er gesloten, op een paar luxe winkels na.

Mijn broer had hem even aangesproken in het vliegtuig. Waarom juist nu naar New York?

“Ik ga naar huis”, antwoordde Grunberg. Hij had erbij kunnen zeggen: om voor NRC columns te schrijven, maar hij was mijn broer natuurlijk geen verklaring schuldig.

Mijn broer heeft een liefde opgevat voor de fotografie. Hij schafte een paar jaar geleden een niet zo dure digitale camera aan. Onderweg had hij in de cockpit gezegd wel even Manhattan in te willen gaan – ze hadden 24 uur. Hij zou graag de lege avenues en straten fotograferen.

De copiloot had hem erop gewezen dat dat helaas niet kon. Buitenlandse crews waren ertoe veroordeeld op het vliegveld te blijven. Niet erg misschien in dit geval: ze logeerden in het beeldschone TWA-hotel op JFK.

Voor dat hotel is de oude Trans World Airlines-terminal van de Finse architect Eero Saarinen uit 1962 omgebouwd. In een retro-futuristische stijl, als zoiets bestaat. “The Jetsons”, zei mijn broer enthousiast. Ja, de Jetsons, de animatieserie uit diezelfde jaren zestig – de tegenhanger van ‘The Flintstones’.

Ik benijdde hem.

Hij liet een paar foto’s zien.

Reusachtig hotel, enorme foyer.

Kuipstoelen.

En bijna leeg.

In de hal nog een groot ratelend informatiebord. Maar één restaurant was open, om een ontbijt af te halen. Vinny’s Panini. Het was er zo stil dat de manager gek werd van het ratelen van het bord.

Mijn broer ging voor mij op zoek naar een krant. Hij moest ervoor met een treintje langs de andere terminals. Bij één ervan vond hij buiten nog een kleine kiosk, met snoep en frisdrank. Daar hadden ze nog twee exemplaren van de The New York Times. Twee exemplaren op dat enorme vliegveld.

Op de terugvlucht naar Amsterdam was de business class goeddeels gevuld geweest met Chinezen – op doorreis naar Shanghai. Weg uit New York.

Vanwege het virusgevaar worden passagiers aan boord niet bediend; als ze het toestel betreden ligt er een zak op hun stoel met snacks, versnaperingen, frisdrank.

Niets is meer gewoon.

Meer dan 20.000 vlieguren. We gingen rekenen. Dat is 2,5 jaar van zijn leven op 10 kilometer hoogte. Hij heeft zich aangemeld voor de repatriëringsvluchten.

Ik vond hem vitaal, mijn lieve broer, met zijn vitale beroep. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden