op een sticker streamer:

Wie goed rondkijkt, heeft ze al gesignaleerd. Op straatmeubilair en muren duiken steeds vaker vreemde stickers op met afbeeldingen en schilderingen. Street art is de opvolger van graffiti, een anonieme reactie op het groeiende reclamegeweld in de stadsomgeving.

Ze blijven liever anoniem. 'Ewos', 'aedding', 'Oles', 'Wood' en 'D-cent' zijn pseudoniemen van kunstenaars van de straat. Of urbanners, zoals D-cent graag genoemd wordt, een aanduiding die is afgeleid van de Engelse woorden urban (stedelijk) en banner (bericht).

De kunstenaars zijn meestal mannen, vaak met interesse of een opleiding in grafische vormgeving en tussen de 25 en 30 jaar oud. Ze hebben andere motieven dan bijvoorbeeld kunstenaars die 'gewone' graffiti maken. Die laatsten zijn doorgaans jonger, en pakten uit rebellie of om de status de spuitbus om er muren en treinen mee te beschilderen. De makers van street art zijn veel bescheidener. ,,Op onze leeftijd heb je meer interesse in jezelf presenteren in de openbare ruimte'', zegt Oles.

Het fenomeen graffiti is al eeuwenoud. De Noorse viking Halfdan liet rond het jaar 1100 in Istanbul zijn naam in runenschrift achter in wat later de Aya Sofia moskee zou worden. In Pompeji zijn resten van gekrabbelde namen gevonden. De term graffiti is het meervoud van het italiaanse werkwoord grafficar, wat het schrijven, tekenen of krassen van een tekst op een muur betekent.

De vorm van graffiti zoals wij die kennen is ontstaan in de jaren zestig in New York. Tieners lieten hun naam en het nummer van hun straat achter in metrowagons. 'Taki 183', schreef iemand bijvoorbeeld op een treinstel. Die publieke 'handtekeningen' zijn inmiddels uitgegroeid tot veelkleurige, met spuitbussen gemaakte schilderingen die in elke stad en dorp te vinden zijn. Vaak tot ongenoegen van gezagshandhavers en menig burger. Wereldwijd groeide de uitingsvorm tot een internationale subcultuur met bijbehorende gedragscodes, kleding en muziek als hiphop en rap.

Ook street art is niet nieuw. Al in de jaren zeventig gebruikten jongeren stickers of zelfklevende etiketten om boodschappen achter te laten op straat, of ze spoten met behulp van een sjabloon teksten op muren. Dat was een erfenis van de politieke en creatieve golf vernieuwingen die de provo's en later de punkbeweging introduceerden. Vaak hadden die teksten en tekeningen een politieke boodschap.

De stickeren en sjablonen zijn dertig jaar later weer helemaal terug in het straatbeeld. Maar dit keer ontbreken meestal de heldere slogans of politieke leuzen. De teksten en beelden zijn eerder verwarrend of vervreemdend. Het zijn anonieme, kleine kunstwerkjes die voorbijgangers vaak niet eens opvallen: kreten, woorden, iconen en allerlei soorten vreemde wezens. Vaak simpelweg met een kopieerapparaat vermenigvuldigd op een etikettenvel uit de winkel voor kantoorbenodigdheden. Goedkoop, simpel en snel aan te brengen.

Street art begon wereldwijd zijn opkomst aan het eind van de jaren negentig. Waar het anoniem stickeren precies vandaan komt is onduidelijk, maar over de hele wereld wordt er geplakt. In Nederland begon het 'stickeren' drie jaar geleden. Er doken bijvoorbeeld stickers met getekende vliegen op, op muren, lantaarnpalen en abri's. Later gevolgd door allerlei in het Engels geschreven ziektes op stickers. De man achter deze acties is Influenza (www.flu01.com), hij wordt nu gezien als één van de eerste van de nieuwe generatie street-artists in Nederland.

Maar waarom je tijd en geld stoppen in een anoniem kunstwerk dat door de meeste mensen niet zal worden opgemerkt? En wat levert het opt Kunstenaar D-cent ziet het filosofisch. ,,Ik geef je bewust of onbewust een ervaring in de functionele openbare ruimte die dan even een tijdelijke persoonlijke kijk vervult. Het is voor een kunstenaar al genoeg als één persoon je werk herkent. Ook al is die ene hier de anonieme massa.''

Volgens Wood en D-cent handelen veel andere kunstenaars juist niet uit artistieke motieven. Velen plakken stickers voor de kick, of om hun ego te bevredigen. Of ze doen het uit frustratie, verveling of als politieke uiting.

Kunstenaar Aedding ziet het als zoiets primitiefs als het afbakenen van je terrein. ,,Het is het toeëigenen van de onpersoonlijke openbare ruimte. Je wilt ook aan andere kunstenaars laten zien waar je komt. Als een ander je werk op straat ziet, zal hij zijn sticker of tekening ook achterlaten.'' Zo ontstaan 'discussies' of ontmoetingsplaatsen.

Street art kent minder regels dan graffiti, waar kunstenaars aan een aantal strenge codes moeten voldoen om serieus genomen te worden. ,,Stickeren is minder serieus. Wij doen het meer voor onszelf dan om door anderen gewaardeerd te worden. Door afwezigheid van die regeltjes kunnen nieuwe stickeraars ook makkelijker inhaken. De enige regel die overeenkomt met graffiti, is dat je niet over elkaars werk heengaat.''

Zo is street art het democratische broertje van de spuitbussenkunst. Voor de prijs van een spuitbus heb je al tientallen gekopieerde etikettenvellen. Je hoeft alleen maar langs een mooie plek te lopen, de sticker in je hand te nemen en een flinke klap op het voorwerp te geven en je bent klaar. ,,Ik hoef niet om 3 uur 's nachts mijn bed uit om in het geheim mooi werk te kunnen leveren'', legt Aedding uit. Bij het zetten van een graffiti-piece is nachtelijk werk wel geboden, vanwege de strafbaarheid en de kans om door de politie gestoord te worden.

In street art duiken ook al weer nieuwe technieken op. Het blijft niet bij simpele stickers. Met een gasbrander en een metalen sjabloon branden sommigen hun boodschap in de ondergrond, het resultaat heet een burner. Een ticker wordt gemaakt door een mal van metaal of spijkers met een harde tik ergens in te slaan. De gaatjes vormen een tekst of beeld.

Overigens verdienen sommige heren wel wat aan hun creaties. Ewos laat van zijn wezentjes plastic afgietsels maken en drukt zijn poppetjes af op tassen. Die worden verkocht in designwinkels. D-cent en anderen verkopen hun afbeeldingen op plastic stickers en T-shirts via het internet.

Aedding en Oles hebben als straatkunstenaar zelfs al geëxposeerd. In 'crews' maken de kunstenaars dan wanden vol stickers en sjablonen. In Rotterdam en Vlaardingen is hun werk momenteel te zien. Die steden zijn ook hun werkterrein. Maar de nieuwe subcultuur leeft in heel Nederland, zoals op de 'fan-site' www.stickit.nl is te zien. Internationale websites tonen het straatwerk van Rio de Janeiro tot Taiwan en van Helsinki tot Kaapstad. Tijdschriften als 'Worldsigns' (www.ws-mag.com) plaatsen foto's van de nieuwste street art wereldwijd.

,,De uitdaging is het vinden van een goede spot. ,,Een plek die niet zo gauw schoon wordt gemaakt. Zo blijft je werk langer hangen en wordt door meer mensen gezien. Veel mensen lopen er ook straal langs heen. Pas als je ze er op wijst zien ze het. Misschien dat het daarom ook meer geaccepteerd is dan graffiti en dat er niet zo hard tegen wordt opgetreden. Soms doet één sticker wonderen, soms moet je er meerdere gebruiken om ze tot hun recht te laten komen'', legt aedding uit.

Ewos uit Utrecht speelt in zijn werk ook met emoties. ,,Ik maak boze en vrolijke gezichten die een bepaalde, soms tegenovergestelde reactie opwekken. Het moet wel in balans blijven. Ik heb zelfs op een politiek forum op internet eens gelezen dat sommige mensen in Rotterdam dachten dat de stickers met de tekst 'So much anger built inside' geïnspireerd waren op Pim Fortuyn. Je had me moeten zien rollen van het lachen, dat ze die connectie leggen. Aan de andere kant is het heel begrijpelijk. Het is wel de tijd dat mensen veel kwade gevoelens hebben. Dus mensen denken na bij wat ze zien. Dat is een goed ding. Wees maar bewust van je omgeving. Dat is het em!''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden