Op een steenworp afstand

Mijn moeder vond alles gevaarlijk en zo overbezorgd zou ik dus nooit worden. Nu is mijn moeder dood en juist nu gooit een gek een steen naar mijn eigen kinderen. Ik krijg het incident niet uit mijn hoofd.

Marbella, 24 juli, een late zondagmiddag of eigenlijk al avond aan zee, ergens aan een eindeloze boulevard met palmbomen waaraan grote betonnen hotels en glimmende winkelcentra zijn gelegen, daar waar de auto ("Hier naar links?", "Hier maar parkeren?") ons zomaar gebracht heeft. Ons, dat wil zeggen mijn wederhelft en ik, zijn zoon en onze twee dochters.

Het strand is hier heel smal, slechts twee rijen parasols breed en bedekt met grof zand. Maar bij de branding gaat dat zand over in scherpe stenen hebben mijn dochters meteen ontdekt. Want als je 11 of 8 bent dan doe je dat nog: eerst naar de vloedlijn rennen en tot aan je korte broek of rokje in het water gaan staan. Even voelen. Het is eigenlijk niet mogelijk met blote voeten de zee in te gaan, vooral in de branding kletsen de stenen keihard tegen je enkels en je moet wel een hele dikke eeltlaag onder je voeten hebben om hier niet strompelend wal of water te bereiken. En dus ben ik net naar een winkeltje gelopen waarvan er hier op steenworp afstand talloze te vinden zijn: met zonnebrandolie, schepjes, emmertjes, strooien hoedjes, kranten, armbandjes en ja, gelukkig ook van die waterschoentjes in gelukkig ook alle mogelijke maten en kleuren. Lang leve de Costa del Sol.

En dus hebben de dames nu roze en blauwe waterschoentjes aan hun voeten, ze zijn van top tot teen ingesmeerd met factor 50, we zijn eerst samen in zee geweest waarbij ik kon vaststellen dat er best een sterke, maar nog net acceptabele stroming staat, en nu lig ik op mijn strandbed precies zo dat ik ze vanachter mijn boek en beetje in de gaten kan houden, twee koppies in een verder lege zee, want het is inmiddels half acht en iedereen is zo'n beetje vertrokken.

Iedereen behalve het Nederlandse echtpaar dat in de rij voor ons zit. Ik schat ze ergens in de vijftig, zij slank en sportief, halflang donker haar, type stevige wandelaarster. Hij is breed en kaal. Deukvrij. Net hadden ze nog bezoek van ik vermoed hun zoon van in de twintig en zijn vriendin, maar die zie ik nu niet meer. De twee maken aanstalten om te gaan, schudden handdoeken uit, trekken kleren aan.

Hij staat met zijn rug naar zee en raapt iets op, een grote, eivormige steen. Hij weegt 'm in zijn rechterhand, werpt 'm lichtjes op. Ik weet: hij gaat gooien. Hij is een man aan zee met een steen in zijn hand dus hij gaat gooien. Ik denk ook te weten in welke richting: rechts de zee in want links zwemmen mijn dochters. Maar dat doet hij niet. Hij kijkt namelijk helemaal niet maar draait als een kogelstoter links om zijn eigen as, hij draait ver door en strekt dan zijn arm ver uit en laat de steen los, precies in de richting waar mijn dochters zich in zee bevinden. Het gaat heel snel en het duurt eindeloos lang. Ik volg de steen die met een lichte boog op zijn doel afvliegt. Dertig centimeter naast het hoofd van mijn oudste dochter plonst het ding in zee.

Ik roep: "Godverdomme!" Mijn wederhelft zegt: "Wat?", want hij heeft niks gezien. Ik ren naar de vloedlijn. Mijn dochter kijkt verbaasd om zich heen want ze heeft geen idee wat er nou zojuist naast haar in zee terecht kwam. Ik roep: "Niks aan de hand, ging goed, was een steen", of zoiets. Ik kijk om naar de man. Hij geeft geen sjoege, is weer bezig met zijn spullen, kijkt niet naar ons. Ik kijk naar de vrouw. Zij kijkt wel en maakt een onduidelijk gebaar met haar handen waaruit ik iets aflees als: 'kon er niks aan doen'. Een soort sorry? In ieder geval pakken ze hun spullen en vertrekken, een blik of teken van hem blijft uit.

Ik ga terug naar mijn strandbed en mijn wederhelft vraagt wat er nou precies gebeurde. Ik vertel en nou komen er ook tranen op. En ik ben boos. Op de man in eerste instantie. En op mezelf omdat ik de man niet naar de keel ben gevlogen, hem niet in zijn oor heb getetterd wat hem bezielde om zomaar zonder te kijken een joekel van een steen in zee te smijten, dat het een aanslag op mijn kinderen was, dat ik 'm zou kunnen aanklagen voor roekeloos gedrag of weet ik veel en dat dus in dat ene testosteronmoment van hem ons aller levens, ook dat van hem, een verschrikkelijke wending hadden kunnen nemen, dat ik ze wel waterschoentjes kan geven en insmeren tegen zonnebrand en dat ik ze wel kan zeggen dat ze moeten opletten in het verkeer en dat ze hun broccoli moeten opeten en geen 'weet ik veel' mogen zeggen omdat dat onbeleefd klinkt maar dat ik ze niet kan beschermen tegen idioten als hij en waarom ie op zijn minst niet even het fatsoen had om zich te verontschuldigen? Maar dat deed ik dus allemaal niet en nu lig ik vastgenageld op het strandbed en draai het filmpje van zo-even nog een paar honderd keer af.

Ik denk aan mijn moeder, wat nogal veel voorkomt dezer dagen want we hebben haar precies een week en een dag geleden begraven. Zij had zich in exact dit soort onvoorspelbaar onheil gespecialiseerd. Trouwens ook in voorspelbaar onheil. En in alle andere dingen die niets met onheil te maken hadden, maar toch ook eng en gevaarlijk waren. En maakte ons daar gek mee. Zo'n overbezorgde moeder zou ik in ieder geval nooit worden. Want zo kun je niet leven. "We kunnen niet de hele dag in bed blijven liggen, mam", zei ik dan tegen haar. "En dan nog: je kunt ook in je kussen stikken hoor", zei ik er graag achteraan om het een beetje luchtig te houden. En dus ontwikkelde ik juist een lichte achteloosheid ten aanzien van mijn eigen kinderen: vaker te laat met een oorontsteking bij de dokter dan te vroeg. En geen onmiddellijke paniek als ik vijf minuten niet weet waar ze zijn. Of als ik een ambulance hoor. Maar nu is mijn moeder dood. Wie zegt al die goedbedoelde, bezorgde onzin nu tegen mij, zodat ik het allemaal weer weg kan wuiven? Waarom gooit juist nu ineens een gek een steen naar mijn kinderen? De bezwering lijkt even helemaal weg.

Ik denk ook aan Garp, T.S. Garp, held uit het boek dat ik in mijn tienerjaren verslond: 'The World According to Garp' van John Irving. Garp is weliswaar een worstelaar maar ook een overbezorgde vader én een uitstekend hardloper, en als hij vanuit zijn huis hoort dat er in de buurt een auto wat al te gretig gas geeft dan zet hij onmiddellijk een sprint in, om de maniak een paar stoplichten verder te achterhalen, achter zijn stuur vandaan te trekken en hem eens flink de waarheid te zeggen. Precies dat wat ik net verzuimd heb te doen. Waarom? Was ik verlamd of weer eens te beleefd?

En ik denk aan de Nederlandse astronaut, die sinds hij in de ruimte was niet zonder brok in de keel kan vertellen hoe kwetsbaar de aarde er van boven uitziet, met een beschermend laagje zo dun als een sinaasappelschil. Het beeld van dat sinaasappelschilletje geldt ook het leven zelf, daar moeten we maar heel veel vertrouwen in hebben om gewoon zorgeloos door te gaan met leven, tegen al het sluimerende onheil in. Dat moet, echt.

Er is nog iets. Ik kreeg deze gebeurtenis dagenlang niet uit mijn systeem, kon er niet van slapen. Eerlijk gezegd schrijf ik dit verhaal ook omdat ik zou willen dat de man en de vrouw van het strand het zouden lezen. Omdat ik wil weten hoe zij dit beleefd hebben. Of ze er nog over gesproken hebben? Heeft hij er misschien heel even van wakker gelegen? Of zij? Of is het allemaal binnen een paar minuten van ze afgegleden en zaten ze al heel snel ergens zorgeloos aan de witte wijn? Misschien was het voor hun überhaupt geen thema.

Met een collega fantaseer ik hoe je het zou moeten aanpakken, hoe we erachter komen wie die mensen waren die toen, op die 24ste juli, daar op dat strand in Marbella waren. Om nog preciezer verslag te kunnen doen van zomaar een incident dat goed afliep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden