Op één schoen dromen van profcarrière

Het WK voetbal zou een geschenk zijn. Een cadeau aan de bevolking van Zuid-Afrika. De bevolking op het platteland en in de townships merkt echter nauwelijks iets van het naderende WK. In die gebieden vecht hoop met vertwijfeling, trots en teleurstelling.

Wekenlang hebben de jongens elke dag langs het veldje gelopen. Met onrust in de benen tuurden ze door de houten spijlen van de hekken, die al die tijd hermetisch gesloten bleven. Elke dag zagen ze de zandvlakte een beetje groener worden – tot Jabulani Mthanyelo ze eindelijk toestemming gaf om op het grasveld te voetballen. Zijn grasveld. Jabulani was vroeger profvoetballer. Hij was de aanvoerder van Classic FC. Nu traint hij de plaatselijke jeugd. Sinds vandaag zelfs op een grasveld.

Vertwijfeld wijst Mthanyelo naar een groene watertank aan de rand van het veld. Lange tijd zag het ernaar uit dat zijn veldje een officiële fanzone zou worden in het township Tembisa, aan de rand van Johannesburg. Onder het groene tapijt liggen irrigatiebuizen, zodat het veld mooi groen had kunnen blijven, ook na het wereldkampioenschap voetbal. Maar de blinkende tank staat er werkeloos bij. Toen duidelijk werd dat de fanzone toch ergens anders zou komen, werd het project gestopt. De aggregaat die het water door het veld moest pompen is er nooit gekomen.

De oud-prof vindt het zichtbaar jammer. Het wereldkampioenschap had de buurt een impuls kunnen geven – het veldje had een tastbare herinnering kunnen zijn aan het evenement waar zijn jongens het al maanden over hebben. „Zuid-Afrika wordt kampioen”, roept de 14-jarige Thato Mangevane. Hij weet het zeker. Thato noemt de namen van zijn favoriete spelers. Met zo’n elftal is zijn land onverslaanbaar. Dat kan niet anders. „En we zullen de mensen uit het buitenland, de toeristen, hartelijk welkom heten in onze wijk. We verkopen ze eten en drinken. We laten ze de buurt zien en we bieden ze onderdak. We willen de fans laten zien hoe we hier leven. Dat we ons goed kunnen gedragen.”

Lebohang Khoza mengt zich in het gesprek. Hij is twaalf, en droomt al maanden van het toernooi. „Thuis zullen we onze beste kamers leegruimen en ons beste bedden erin zetten, zodat de toeristen er kunnen slapen. We willen dat iedereen die hier in Tembisa komt kijken, zich thuis zal voelen.” Lebohang wil zijn bed zelfs afstaan, zegt hij. En zijn eigen slaapkamer. Ja, het WK zal geld in het laatje brengen. Geld dat er nu niet is in Tembisa, een wijk vol krotten en pregnante armoede. De jongens raken er niet over uitgesproken. De droom, het WK, komt steeds dichterbij.

Een paar meter verderop schudt Mthanyelo het hoofd. „Het zijn de verhalen die ze van hun ouders horen”, zegt hij. „Maar er zullen hier niet veel supporters komen. Die gaan naar Soweto. Iedereen gaat altijd naar Soweto. Journalisten, de media, supporters en toeristen. Hier wonen ook meer dan een miljoen mensen. Maar niemand schrijft ooit over deze wijk. Er is veel hoop. Maar je ziet hoe het gaat”, zegt hij, terwijl hij het hoofd naar de werkeloze pomp draait en moedeloos de schouders ophaalt. De glimlach op het gezicht is droevig. Mthanyelo kan ook praten zonder woorden.

Tweehonderd kilometer verderop, in het uitgestrekte dorp Marapyane in de provincie Mpumalanga, wordt ook gevoetbald. De kinderen van de Ramantsho Primary, een lagere school, hebben één kapotte bal, waarmee ze in de pauze buiten spelen. Voor het wedstrijdje begint, raapt één van de jongetjes een stokje van een lolly van de grond. Het holle buisje past precies in het lek. Nadat de bal is opgeblazen kunnen ze vijf minuten spelen, daarna moet er opnieuw lucht in. Ze spelen op een droog stuk zand.

De klaslokalen van de school zijn oud en groezelig; de meeste ramen gebroken. De oudste leerlingen krijgen les in een gebouwtje van golfplaat, dat een paar meter naast het hoofdgebouw is opgetrokken. Als ’s middags de zon schijnt, loopt de temperatuur er snel op. Een heel normale school, zegt Martha Losabo, de directeur. Trots vertelt ze dat er zelfs kinderen uit andere dorpen naar haar school komen. „Omdat ze hier het beste Engelse onderwijs kunnen krijgen uit de verre omgeving.” Zelf geeft ze die middag les in de oudste groep. Ze leert de kinderen de cricketregels.

Andrew Motshwane is één van de leerlingen uit de oudste klas. Hij is twaalf en bezeten van voetbal. Als hij later die middag zijn slaapkamer laat zien, wijst hij direct op een paar voetbalschoenen, dat half onder het bed staat. Later, als hij groot is wil hij profvoetballer worden. Wil hij voetballen bij Kaiser Chiefs, of Orlando Pirates. Vandaag draagt hij een shirt van de Pirates, de club van de Nederlandse trainer Ruud Krol. „Maar eigenlijk ben ik voor Kaiser Chiefs”, bekent hij even later.

Andrew vertelt dat hij op een voetbalclub zit. Liverpool. Elke middag spelen ze buiten, tegen kinderen uit andere buurten. Maar Liverpool is geen echte club, zegt Sandile Sambo, die als vrijwilliger is verbonden aan de Zuid-Afrikaanse ontwikkelingsorganisatie Score. „Het is een groepje vrienden dat zich zo noemt.” Score heeft in Marapyane een project opgezet, met als doel de jeugd te laten sporten. Score gebruikt sport als vehikel om landelijke gebieden te ontwikkelen. „Als hier een échte club zou zijn, waren wij niet nodig.”

In Marapyane is niet veel te merken van het naderende WK; hier geen kleurige vlaggen, of wapperende banieren, die de speelsteden al sinds tijden kleur geven. In de rurale gebieden, ver buiten de speelsteden, leeft het toernooi amper. Sambo: „De Fifa doet hier niets, juist nu ze daartoe wel de kans hebben. Ze denken alleen aan de grote bedrijven en aan geld. Natuurlijk; ze geven een paar voetbalshows in townships en krijgen daarmee enorm veel aandacht. Maar tijdens het WK gebeurt er niets. Niet in deze streken. Terwijl het WK zoveel hoop geeft aan dit land. Het is nooit op dit continent gespeeld, en het komt misschien ook nooit meer terug. Daar moeten we trots op zijn.

De kinderen uit Marapyane zijn ook trots op het WK, en om dat te tonen mogen ze iedere vrijdag, op ’football-Friday’ het shirt van hun favoriete land of land aan. Veel van kinderen zijn gehuld in het geel van Bafana Bafana, het nationale voetbalelftal. „Dat is eigenlijk het enige dat we merken van het WK”, zegt de directrice. „De kinderen kunnen niet naar de wedstrijden. Veel te duur, en te ver. Ik had zelf best een kaartje willen kopen, maar ik weet niet hoe. Je kon de tickets alleen via internet bestellen. En dat hebben we hier niet. Het toernooi op televisie volgen? Als ik hier in de school een tv ophang, is ie de volgende morgen gestolen.”

Score heeft zich het lot van het platteland aangetrokken. Tijdens het WK zal de organisatie verspreid door Zuid-Afrika tientallen toernooien houden, om het wereldkampioenschap op die manier tastbaar te maken voor de jeugd van het arme platte land. Ook Andrew zal op die manier kunnen schitteren op zijn eigen WK; kan hij Pienaar zijn, of Parker – voetballers die het in het buitenland hebben gemaakt.

Andrew voetbalt die middag met een groepje jongens op een grasveld in de buurt van zijn huis. Een uur eerder graasden er nog koeien en geiten op het stukje land. Een meisje zegt: „Als ze op ons veld poepen, moeten we eerst de stront opruimen.” Andrew heeft zijn voetbalschoenen pas net aangedaan. Op weg naar het veldje hield hij zijn schoolschoenen aan. Op de kicksen is hij zuinig en trots. In Marapyane is hij de enige met een fatsoenlijk paar.

Het partijtje wordt begeleid door lokale vrijwilligers van Score, die tijdens het WK ook het toernooi zullen begeleiden. Sambo, die werkt voor het hoofdkantoor, is boos, maar ook verdrietig, vertelt hij, dat de Fifa zo weinig aandacht heeft voor deze gebieden. Zijn organisatie weet dat sport een prima middel is om mensen te kunnen helpen. „Sport is het vehikel, dat we gebruiken om structuren aan te leggen. We leren ze om initiatief te nemen. Niet alleen met sport, maar ook met cultuur en bijvoorbeeld het verbouwen van gewassen. Door iets voor een ander te doen, doen ze uiteindelijk ook iets voor zichzelf. Ik snap niet dat de Fifa dat niet heeft ingezien. ”

In Tembisa, het township in de buurt van Johannesburg, is de hoop vooral van financiële aard. Hier hebben de meeste jongens niet eens schoenen. Ze spelen op blote voeten. Eén jongetje heeft één voetbalschoen. Een linker. De andere ontbreekt. Voetbal kan een uitweg voor hem zijn; een manier om uit de krottenwijk weg te komen. Mthanyelo weet er alles van. Hij was ooit prof, verdiende per weekeinde een paar honderd rand met zijn sport. Maar echt goed werd hij nooit. Niet zo goed als Terry Skhosana, die zelfs in China voetbalde. De oud-prof wijst naar een onzichtbare plek, ergens achter een heuvel. Daar staat een van de grootste huizen van Tembisa. Van Skhosana.

Het verhaal van Skhosana, maar ook dat van Mthanyelo is een voorbeeld voor de jongens op het veldje. Voetbal is een manier om aan de ellende van de zwarte woonwijken te ontsnappen. Skhosana: „Voetbal is zo belangrijk. We leren ze hier om te luisteren, om respect te hebben voor de tegenstander, de scheidsrechter en de trainer. We geven ze mee om gedisciplineerd te zijn en die attitude ook mee naar huis te nemen. Als ze zich thuis en op school net zo gedragen als op het voetbalveld hebben ze een kans om zich te ontworstelen aan hun lot.”

Tsnepo Matgata (27) weet er alles van. Als talentvolle keeper werd hij op jeugdige leeftijd opgepikt door Orlando Pirates. Tussen het vuilnis van Tembisa was hij opgevallen. Hij had een kans om door te breken op het hoogste Zuid-Afrikaanse niveau. Een mooie loopbaan als voetballer lonkte. Maar onderwijl merkte hij dat hij het allerhoogste niveau waarschijnlijk nooit zou halen. Nét niet goed genoeg. Hij besloot zich te richten op een maatschappelijk loopbaan – met de hulp van de Pirates, dat wel. Hij startte een studie en is nu maatschappelijk werker in zijn oude buurt, Tembisa.

Hij is blij met het WK, dat hoe dan ook zijn weerslag zal hebben op zijn land – en op de mensen van het land. „Het zal wat veranderen”, zegt hij. „We hebben nu de kans om de Messi’s van deze wereld live te zien. Misschien niet in de grote stadions, maar wel op een scherm. Dit WK is een groot ‘ding’ voor ons land. Wij zullen hier altijd met armoede moeten leven, dat is niet anders. Maar door het WK zijn de wegen opgeknapt, er is meer structuur gekomen. Iedereen profiteert daarvan mee. Ook kleinere bedrijfjes in de townships.” Matgata: „Dit WK zal ons in de toekomst verder helpen. Iedereen zal onthouden dat Zuid-Afrika het eerste Afrikaanse land is geweest dat zo’n groot toernooi heeft georganiseerd. Het geeft aan dat dromen uit kunnen komen. Dat je iets kunt bereiken als je dat écht wilt. Dat is de belangrijkste boodschap van dit toernooi. Ik geloof heel erg in het positieve. Het WK brengt licht in ons leven. Niets is onmogelijk.”

Matgata is echter ook een realist. Hij kent de jongens uit de wijk, die hopen dat het WK hen rijkdom zal brengen. Hij weet dat er in Tembisa hoop is op een lucratieve zomer. En hij weet dat de voetballertjes op hun blote voeten dromen van een loopbaan als profvoetballer. Hij weet dat het voetbal hoop betekent voor veel Afrikanen. Zelf ontsnapte hij dankzij zijn sport aan het leven in een township. Hij is inmiddels verhuisd naar een betere buurt. „Maar ik vergelijk voetbal altijd met de zon. De zon schijnt maar acht uur per dag. De rest van de dag moet je jezelf warm houden. Zo is het ook met voetbal. Het geeft je een kans, maar je moet het uiteindelijk wel zelf doen. Als je echt iets wil, moet dat uit jezelf komen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden