'Op Duivelseiland sprak je niet over zelfmoord'

400 Nederlanders moesten werken op gure Duitse rots

In zijn verzorgingshuis in Enkhuizen hoeft Dick Jans (90) niet over Helgoland te beginnen. Niemand die er weet heeft van deze gure rots in de Noordzee - laat staan dat er in de Tweede Wereldoorlog vierhonderd Nederlandse mannen crepeerden.

Slechts een enkele nog levende Helgolandganger kan nog iets zeggen over Duivelseiland, zoals gevangenen het eiland noemden. Voor zover Trouw kon nagaan, is alleen Jans nog bij machte om dat te doen. En dus is het aan hem om te vertellen over de waterpomp en over de vijftig meter hoge rots waar twee van zijn kameraden vanaf sprongen.

Voordat hij begint, klemt hij een stukje meegenomen rots vast. Van de Lange Anna, zoals de rots heet. Waar moet Jans beginnen? Natuurlijk, hij werd opgepakt omdat hij niet in Duitsland wilde werken. Er was het verhoor. En de treinreis. Maar het échte verhaal begint in oktober 1944, op de boot, toen ze een rode stip aan de horizon zagen.

Het bleek Helgoland, een guur rotseiland op zeventig kilometer varen van Cuxhaven. Net als in de Eerste Wereldoorlog hadden de Duitsers er een vesting van gemaakt, vol bunkers en gangen - ter bescherming van een onderzeeboothaven. Na een eerder verblijf op het Duitse Waddeneiland Norderney werd Jans tewerkgesteld in deze haven. Als U-boten averij hadden opgelopen, lasten duikers op Helgoland onder water de boel weer aan elkaar. Jans bediende hun zuurstofpomp. Stoppen met draaien zodat ze zouden stikken, speelde regelmatig door zijn gedachten. Maar de Duitse geweren waren altijd dichtbij.

Veel zwaarder bleek het uithakken van bunkers in de rotsen, werk dat Jans, evenals het bouwen van zeemijnen, later voor zijn rekening moest nemen. Moeizaam werk, en altijd met een hongerige maag. Waterige koolsoep, daar kon deze kruidenierszoon uit Enkhuizen niet op werken.

De altijd aanwezige zeewind maakte de arbeid voor Jans en de andere werkweigeraars en politieke gevangenen tot een nachtmerrie. Het cement en het zeewater vraten aan de kleding. Jans' enige jas was zowat opgelost. Op den duur slofte hij alleen met lappen om zijn voeten door de sneeuw. En dan had je nog een NSB'er uit Zwanenburg. Deze Eickhoff, de schrik van Helgoland genoemd, dwong Nederlanders om urenlang in de sneeuw te zitten, met opgestoken handen. Jans: "Hij sloeg ook met zijn riem. 'Niet zeuren', zei hij dan. 'De mensen in Holland hebben het slechter.'"

Maar het ergste was het gevoel van de wereld afgesloten te zijn. "Je voelde je zó verlaten. Ik denk dat dit het meest geïsoleerde strafkamp van de oorlog was. Prikkeldraad was niet nodig. Ontsnappen was er niet bij. Een paar jongens hebben geprobeerd om aan boord van een boot te komen. Maar dat mislukte. Twee zijn er wanhopig van de rotsen gesprongen. Maar er werd weinig over gezegd. Zelfmoord, daar sprak je niet over."

Jans wist de ergste verschrikkingen te ontlopen door met een pikhouweel een gat in zijn been te maken. Hij strooide er suiker in, zodat de gapende wond langer open zou blijven. De weken in de ziekenboeg waren beter. Jans trof er een vriendelijke zuster die hem zo nu en dan wat extra's toeschoof.

Nachtelijke vlammen aan de horizon deden de hoop opwakkeren. "Ik wist: de geallieerden bombarderen Hamburg. Dat gaf me het gevoel dat de verschrikkingen snel voorbij zouden kunnen zijn."

En zo ging het. In maart 1945 werden de Nederlanders naar de vaste wal teruggebracht. Na enig omzwerven - waarbij menigeen alsnog om het leven kwam - kwamen ze uiteindelijk terug in Nederland. Zijn verloofde bleek inmiddels een andere liefde gevonden te hebben. Toch heeft Jans aan zijn verblijf geen hekel aan Duitsers overgehouden, zegt hij. Later, toen ze als toeristen naar Enkhuizen kwamen, sprak hij hen vaak aan. "Zij wisten tenminste waar Helgoland lag. Dat schiep een band."

'Big Bang' veegde Helgoland bijna van de kaart
Helgoland, het enige Duitse eiland op volle zee, kent een opvallende geschiedenis. Nadat de Duitsers het in 1890 met de Britten ruilden tegen Zanzibar, maakten ze er een forteiland van met een onderaards gangenstelsel van dertien kilometer. Hitler wilde er de grootste ijsvrije marinehaven van Duitsland bouwen. Ongeveer duizend Britse bommenwerpers maakten definitief een einde aan dat plan. Op 18 april 1945 veranderden ze Helgoland in een kleine twee uur tijd in een maanlanschap.

De Nederlandse, Belgische, Russische en Italiaanse gevangenen, die in vijf kampen dwangarbeid hadden verricht, waren toen al weg. De paar duizend eilandbewoners schuilden in de onderaardse gangen. Na de oorlog hebben de Britten hen naar de vaste wal gestuurd. Om voor eens en altijd een einde aan de 'Duitse dolk' te maken, stopten ze alle gangen en bunkers vol met 6700 ton dynamiet. In april 1947 ging alles de lucht in. Drie wilde katten en één konijn kwamen om. De rookkolom werd onder meer in Muiderberg, IJmuiden, Soestdijk en Blaricum waargenomen. "Nimmer zal men meer in deze rotswand gangen en kazematten boren", schreef het Vrije Volk.

Hoewel de ontploffingen kraters van veertig meter diep hadden achtergelaten, bleek het eiland niet verdwenen. Vanaf 1952 keerden de verdreven eilandbewoners terug naar de restanten. Ze verlangden terug naar de rauwe zeewind die om de rode rotsen waait. Helgoland heeft inmiddels ook een (oorlogs-)museum.

Het verhaal over de gevangenen raakte in de vergetelheid. Niet iedereen in Nederland had begrip voor mensen die in Duitsland hadden gewerkt - dwang of niet. De berichtgeving over Helgoland ging in de jaren na de oorlog vooral over schepen die op de mijnen waren gevaren.

Het museum op Helgoland is bezig om verhalen van de dwangarbeiders te verzamelen. Maar omdat de weinige overlevenden verspreid over Europa wonen, is het een schier onmogelijke taak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden