'Op deze school leer je zelfstandig te werken'

De slechte scores van de eerste havo-lichting waren voor UniC een les: dit moet beter. Dat is gelukt.

Stel, een vriend wil dokter worden. Voor geneeskunde is een gewogen loting; hoe hoger de eindexamencijfers, hoe meer kans. Zouden Katrijn, Amrinder en Meike hem aanraden naar UniC te gaan, hun eigen middelbare school met een vernieuwend onderwijsconcept?

Amrinder (5 havo) is stellig: „Nee, ik zou hem naar het Gregorius sturen, een klassieke school. Daar word je streng aangepakt, dat betekent hard werken, dus hogere cijfers.”

Katrijn (6 vwo) nuanceert: „Als ze niet alleen naar je cijfers kijken, maar ook een motivatiegesprek voeren, dan zou ik onze school juist aanraden. Hier leer je praten!”

Meike (6 vwo) legt uit: „Je wordt hier gecoacht op het doel dat je zelf wilt halen. Als dat de studie medicijnen is, dan kun je UniC goed hebben. Je krijgt aan alle kanten hulp bij dát doel.”

De drie eindexamenleerlingen van 17 hebben zich hun hele schoolloopbaan lang moeten verdedigen tegen oordelen over hun school. Die staat, zeggen ze, in Utrecht bekend als ’een computerschool waar je niks leert’. Dat deden de drie lang af als een vooroordeel en dat doen ze nog. Maar zij weten ook dat de eerste havo-lichting in 2009 weliswaar de schoolexamens prima deed, maar ver beneden het gemiddelde scoorde bij het centraal examen. De veertien Unic-leerlingen kwamen uit op een gemiddelde van een magere 5,4 (de geslaagde leerlingen haalden gemiddeld een 5,6), terwijl dit landelijk op 6,2 lag.

Daar komt nu het Trouw-oordeel bij. Er blijven meer leerlingen zitten dan gemiddeld, maar zwaarder telt dat UniC bij Nederlands en wiskunde beroerd scoorde. Die basisvakken laat Trouw zwaar zwegen. Alles bij elkaar opgeteld krijgt de havo-afdeling van Trouw het laagste cijfer, een 2.

Toen de eindexamencijfers in 2009 bekend werden, waren die ook voor rector Dave Drossaert en teamleider bovenbouw Tessa van Stek een teleurstelling. Zo hard gewerkt, zulke slechte cijfers. Ze organiseerden een ouderavond, want ook ouders waren ongerust. Ze hadden net als hun kind meestal bewust gekozen voor een school waar het kind leert zelfstandig te werken en samen te werken, waar aandacht is voor de persoonlijke ontwikkeling, waar de computer net zo gemakkelijk wordt gehanteerd als een lesboek en een pen. Een school die bovendien met zijn 480 leerlingen klein en overzichtelijk is, en die sinds augustus ook nog eens huist in een nieuw gebouw, van buiten een tikje saai maar van binnen warm door een combinatie van hout en felle kleuren.

Maar wát als de kinderen er met ondermaatse cijfers vanaf komen? „De cijfers zorgden voor veel onrust”, zegt rector Drossaert. „En die begrijp ik ook.” Want hij en zijn team geloven in hun concept, maar ze zijn er ook van overtuigd dat de leerlingen wél uitgerust moeten worden met de kennis en vaardigheden die de samenleving bij het centraal eindexamen van hen vraagt.

Het was dus alle hens aan dek. Er kwam een plan van aanpak, dat bijna wekelijks met de docenten van de bovenbouw werd besproken. De schoolexamens werden gescand met behulp van een toetsinstrument van het toetsinstituut Cito, de leerkrachten analyseerden het centraal schriftelijk en stelden vast waar de hiaten lagen, de examenbundels kregen een prominentere rol in de lessen.

Ook de leerling moest eraan geloven. De UniC-leerling is, net als zijn leeftijdgenoten, een calculerende jongere. Die gaat, zegt Drossaert, ook niet keihard werken als hij al een zeven staat. Die denkt: met een vier op het centraal examen wordt het uiteindelijk toch een zes. Mooi toch? Ook de houding bij het examen moest anders. Bij het eerste examen kwamen de leerlingen fluitend aan. „Wij vragen hen nu anders tegen het landelijk examen aan te kijken”, zegt Drossaert. „Daarbij dezelfde ambitie tonen als bij het schoolexamen, dat moet toch kunnen?”

Bij al dat reparatiewerk moesten de pijlers van het onderwijsconcept overeind blijven. Dat kon ook, zeggen Drossaert en Van Stek. Want hun methode is weliswaar anders, maar is óók gericht op het vergaren van kennis.

Het resultaat van het plan van aanpak? Betere cijfers. Afgelopen zomer scoorden de 25 havo-kandidaten gemiddeld 6,3, eentiende boven het landelijk gemiddelde. En het verschil met de schoolexamens bleef met 0,38 binnen de gewenste bandbreedte. Afgelopen zomer werd ook de eerste vwo-lichting getoetst. De resultaten bleven achter bij het landelijk gemiddelde (5,9 op Unic tegen 6,3 landelijk). Maar de directie rekent erop dat een voortzetting van de aanpak als die van de havo dit jaar vruchten afwerpt.

En denken Meike, Amrinder en Katrijn dat ze voldoende voorbereid zijn op een vervolgopleiding? Meike weet nog niet wat ze gaat doen, maar ongerust is ze niet: „In de bovenbouw merk je dat je aan de normen moet voldoen. Het wordt steeds erger, er wordt steeds meer naar het examen toegewerkt.”

Amrinder zegt dat dat op de havo ook zo is. Hij wil piloot worden en maakt zich wel zorgen over de aansluiting: „Ik ben nerveus. Die opleiding duurt twee jaar, je krijgt veel theorie. Hier is het wat praktischer. Ik ben niet bang dat ik achterloop, maar er wordt hier op een andere manier lesgegeven en geleerd.” Anderzijds: „Ook daar zal teamwerk belangrijk zijn.”

Katrijn maakt zich op voor een studie econometrie: „Ik denk dat ik er voordeel bij heb dat we hier leren zelfstandig te werken en te plannen. Maar ik weet niet of mijn wiskundeniveau goed genoeg is. Als dat niet zo is, dan ligt dat aan mezelf. Ik wil gewoon bizar hoge cijfers halen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden