OP DEN DUUR WORDT ELKE CEL HEILIG

,,Maar als je zo van elke lichaamscel een potentieel individu kunt maken, door hem maar ver genoeg te deprogrammeren en daarmee terug te brengen in de maagdelijke staat van een embryocel, dan verwacht je van genetici eigenlijk ethisch onmogelijke stuurmanskunst.'' Interview met Joep Geraedts, hoogleraar genetica en celbiologie in Maastricht. ,,Ik begrijp ook wel dat de mensen het lastig, verwarrend en gevaarlijk vinden waar we mee bezig zijn.''

Was het de voorzienende geest in Belcampo die in 1936 in De bekentenis het amusante relaas optekende van een man die zichzelf in de trein ontmoet? De kloon van Herman is niet geheel geslaagd, want de ene Herman blijkt een zwervende sloeber en de andere Herman een hooggeacht ambtenaar. Ze hebben elkaars droom verwezenlijkt, beseffen ze na de eerste schrik, en dat biedt hun mooi de gelegenheid om het jaar te 'verhermannen': een jaartje sloeber, een jaartje achting.

Opent Belcampo het zicht op de wereld van morgen, een wereld waarin mensen bij herhaling zichzelf ontmoeten? En zijn dat dan honderd procent gelijkende replica's, die door gentechnologen bovendien zijn voorzien van tal van wenselijke eigenschappen, die het orgineel waarnaar ze zijn geboetseerd nog moet ontberen?

Voor dat wilde perspectief hoef je bij prof. dr. Joep Geraedts, hoogleraar genetica en celbiologie in Maastricht, niet aan te komen. De genetica zal in zijn ogen juist minder hoeven ingrijpen. ,,Ik zie de noodzaak van ingrijpen niet meer als we door verfijning van de vroege diagnostiek zieke embryo's weg kunnen selecteren.''

Selectie: dat beladen begrip duikt op in bespiegelingen van filosofen. In hun achterhoofd speelt daarbij eerder de verwerpelijke gedachte aan veredeling van het mensenras mee dan de dagelijkse zorg van de geneticus om de ziekte van Huntington, cystische fybrose, het fragiele X-syndroom, spierziekte van Duchenne, myotone dystrofie of spinale musculaire atrofie te voorkomen.

Allemaal heel gemene aandoeningen, waarvoor Geraedts en zijn vakgroep tests ontwikkelden om voor de zwangerschap uit te kunnen bepalen of een embryo door een van die dodelijke ziekten is aangedaan: pre-implantatiediagnostiek dus. ,,We zijn eerst maar eens aan toekomstige ouders gaan vragen of ze wel behoefte hadden aan zulk onderzoek. Voor de diagnostiek voelen ze best, maar het betekent zonder meer dat ze IVF (reageerbuisbevruchting) moeten ondergaan, met hormoonbehandelingen en een beperkte kans op zwangerschap. Veel mensen haken na de voorlichting af, kiezen voor prenataal onderzoek om bij een negatieve uitslag de zwangerschap eventueel af te breken.''

Ondanks het cynisme van sommige collega's over uitgebreide toepassing van pre-implantatiediagnostiek ziet Geraedts er toekomst in: ,,Ik zat in 1974 in de zaal toen R. G. Edwards zijn bespiegelingen over reageerbuisbevruchting ten beste gaf. Je moest de schampere opmerkingen eens horen. Vier jaar later was Louise Brown er, en nu wereldwijd al meer dan een miljoen IVF-kinderen.''

Inmiddels kan Maastricht elf zwangerschappen noteren waarbij vooraf is bepaald dat het embryo gezond is. Dat doen genetici door van het embryo in het achtcellig stadium één cel los te weken, waarvan het DNA wordt vermeerderd en daarna onderzocht. Hoed je voor slordigheden, weet Geraedts na een moeizame aanloopperiode: ,,Een interpretatiefout is gauw gemaakt. Aanvankelijk gebruikten we bij de bevruchting van de eicel zo'n 50 000 zaadcellen en liepen het risico dat bij het losmaken van die ene embryocel voor het onderzoek ook een enkele achtergebleven zaadcel werd meegenomen. Dat geeft natuurlijk een fout beeld. Tegenwoordig bevruchten we de eicel door injectie met één zaadcel.''

Die route is nu zuiver, maar 'bevuiling' van de embryocel blijft een gevaar. Als de onderzoeker maar over zijn arm schraapt, zit er al wat vreemd DNA in de lucht. Dit onderzoek is handschoenenwerk: ,,Zoiets moet je echt onder semi-chirurgische condities doen.''

,,En nu maar hopen dat de techniek op den duur routine wordt. Dat zullen zwangerschappen trouwens niet worden, want van een modelvoortplanting kunnen ze de mens niet betichten. De moeite waarmee vrouwen zwanger worden - omdat in de eicel van alles fout kan gaan - zou voor veel dieren desastreus zijn. Voor mensen niet, zij hebben een lange levensduur, zijn daarom laat geslachtsrijp, maar komen vanwege het grote hoofd en het te nauwe geboortekanaal noodgedwongen te vroeg op de wereld. Dat vereist zorg in de eerste fase en daarom kun je beter niet meteen opnieuw zwanger worden. Die moeizaamheid kan in dat opzicht tijdens de evolutie misschien voordelig zijn geweest.''

In de eicel kan van alles fout gaan. Soms gaat het fout in de kern van de eicel, soms in de mitochondriën, de energiefabriekjes in het celvocht buiten de kern. Die bevatten ook DNA en afwijkingen daarin kunnen resulteren in een scala van aandoeningen, in de zintuigen - doofheid of blindheid -, in de hersenen - epilepsie - of in de spieren. ,,Doorgaans wijken niet alle DNA-moleculen in de mitochondriën af, dan zou de vrouw het zelf niet overleven. We proberen nu met een naaldje een kleine biopt van zo'n eicel te nemen om te bepalen of de mitochondriën ziektevrij zijn. Mocht je toch geen gezonde eicellen kunnen opsporen, dan is de volgende stap om de kern uit de eicel te transplanteren naar een gezonde donoreicel, waaruit de kern is verwijderd: kerntransplantatie.''

Hier rijst een probleem: mag Geraedts eerst oefenen in de reageerbuis, liefst met bevruchte eicellen omdat die minder kwetsbaar zijn, of is de huiver voor dit embryonale onderzoek, net als in de VS, te groot? Maastricht vreest links en rechts gepasseerd te worden door instituten die vanuit het niets, zonder gedegen vooronderzoek, kerntransplantaties gaan uitvoeren. ,,In het belang van het kind, heet het dan, maar ten koste van de zorgvuldigheid. Ik wil eerst weten of zo'n eicel na transplantatie van de kern netjes gaat klieven. Maar in de VS hebben ze het al weer aan vrouwen aangeboden. Voor onderzoek huiveren ze, in de praktijk mag alles.''

Leer eerst eens fatsoenlijk diagnosticeren, blijft Geraedts bepleiten: ,,Vrijwel ieder mens maakt, naast minder goede, ook normale geslachtscellen. Bij dragers van erfelijke ziekten doorgaans de helft. Zoek daar naar, je kunt altijd selecteren. Dan verdwijnt in elk geval de noodzaak om ooit in de bevruchte eicel, in de kiembaan, in te grijpen. Daar moeten we niet aan beginnen, denk ik, nu niet en vermoedelijk nooit niet. Het lijkt me onverstandig om het zelfs maar te suggereren, veel te gedurfd. Je hebt absoluut geen idee wat je door het sleutelen aan de eicel in toekomstige generaties aanricht.''

'Nooit niet' werkt toch amper in de wetenschap. Waarom kruipen genetici steeds in hun schulp, terwijl ze met nobele, hippocratische motieven soms vergaande ingrepen kunnen rechtvaardigen. Verjaag daar dan de spoken mee uit de pen van al te stoutmoedige filosofen. Van sommige families met tumoren passeren veel leden de vruchtbare leeftijd, zodat hun kinderen vroeg of laat ook weer op de jobstijding van de dokter kunnen rekenen. Waarom mag zo'n DNA-fout niet blijvend worden hersteld?

,,Niet in de kiembaan. Zoek naar gezonde geslachtscellen bij die mensen, ze zijn er. Kijk, het is niet eens om het verwijt dat ik voor God zou spelen: ik zie geen principieel verschil tussen pogingen het abnormale weg te selecteren om het gezonde een kans te geven versus pogingen het abnormale te repareren, om het gezond te maken. Maar het is onnodig, te gewaagd, je richt bijzonder snel schade aan.''

Nooit dus? ,,Ik kan wel een extreem geval opvoeren: twee dove ouders, met allebei dezelfde genetische afwijking, en dat op beide chromosomen. Misschien lopen die twee elkaar in een doveninstituut tegen het lijf. Zonder ingreep zullen zij nooit een horend kind kunnen krijgen: maar zouden ze dat wel willen? Mocht je toch willen ingrijpen, doe het dan in elk geval na langdurig experimenteren, en niet op eicellen maar op gewone lichaamscellen.''

Dat wordt overovermorgen. ,,Je moet de kern in zo'n lichaamscel gezond maken en haar uit en te na beproeven met technieken waarmee je het totale DNA, het hele genoom kunt onderzoeken. Neem er maar jaren de tijd voor. Dan manipuleer je ten minste niet een eicel, waarvan je op het moment zelf het resultaat niet weet. Bedenk dat als wij vandaag met pre-implantatiediagnostiek van een embryo beginnen dat we er morgen mee klaar moeten zijn. Een embryo wacht niet, die deelt snel en moet op tijd worden geïmplanteerd.''

Een gewone lichaamscel is geduldiger. Maar opent Geraedts hier niet de weg naar het kloneren van mensen? Repliceren van mensen uit ijdelheid is uit den boze. En ook onbegonnen werk, want de twee Hermannen in Belcampo's Bekentenis zullen nooit elkaar worden. Net zo min als we ooit uit een teennagel van Elvis een echte replica van Elvis kunnen vormen, verzekert de ethica Inez de Beaufort in het boek Allemaal klonen, vorig jaar uitgegeven na de discussie opgezet door het Rathenau-instituut. Laat staan dat we blijde verwachtingen kunnen koesteren om het gebruik van DNA uit de Turijnse lijkwade.

Een persoon is immers meer dan zijn genen. En de omgevingsfactoren en herinneringen uit het verleden liggen nu eenmaal niet opgeslagen in die ene teennagelcel, waaruit de nieuwe King of Rock zal worden gekloond. Identiteit kun je trouwens niet klonen, weten eeneiige tweelingen.

De kwestie ligt op een ander niveau. De Beaufort schetst de vertwijfeling van ouders met een doodziek kind, dat mogelijk kan worden gered met het beenmerg van een tweede, liefst genetisch identiek kind: een kloon. Kinderen hebben het recht om niet instrumenteel te worden gebruikt, maar zou zo'n tweede kind niet omwille van zichzelf bemind en gewaardeerd worden, vraagt De Beaufort zich af.

Geraedts: ,,Die ouders zouden wellicht overwegen om gewoon een tweede kind te krijgen, met een redelijke kans dat het een donor is met de juiste genetische constitutie. Zij kunnen dat zomaar besluiten, dat is een gegeven, dat mag wel. Maar stel dat zo'n zwangerschap op natuurlijke wijze niet lukt?''

Kloneren dan? Geraedts huivert voor directe antwoorden, omdat genetici nu geenszins de theoretische en praktische consequenties kunnen overzien. Hoe verouderen gekloonde kinderen? Is de menselijke cel niet te complex? ,,We zijn nog heel ver van de afweging of je ouders met onoplosbare vruchtbaarheidsproblemen op deze manier moet helpen. Nu al 'ja', 'nee' of 'nooit' zeggen, dat moet je niet doen.''

Aan stukjes mens zijn de genetici al wel toe, want in laboratoria worden al jaren cellen gekloneerd voor wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld is de poging dopamine-producerende cellen te fabriceren, om ze ooit in te zetten bij behandeling van de ziekte van Alzheimer. ,,Die cellen komen voort uit gewone lichaamscellen, en dan heeft niemand er moeite mee. Daar kleven op het eerste gezicht niet de bezwaren aan van het kweken van embryo's. Maar we denken ten onrechte dat we met die simpele celkweken de discussie rond het kloneren in de sfeer van de voortplanting zijn gepasseerd. Ook van de gewone lichaamscel zul je eerst een embryo moeten maken. Je zult de kern uit die cel moeten transplanteren naar een lege eicel om hem daarna in de juiste kweek de richting uit te kunnen sturen van dopamine-cellen of wat voor cellen dan ook.''

Alweer zo'n klip. ,,Die klip kun je misschien omzeilen door uit te gaan van een ander type cellen, die je niet helemaal naar het beginstadium van een embryocel hoeft terug te brengen.''

Maar als je zo van elke lichaamscel een potentieel individu kunt maken, door hem maar ver genoeg te deprogrammeren en daarmee terug te brengen in de maagdelijke staat van een embryocel, dan verwacht je van genetici eigenlijk ethisch onmogelijke stuurmanskunst. Dan wordt op den duur elke cel heilig en beschermwaardig.

Ophouden dus, genetici! ,,Ik begrijp ook wel dat de mensen het lastig, verwarrend en gevaarlijk vinden waar we mee bezig zijn. Trek je daar als geneticus maar eens niets van aan. Maar tegelijkertijd hebben we zo iets zinvols in handen dat het me in hoge mate kan storen hoe erop wordt gereageerd. Laten we technieken toepassen als we redelijk zeker zijn er iets mee te kunnen bereiken. Zo wordt dat door zo'n heel team van artsen én ouders ook gevoeld. Ik denk en redeneer van daaruit, vanuit de dagelijkse praktijk. Mijn ethiek is het almaar afwegen tussen het wel doen en het niet schaden.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden