Op de wastafel een glas cognac en 'n buisje sanalgin

Voor HP/De Tijd interviewde Colet van der Ven in de zomer van '94 Dees Postma, ex-patiënt en ex-directeur van de Jellinekkliniek. Het gesprek ging over angst, alcohol en zijn verlangen naar de dood. ,,Ik vind het beter om er op een zelfgekozen moment mee te stoppen'' zei hij toen. ,,65 jaar, dat lijkt me genoeg.'' In de zomer van '99 benadert ze Dees Postma, inmiddels 66 jaar oud, met het verzoek voor een vervolginterview. Op de fax die hij ter reactie stuurt schrijft hij: ,,Zoals je ziet, ik ben nog niet overleden, maar ik heb mijn leven wel volledig veranderd.'' Een tweede gesprek over drank en de dood.

1994

We woonden aan de rand van Rotterdam. Het bombardement vond plaats. Alles stond in lichterlaaie. Er was een niet aflatende stroom vliegtuigen en vanuit ons huis op de dijk zagen we eindeloze rijen mensen langs de Rotte vluchten. Soldaten met mitrailleurs op ons dak, wij in de stookkelder, het zijn herinneringen aan verschrikkingen. Om de spookbeelden te ontvluchten ben ik die eerste oorlogsdagen met een bootje gaan varen op de plas. Daarbij liep ik een ontsteking op aan mijn voet en bloedvergiftiging. Ik werd opgenomen in het ziekenhuis. Mijn vader, die me elke dag kwam opzoeken, liet na een paar dagen verstek gaan. Ik vond dat vreemd. Voelde dat er iets verschrikkelijks gebeurd moest zijn maar wist niet wat.

Na een week werd ik thuisgebracht. Het was prachtig weer en ik lag op het balkon van mijn kamer. Beneden in de tuin zag ik mannen in zwarte pakken lopen. Een buurjongen die me kwam opzoeken zei: 'Het zal wel moeilijk zijn om zonder vader te leven'. Toen begreep ik dat ik naar zijn begrafenis aan het kijken was. Hij had een ongeluk gehad met zijn motorfiets. Waarom mijn moeder het me niet verteld heeft? Ik weet het niet. Heb haar er ook niet naar gevraagd, maar op dat moment ben ik bang geworden.''

Ik was altijd op zoek naar een oplossing voor mijn angst maar vond die niet. Tot op een gegeven moment een neef mij kwam opzoeken en een fles sherry voor me meebracht.

Toen hij weg was heb ik die fles achter elkaar leeggedronken. Ik ben er behoorlijk ziek van geworden maar belangrijker was dat ik mijn angst totaal kwijt was. Ik voelde me bevrijd. Het was een indrukwekkende belevenis. Ik heb daarna tijden niet gedronken maar die ervaring moet ik onbewust ergens hebben opgeslagen.

Na mijn middelbare school ben ik, bij gebrek aan betere plannen, vervroegd in dienst gegaan. Daar was meer drank. Ik was geen onderhoudende of lawaaiige dronkaard maar lag regelmatig rustig te slapen in de garderobe. Ik was een nogal solitaire figuur.

Na mijn dienstplicht stond ik opnieuw voor de vraag : 'wat nu'. Ik besloot voor rechten te kiezen, net als mijn vader. Ik werd lid van het studentencorps en merkte in mijn derde jaar dat ik eigenlijk voortdurend op de sociëteit zat en weinig aan mijn studie deed. Ik realiseerde me dat ik iets in mijn leefpatroon moest veranderen.

Ik trok me enigszins terug uit het studentenleven en trouwde. Zoals ik gehoopt had bracht het huwelijk structuur aan in mijn leven waardoor ik de studie afmaakte, zonder overigens de fles te laten staan. Ik had niet in de gaten, net zomin als anderen om me heen, dat ik inmiddels een drankprobleem had. Ziekte-inzicht ontbrak. Ik dronk te veel, dat was alles.

Na mijn afstuderen ben ik advocaat geworden op een chic kantoor in Rotterdam. In toenemende mate was er sprake van disfunctioneren. Ik was niet in staat om vervelende dingen aan te pakken. Minder leuke post liet ik ongeopend liggen. Mijn tolerantie ten opzichte van anderen, inclusief mijn eigen gezin, nam af. Die voor alcohol nam toe.

De spanningen tussen mijn vrouw en mij - we hadden inmiddels twee kinderen - werden groter. Op mijn 34ste ben ik uit huis gegaan en op een flat gaan wonen. Ik vertrok 's middags redelijk vroeg van kantoor. De eerste gang was naar de slijter om twee flessen cognac te kopen. Vervolgens ging ik naar mijn flat waar ik een glas vulde en dat op de rand van de wastafel zette met een buisje sanalgin ernaast. De rest van de cognac dronk ik, gemengd met seven-up, in de loop van de avond en de nacht. Om een uur of twee ging ik naar bed. Vroeg in de ochtend stond ik misselijk en met hoofdpijn op. Dan ging ik naar de badkamer waar m'n ontbijt op me wachtte: het glas cognac en de aspirines, en ik kreeg vleugels. Ik mopperde monter op al die luie donders die nog in hun bed lagen en vertrok heel vroeg naar kantoor. Om wat te doen? Leuke brieven openmaken en verder steeds minder. Ik wist dat er iets fout zat, maar was niet bij machte om dat te veranderen. Door drank verdween steeds opnieuw even mijn angst. . . Ik zag geen kans om de spiraal te doorbreken, al voelde ik me verscheurd.

Op een bepaald moment heb ik me op laten nemen in de Jellinek. Daar ben ik gaan nadenken wat een nieuw leven zonder drank zou kunnen betekenen voor mijn werk, mijn relaties, mijn hele bestaan. Ik heb iedere therapie aangegrepen die zich voordeed.

Na mijn ontslag uit de kliniek was de weg terug naar kantoor afgesneden maar ik had het geluk dat ik een baan vond bij een grafisch exportbureau. In de vijf jaar dat ik daar werkte ben ik contact blijven houden met de Jellinek.

Op een bepaald moment werd ik voor het bestuur gevraagd. Toen een aantal jaren later de directeur vertrok heb ik gesolliciteerd naar zijn functie. Mijn benoeming wekte enige verwondering en weerstand, met name onder artsen. 'Een alcoholist: je weet maar nooit'. Alsof ze niet geloofden in het resultaat van hun eigen behandeling. Ik heb er twaalf jaar gewerkt.

Verslaving is zelfdestructie. De vraag die eraan ten grondslag ligt is in diepste wezen altijd dezelfde: 'Hoe moet ik in godsnaam leven?' Dat speelde ook bij mij. Ik wilde dood. Vijftien jaar lang heb ik wekelijks de Anonieme Alcoholisten bezocht. Ik heb de groep nodig om niet toe te geven aan dat verlangen. Als ik met nieuwe vragen rondloop over bestaan komt soms de behoefte aan drank op. Dan neem ik maatregelen. Zo slik ik sinds een paar weken weer Refusal. Na 25 jaar.

1999

Dertig jaar lang heb ik doorgebracht met mensen die het dogma belijden: eens een alcoholist altijd een alcoholist. Een overzichtelijke rustgevende formule die ook ik hanteerde. Ik had bij drank de associatie van een emmer vol waarin ik mijn hoofd stak om me als een spons te laten vollopen. Een onmatig en afschrikwekkend beeld. In september vorig jaar kreeg ik op een Chileense culturele avond een glas vriendschapswijn aangeboden. Ik voelde een barrière wegvallen, dacht: laat ik het eens proberen, nam het glas aan en dronk.

Ik vroeg me af wat er zou gebeuren maar er gebeurde helemaal niks. De wijn was zuur en koud, de sensatie bleef uit, evenals de zucht naar meer. De gedachte aan een emmer vol kwam niet in me op. Op dat moment heb ik het taboe op drank voor mezelf doorbroken. Aan het eind van de volgende dag hebben mijn vriendin en ik, bij een restant schapenkaas dat ik nog had bewaard van de zomer, een glas goede wijn gedronken. Heerlijk. Later volgden cognac, port, whiskey.

Er wordt altijd beweerd dat wanneer een ex-alcoholist weer aan het drinken slaat, zijn drankgebruik per definitie onmatig is. Dat is wat mij betreft niet aan de orde. Een glas wijn past weer in de afronding van de dag maar het is geen must. Ik drink nooit in mijn eentje en alleen als het gezellig is. Het mateloze verlangen is weg en ik geniet na dertig jaar woestijn van ieder glas. Ik heb nooit het volwassen niveau bereikt dat ik me kon verheugen in het aangepaste drankgedrag van de mensen om mij heen. Iedere keer confronteerde het me met het feit dat er iets met mij gebeurd was dat mij van hen onderscheidde op een negatieve manier. Dat onderscheid is nu weggevallen.

Ik ben naar Jan van Ree, hoogleraar farmacologie in Utrecht gegaan, om te vragen hoe het biochemisch zit met een ex-dronkelap. Wat gebeurt er als iemand gedurende dertig jaar niet gedronken heeft en weer begint. Hij zei dat het idee 'eens een alcholist, altijd een alcoholist' door de farmacologie als een fabeltje is ontmaskerd. De biochemie van een mens verandert in de loop der jaren volledig. Een uitspraak die ik in dank noteerde. Ik heb mijn vraag vervolgens voorgelegd aan een aantal therapeuten. Een van hen was buitengewoon streng en schreef mij een bestraffende brief. De sfeer van de kroeg hing om me heen, ik verkeerde in grote nood en moest onmiddellijk hulp zoeken want dit zou onherroepelijk misgaan. Daarop heb ik hem uitgenodigd voor een gesprek en hem gevraagd: jij maakt je vak van het veranderen van mensen. Waarom gaat de mogelijkheid tot verandering niet op voor een ex-alcoholist die sociaal wil drinken? Zijn antwoord was dat hij in zijn praktijk nog nooit iemand had ontmoet die dat was gelukt. Ik ook niet, maar die mensen kom je ook niet tegen in de hulpverlening. Die hebben daar niks meer te zoeken.

Ik bagatelliseer overigens niet de tijd die er nodig is om zo'n omslag te kunnen maken. Je moet je leven anders hebben ingericht, fundamentele veranderingen hebben aangebracht. Mensen die terugvallen in hun oude drankpatroon, zijn vaak na een, twee of drie jaar onthouding weer begonnen. Die hebben zichzelf niet genoeg tijd gegeven. Op dat moment drink je waarschijnlijk nog uit de oude zucht naar drank en daaraan ligt een destructief verlangen ten grondslag. Een verlangen naar het einde. Dan maakt sociaal drinken geen kans. Het zou kunnen dat vijf jaar geleden dat verlangen nog een rol speelde bij mij.

1994

Ik heb het leven nooit vanzelfsprekend gevonden en vind dat nog steeds niet, maar het is in onze cultuur moeilijk om de dood aan elkaar te gunnen op een moment dat je gezond bent. 'Niet ziek, dan doorleven' dat is de impliciete opdracht. Ik heb mijn twijfels daarbij. Ook in de keuze om te sterven kan de eigen persoonlijkheid zich uitdrukken. Wel moeten intieme relaties in die beslissing betrokken worden. Bij een plotselinge dood, zonder voorbereiding, zonder gesprek, stopt alles te abrupt. Er zijn andere mogelijkheden om afscheid te nemen en ik hoop die vorm te kunnen geven. Vanzelfsprekend doorleven kan en wil ik niet. Ik vind het beter om er op een zelfgekozen moment mee te stoppen. 65 jaar dat lijkt me genoeg. Het was al zo'n klus.

1999

Mijn naasten waren zeer onthutst over deze uitspraken. Ze voelden zich in de steek gelaten. Vonden het een rotstreek. Natuurlijk hadden zij het recht om geshockeerd te zijn maar dat veranderde niets aan de kern van mijn doodswens. Je ontwikkelt ook een raar relatiepatroon wanneer je ingaat op verwachtingen die haaks staan op je eigen verlangen. De gedachte om er een eind aan te maken was niet nieuw. Die heb ik niet alleen sterk gehad toen ik dronk maar ook nadat ik opgehouden was met drinken. Ik heb ook wel eens met mijn hoofd in de strop gestaan maar er op het laatste moment van afgezien. Dat versterkte mijn onzekerheid. Ik wilde iets en deed het niet. In hoeverre kon ik mezelf serieus nemen?

Nu denk ik: misschien vulde ik het begrip dood verkeerd in. Ik had het gevoel dat mijn leven vol zat met compromissen waardoor mijn adem ging stokken. Mijn verlangen naar het einde, de dood, was het enige antwoord dat ik had op die ademnood. Dat het mogelijk zou zijn om de beklemmende factoren in mezelf terzijde te schuiven heb ik me toen niet gerealiseerd. Dat besef is de laatste jaren langzaam gegroeid.

Daarnaast kwamen er nieuwe omstandigheden op mijn weg. Zo gaf de geboorte van mijn kleinkinderen een belangrijke impuls aan mijn leven. Ik ben hun enige opa. Zij zitten min of meer in dezelfde situatie als mijn kinderen in de tijd van mijn verslaving. Het lijkt op de herhaling van een slechte film. Alsof destructie van de ene generatie aan de andere wordt doorgegeven. Ik ben sterk betrokken bij dat gezin en probeer een positieve bijdrage te leveren.

Ik ervaar het leven nu niet alleen maar als een klus maar, vreemd genoeg, ook als een stimulerende ontdekkingsreis. De gedachte aan dood is niet weg maar heeft wel enigszins plaatsgemaakt voor het verlangen om er te zijn. Ik kan me nu zelfs voorstellen dat ik tachtig word. Waarom niet? Mijn weg is langs allerlei afgronden gegaan en ik ben er niet ingedonderd. En wat mijn critici ook mogen zeggen, ik geloof niet dat dat nog gebeurt. En mocht het wel gebeuren dan is dat op zichzelf ook weer een tamelijk unieke ervaring. Maar ik ben er inmiddels van overtuigd dat een mens dingen kan verwerken en overleven en zelfs op een bepaald moment tot de conclusie kan komen dat het allemaal de moeite waard was. Verrassend toch?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden