Op de vlucht voor geweld, honger en kou

De Verenigde Naties en internationale hulporganisaties slaan alarm. Afghanistan heeft snel hulp nodig. Door de droogte zijn in grote delen van het land de oogsten mislukt. Driehonderdduizend Afghanen dreigen slachtoffer te worden van een hongersnood. En in het noorden van het land vluchten tienduizenden weg voor gevechten tussen de Taliban en de Noordelijk Alliantie die wordt teruggedrongen op een alsmaar krimpend territorium.

Het gastenverblijf van de Noorse hulporganisatie in Faizabad voldoet nog niet aan de strenge normen van de Taliban. Er zijn engelstalige boeken, er zijn cassettebandjes met muziek en er zijn lege wijn- en whiskeyflessen, ooit in gevulde staat meegesmokkeld door buitenlanders die hier verbleven. ,,Als de Taliban komen'', zegt Sher, een Afghaanse medewerker van de hulporganisatie, ,,dan moet ik alle cash in plastic zakken verpakken en in de latrine gooien. En als ik pech heb, moet ik het er ook weer uit halen.''

Wat er gaat gebeuren met het noorden van Afghanistan dat nog onder controle staat van de tegenstanders van de Taliban, weet niemand, maar er wordt gewikt en gewogen, geanalyseerd en gespeculeerd. Bij het avondeten staat de radio aan. Eerst de BBC, dan het nieuws van de Iraniërs en daarna Shariat-radio, de zender van de Taliban. Iqbal, een andere hulpverlener, hoopt dat het nog even rustig zal blijven. ,,Meestal wordt er in de winter niet zo hard gevochten, de Taliban kunnen niet tegen de kou.''

De meeste mannen die hier voor de hulporganisatie werken op honderden kilometers afstand van hun gezinnen die in Pakistan of in de Afghaanse hoofdstad Kaboel wonen. Sher heeft zich al voorbereid op de reis om thuis een fest te kunnen bijwonen. Sinds vorig jaar, toen hij nog gladgeschoren door het leven ging, heeft hij een imposante baard laten staan om zijn familie in het gebied van de Taliban te kunnen bezoeken.

Salem, eveneens hulpverlener, heeft genoeg van het gesprek. ,,Ken je die grap over die jongen met die aardappels in zijn zwembroek?'' ,,Ja, die heb je al drie keer verteld.'' Salem is geheel niet ontmoedigd. ,,Ik zal een gedicht voordragen.'' Met doordringende blik en een stem gedragen alsof hij Shakespeare declameert: Oh! Oh! You know? I want your sex! I need your sex!'' De clown van het gezelschap begint zelf maar te lachen en gaat door tot iedereen wat meehinnikt. ,,Heb je het herkend? Het is een liedje van George Michael!''

Salem maakt voortdurend grappen en grollen, het is voornamelijk bluf. Zijn familie en zijn eigen jonge gezin wonen aan de andere kant van de frontlinie, maar een paar uur reizen. Deze week wilde hij nog stiekem oversteken, maar zijn baas kreeg er lucht van en vaardigde een verbod uit op straffe van ontslag. Het frontgebied ligt vol mijnen. De meeste gewonden die hier worden verzorgd zijn slachtoffers van die mijnen. Ze zijn niet door de Taliban gelegd, maar door de Noordelijke Alliantie van president Rabbani en zijn krijgsheer Massoud. Als de soldaten worden afgelost, komt niemand op het idee om te zeggen op welke plek de mijnen zijn gelegd. En zo trappen de verse troepen regelrecht in hun eigen mijnen.

Als de meest noordelijke provincie, haast ontoegankelijk weggestopt in de uitlopers van de Himalaya, is Badakhshan ook voor de Afghanen zelf een uithoek. Verharde wegen zijn er nauwelijks. Het voornaamste verkeer vormen de ezels die de landbouwprodukten naar de markt brengen. In de meest onbereikbare gedeeltes van Badakhstan is de bevolking van hele dorpen verslaafd aan opium. Het wordt ook gebruikt als pijnstiller, want het enige ziekenhuis in een gebied zo groot als Nederland ligt op meer dan een week lopen.

De hoofdstad Faizabad van de provincie is door de terreinwinst van de Taliban zowaar de hoofdstad van de Noordelijk Alliantie geworden. Het stadje is uit zijn voegen gebarsten door een aanwas van de bevolking met zo'n dertigduizend vluchtelingen. Ze zijn voor een deel ondergebracht in kantoren en scholen die in de winter niet gebruikt worden. De meeste vluchtelingen zijn bij familie ingetrokken.

Er zijn nauwelijks vrouwen buiten, alleen in de minst drukke straatjes lopen ze in groepjes van twee of drie, gehuld in lichtblauwe of glanzend witte boerka's die hen van top tot teen bedekken. In de bazar krioelt het van de mannen en jongens die de overvolle huizen zijn ontvlucht. Ze hangen maar wat rond of proberen wat spullen te verkopen: zakken verse walnoten, abrikozen of appelhout. Nasim, een van de vluchtelingen, heeft een stapel gekneusde wormstekige appeltjes in de aanbieding. Ruim drie maanden geleden is hij de bombardementen van de Taliban ontvlucht. ,,Geld om naar Pakistan te gaan heb ik niet. Ik zou willen terugkeren naar Taloqan. Daar had ik een winkeltje, maar ik weet niet of het er nog is.''

Op de binnenplaats van het kantoor van de Rode Halve Maan/Rode Kruis zitten de vluchtelingen gehurkt te wachten tegen de muren, totdat ze geregistreerd worden en een kaart in bezit hebben om eten te krijgen. De meeste vluchtelingen zijn niet voor de eerste maal op de vlucht geslagen.

Mahboeba weet niet anders, vluchteling is bij wijze van spreken haar beroep. Toen de Russen er waren ging ze naar Pakistan. Daarna keerde ze terug naar Kabul. Vandaar ging ze naar Shomali. Ze keerde weer terug in Kabul. En ze ging opnieuw naar Shomali. Vervolgens week ze uit naar Pakistan. Vandaar ging ze naar Pul-i-chomri. De volgende plek werd Cha'ab. En daarna trok ze naar Taloqan. Nu is ze dan in Faizabad. Voor hoe lang?

Dr. Anis, van de Noorse hulporganisatie hoort dit soort geschiedenissen de hele dag door. Haar spreekuur zit bomvol met vrouwen die bloedarmoede hebben, uitgeput zijn of ondervoede kinderen op de arm hebben. De eerste zes weken na hun aankomst op deze plek heeft de regering van de Noordelijke Alliantie voor eten gezorgd. Daarna zorgden de hulporganisaties voor voeding, zo goed en zo kwaad als het kan. Ze proberen de voorraden op peil te houden. ,,Ik hoop dat we genoeg hebben'', zegt dr. Anis zorgelijk. ,,We moeten nu genoeg voedsel zien te krijgen tot aan het einde van de lente, voordat de wegen onbegaanbaar worden.''

,,Als ze komen, spring ik in de rivier'', zegt Lailama boos. ,,Ik ook!'' ,,Ik ook!'' De meisjes verdringen zich giechelend om elkaar heen in het kille leslokaal van de medische faculteit. Iedere ochtend, tot de winter het niet meer toelaat, komen ze hier, op deze enige plek in Afghanistan waar jonge vrouwen nog hoger onderwijs kunnen krijgen. Zodra je hen apart spreekt is het gegiechel snel afgelopen.

Baisa laat haar nieuwe onderkomen zien. Een lege kamer van een kantoortje van het ministerie van landbouw. Met vijf familieleden woont ze hier. Haar moeder vertelt dat Kabul niet meer veilig is: ,,Mijn zoon van zestien is opgepakt omdat hij de taal van de Taliban, het Pashtoen, niet sprak. Ze sloegen hem zo lang dat hij er uitzag als een gebakken vis. Wij hebben hem met een oom weggestuurd naar Iran.''

De rest van het gezin vluchtte naar de vallei ten noorden van de hoofdstad. Na het oprukken van de Taliban belandden ze hier. ,,Hierna kunnen we geen kant meer op. De Tadjieken willen ons niet en hoe moeten we naar Pakistan komen?''

In Pakistan, waar zich naar verluidt een miljoen vluchtelingen in de kampen bevinden en nog eens een miljoen vluchtelingen zich tussen de bevolking hebben gemengd, zit niemand te wachten op de komst van nog meer Afghanen. De Pakistaanse regering heeft geprobeerd de grens te sluiten voor de nieuwe golf vluchtelingen, die aan het geweld en de honger proberen te ontkomen.

Yoessoef Hassan, de woordvoerder van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR voor Afghanistan, maakt zich grote zorgen. In het westen en zuidwesten is de oogst mislukt door de droogte dit jaar. Tienduizenden bewoners uit die streken zijn onderweg. ,,In Herat is het aantal vluchtelingen in een maand tijd verdubbeld tot 70000. We verwachten daar meer dan 100000 mensen. Tussen Afghanistan en Tadzjikistan zitten 12000 mensen vast op een eilandje midden in de Amoe Darya-rivier. Tadzjikistan laat hen niet toe. Ze hebben holen in de grond gegraven, want ze worden bestookt door de Taliban. We weten dat die mensen bijna door hun voedsel heen zijn, maar we kunnen er niet bijkomen.''

De wanhoop van de vluchtenden is duidelijk te zien aan de grens tussen Pakistan en Afghanistan. De nieuwkomers mogen Pakistan niet binnen, maar via smokkelroutes weten ze toch de andere kant van de bergen te bereiken. Twee kampen met in totaal meer dan 50000 vluchtelingen zijn al ontstaan op de kale vlaktes rond de grensplaats Peshawar. Er zijn te weinig tenten. Sommige Afghanen hebben niet eens een stuk plastic tot hun beschikking om zich te weren tegen de soms barre kou en de zware regenval.

De grote poort bij de grensovergang is dicht, maar via een zijdeurtje worden handelaren en reizigers met geldige papieren mondjesmaat doorgelaten. In dit gedrang van honderden mensen, proberen de vluchtelingen mee Pakistan binnen te komen. Zieken worden in kruiwagens binnengeloodst. Kinderen hangen als levenloze poppen in de armen van hun moeders. Rood aangelopen mannen doen alle moeite om al duwend en schreeuwend langs de Pakistaanse grenswachten te komen. Met hun wapenstokken proberen zij de zaak in toom te houden.

Een meisje van een jaar of twaalf wordt door de dringende massa voortgestuwd. Ze torst met zich mee een baal dekens en lappen die veel te groot voor haar is. Eenmaal door de poort heen, verliest ze haar last en zakt in elkaar. Al haar spieren beginnen te trillen. Ze ligt stuiptrekkend op de grond. Met haar hoge doordringende gejammer lijkt ze even alles en iedereen te verlammen. Ze wordt overeind getrokken. Omstanders brengen de baal weer in evenwicht op haar hoofd. Zo wankelt ze verder, weg van haar Afghanistan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden