Op de valreep: het tijdperk-Rice

Tot voor kort leek het onmogelijk: Een Amerikaanse bijna-ambassade in Teheran. Waar komt dat vertrouwen in diplomatie vandaan?

Denk niet dat we door de knieën aan het gaan zijn voor Iran, was de boodschap van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken. Maar een dag nadat bekend was geworden dat de derde man op dat ministerie, William Burns, zal aanzitten bij gesprekken met de Iraniërs over hun nucleaire activiteiten, lekte uit dat Washington een diplomatieke vestiging wil openen in Teheran.

Zo’n ’sectie’ is net geen ambassade: formeel is hij onderdeel van de ambassade van een ander land, in dit geval Zwitserland. Maar in de praktijk werkt hij zelfstandig.

Het sturen van diplomaten naar een land betekent ook niet dat er dus weer muziek in de relatie zit. In 1977 openden de Amerikanen een belangenafdeling in Havana op Cuba. Maar ze bleven vijanden. De Amerikaanse vertegenwoordiging kwam de laatste tijd vooral in het nieuws door een lichtkrant met onwelgevallig nieuws op de gevel, en de rij vlaggen die het Cubaanse regime daar vervolgens voor zette.

En toch: in twee dagen zetten de VS twee potentieel veelzeggende stappen. Maar wat zeggen die dan?

Dat de regering-Bush de weg volkomen kwijt is, antwoordt John Bolton, neo-conservatieve havik, voormalig ambassadeur van de VS bij de Verenigde Naties. Het sturen van Burns noemde hij „een complete capitulatie van het idee dat Iran uraniumverrijking moet opgeven.”

Democratisch senator John Kerry, tijdens de presidentsverkiezingen in 2004 weggezet als iemand zonder standpunt, noemde het juist „de meeste welkome diplomatieke draai in de recente diplomatieke geschiedenis.”

Dat is een groot compliment, want diplomatie een draaien zijn zo ongeveer synoniem. Wie geen beweging in zijn standpunten toelaat, kan net zo goed al zijn ambassadeurs naar huis sturen met achterlating van een lichtkrant op de gevel. En juist dat is het verwijt dat de regering-Bush vaak gemaakt is: onbuigzaam tegen Irak, het Kyoto-verdrag, het Internationaal Strafhof en Iran.

Inmiddels kun je vaststellen dat op veel van die punten de VS enigszins zijn bijgedraaid. In Irak wordt geluisterd naar de generaals. De opwarming van de aarde wordt niet meer ontkend. Het Strafhof wordt niet meer verketterd.

En met Iran, zo kun je nu vermoeden, willen de VS liever geen gewapende confrontatie over zijn nucleaire activiteiten. Ze gaan praten met Iran, al wordt het officieel geen onderhandelen genoemd. Net zoals een ’belangenafdeling’ nog geen ambassade is.

Op beide wendingen lijkt de handtekening te staan van Condoleezza Rice. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken wist ze volgens Amerikaanse media door te drukken tijdens vergaderingen met de belangrijkste adviseurs van president Bush op het gebied van de nationale veiligheid, onder wie vice-president Dick Cheney.

Dat laatste is misschien nog het meest veelzeggend. Als iemand de harde lijn vertegenwoordigt is hij het wel. En voor een vice-president was hij de afgelopen acht jaar ongewoon invloedrijk. Nu de ambtstermijn van Bush op zijn eind loopt, lijkt de president echter in andere adviseurs meer vertrouwen te stellen.

In die laatste fase geldt een president traditioneel als lame duck, ’aangeschoten eend’, man zonder macht. Door de vele conflicten waarin de VS verwikkeld zijn, en de rol van de president als opperbevelhebber van het leger, is dat voor Bush eigenlijk maar ten dele gebeurd. In plaats daarvan krijgen de Amerikanen inderdaad een historische primeur: de uitgeregeerde vice-president.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden