Column

Op de terugweg zag ik hem, een mij onbekende vogel, hij was geel

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Mijn vriend Hans Dorrestijn komt wel eens bij mij in Frankrijk logeren, naar hij zegt voor de gezelligheid maar het gaat hem natuurlijk om de vogels die er weer een slag anders zijn dan in Nederland, zoals we er ook de zevenslaper hebben en in Nederland niet. 

Sinds hij hier de boel verkend en in kaart gebracht heeft, luister ik ook wel eens naar het gekwinkeleer in mijn tuin maar eerlijk gezegd word ik er geen wijs uit. Vogelliedjes en -veren schijnen ook voor vogelaars de moeilijkste onderdelen te zijn, ze moeten vogels zíen om er iets mee te kunnen.

Wat dat betreft is de vogelwereld omgekeerd aan de muziekwereld waar je meer luistert dan kijkt... wat kan het mij eigenlijk schelen hoe erg Daniele Gatti staat te zweten tijdens de Vijfde of welke gezichten Martha Argerich bij KV 466 trekt. Toch is er wel een parallel. Zoals vroeger pianisten en violisten hun stamboom herleidden tot vroegere helden van hun instrument - Liszt leerling van Czerny leerling van Beethoven - zo beschouw ik mij als een leerling van Hans die op zijn beurt weer les heeft gehad van Nico de Haan, die zijn kennis direct van het opperwezen heeft ontvangen. Ich bin ein baardmannetje.

Op zekere dag gingen we naar een bos in de buurt om vogels te kijken. Nu zitten in elk bos wel vogels weet ik inmiddels, en zo zagen wij binnen de kortste keren een merel, een boomklever en hoorden we de grote bonte specht, dit alles althans volgens mijn gids die het natuurlijk fijn vindt het nu ook eens beter te weten. Toen we ergens rechtsaf wilden slaan om nu ook nog de ongelukkig genaamde pestvogel te zien die hier volgens de overlevering een keer gespot was, kwam er een vrouw op ons af, een bosheks of zo, die zei dat dat niet mocht. Waarom niet, vroeg ik in de veronderstelling dat we iets over een woudgeest of een onuitgestorven draak te horen zouden krijgen maar de vrouw zei dat het bos van haar was en dat het niet mocht... Haar bos! We stonden er even van te kijken en wandelden toen verbouwereerd terug. Ik wilde nog roepen dat Hans een beroemd vogelaar was maar de Franse uitdrukking daarvoor schoot me niet op tijd binnen (fameux ornithofile?).

Bijzonder

Zo passeerden we de grote bonte specht weer, die ons opeens nauwelijks meer interesseerde en zagen de onaanzienlijke merel. Maar zoals de schrift zegt tegen rijken die anderen het recht op hun bos ontzeggen: 'Welaan dan, gij rijken, weent en maakt misbaar over de rampen, die u zullen overkomen'. Op de terugweg zag ik in een open plek van het bos in de top van een boom, als ene kerstpiek, een mij onbekende vogel, geel als de zon of misschien meer een citroen, wat is dat Hans? Hij slikte even en sprak met bijna een brok in zijn keel: dat is de wielewaal.

En op hetzelfde moment wist ik dat ik iets bijzonders gezien had want de wielewaal is een grote wensvogel die mij als beunhaas dus zomaar in de schoot was geworpen. Zong het beestje ook nog dudeljo en anders niet? Nee het vloog zwijgend weg, je krijgt nu eenmaal niet alles in één keer, opdat er iets te wensen blijft.

Maar de wielewaal is door mij gezien, hij is niet onopgemerkt gebleven.

Een wielewaal. Beeld TRBEELD
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden